Instellingsvoorbeeld: I1 = 250 A, dynamiek = 50
De afgebeelde karakteristieken (4), (5) en (6) gelden bij gebruik van een staafe-
lektrode waarvan de karakteristiek bij een bepaalde lichtbooglengte overeenkomt
met de werklijn (1).
Al naar gelang de ingestelde lasstroom (I) wordt het snijpunt (werkpunt) van de
karakteristieken (4), (5) en (6) langs de werklijn (1) verschoven. Het werkpunt
geeft uitsluitsel over de actuele lasspanning en de actuele lasstroom.
Bij een vast ingestelde lasstroom (I
tieken (4), (5) en (6) bevinden, al naargelang de lasspanning op dat moment. De
lasspanning U is afhankelijk van de vlambooglengte.
Als de vlambooglengte verandert, bijv. overeenkomstig de werklijn (2), is het
werkpunt het snijpunt van de overeenkomstige karakteristiek (4), (5) of (6) met
de werklijn (2).
Geldt voor de karakteristieken (5) en (6): Afhankelijk van de lasspanning (licht-
booglengte) wordt de lasstroom (I) eveneens groter of kleiner, bij een gelijkblij-
vende instelwaarde voor I
Polariteit
Eenheid
Instelbereik
AC-frequentie
alleen bij MagicWave voor het TIG AC lassen
Eenheid
Instelbereik
Syn
BELANGRIJK! Let in combinatie met de instelling 'Syn' ook op de parameter
'Fase-synchr' in AC-Setup 2nd.
Lage frequentie
Hoge frequentie
Balance
alleen bij MagicWave voor het TIG AC lassen
Eenheid
Instelbereik
-5:
+5:
172
) kan het werkpunt zich langs de karakteris-
1
.
1
-
AC (alleen MagicWave) / DC- / DC+
Hz
Syn / 40 - 250
dient voor netsynchronisatie van de tweede stroombron
voor het tweezijdig gelijktijdig AC-lassen.
zachte, brede vlamboog met oppervlakkige warmteover-
dracht
geconcentreerde vlamboog met diepe warmteoverdracht
-
-5 - +5
brede vlamboog met oppervlakkige warmteoverdracht
hoogste reinigende werking, laagste smeltvermogen