Omschrijving
3.3 Opbouw
3.3.7
Beschermingsklasse
De veiligheidsklasse van de machine staat aangegeven op het typeplaatje. De machine kan in
een stoffige of vochtige omgeving worden geplaatst.
Machines voor gebruik in zone 1 (ontstekingsbeschermingsklasse Drukvast omhulsel "db" of
Verhoogde veiligheid "eb") of in zone 2 (ontstekingsbeschermingsklasse "ec") zijn uitgevoerd in
beschermingsklasse IP55.
Machines voor gebruik in zone 21 (stofexplosiebeveiliging "tb") en groep IIIC zijn uitgevoerd in
beschermingsklasse IP 65, machines voor gebruik in zone 22 (stofexplosiebeveiliging "tc") en
groep IIIB zijn uitgevoerd in beschermingsklasse IP 55 en kunnen worden gebruikt in stoffige
omgevingen zoals molens, silo's, mouterijen en bepaalde omgevingen in de chemische
industrie.
3.3.8
Omgevingsomstandigheden
Grenswaarden voor standaarduitvoering
Relatieve luchtvochtigheid bij omgevingstempera‐
tuur T
Omgevingstemperatuur
Installatiehoogte
Lucht met normaal zuurstofgehalte, algemeen
In de standaarduitvoering is de machine niet geschikt voor gebruik in zouthoudende of
agressieve atmosferen of voor gebruik in de buitenlucht.
Grenswaarden voor speciale uitvoeringen
Bij afwijkende omgevingsvoorwaarden gelden de specificaties op het vermogensplaatje of in
de catalogus.
3.3.9
Optionele aanbouw- en inbouwonderdelen
Machines kunnen van de volgende inbouwonderdelen zijn voorzien:
• In de statorwikkeling geïntegreerde temperatuursensor als temperatuurcontrole en als
beveiliging tegen oververhitting van de statorwikkeling.
• Stilstandverwarming bij machines waarvan de wikkelingen zijn blootgesteld aan
klimatologische omstandigheden met condensvorming.
Machines kunnen van de volgende aanbouwonderdelen zijn voorzien:
• Rem
• Draai-impulsgever
• Externe ventilatie
• Meetnippel voor SPM-stootimpulsmeting ter controle van de lagers
40
40 °C
amb
max. 55 %
-20 °C tot +40 °C
≤ 1000 m
21 % ( V / V )
1MB..5/6 ashoogte 71 ... 355
Bedieningshandleiding, 04/2023, A5E44264501A