Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Ruimteverwarmingscapaciteit / Ruimteklimaat; Verwarmen In De Overgangstijd / Ongunstige Weersomstandigheden - Spartherm ambiente Series Montage- En Bedieningshandleiding

Inhoudsopgave

Advertenties

de verbranding niet versneld wordt door een ongecontroleerde toevoer van lucht.
De capaciteit van uw kachel is ook afhankelijk van hoe de schoorsteen trekt. Dit
kan door de diameter van de schoorsteen en door omgevingsinvloeden (hevige
wind enz.) worden beïnvloed.

4.5 RUIMTEVERWARMINGSCAPACITEIT / RUIMTEKLIMAAT

De ruimteverwarmingscapaciteit werd vroeger volgens de norm DIN 18893 (laat-
ste versie augustus 1987) aangegeven en is voor moderne huizen van na 1990
niet meer zinvol. Als vergelijkende waarde of voor toepassing bij oudere gebouwen
die nog niet aan de isolatiestandaard van 1977 voldoen, kan deze oude aandui-
ding van het te verwarmen volume echter nog interessant zijn.
Een nominale verwarmingscapaciteit bij de a1/a2/a3/a4 van 5,0kW, 8,0kW
bij de a4 H
O, 7,0kW bij de a5 en 5,9kW bij de a7/a8 resulteert als tijdelijke
2
verwarming (d.w.z. met onderbrekingen van minder dan 8 uur) in de volgende
ruimteverwarmingscapaciteit:
Ruimteverwarmingscapaciteit* bij de ambiente kachels als tijdelijke
verwarming
Verwarmingsom-
a1/a2/a3/a4
a4 H
standigheden
Gunstig
144 m
56 m
3
Minder gunstig
84 m
3
35 m
Ongunstig
56 m
22 m
3
*
Bij een moderne warmte-isolatie kunnen aanzienlijk grotere ruimtes worden verwarmd.
**
Directe kamerwarmte zonder waterwarmtecapaciteit
O**
a5
a7/a8
2
165 m
88 m
3
3
3
3
95 m
3
53 m
3
65 m
34 m
3
3
3
Een precieze beschrijving van 'gunstig', minder 'gunstig' en 'ongunstig' vindt u in
de norm DIN 18893. Eenvoudig gezegd is 'gunstig' een situatie waarbij de ruimte
slechts één buitenwand heeft en verder overwegend aan verwarmde ruimtes
grenst, 'ongunstig' daarentegen gaat van twee buitenwanden en aangrenzend
onverwarmde ruimtes uit.
De bovengenoemde waarden hebben betrekking op gebouwen die nog niet aan
de eisen van de verordening m.b.t. warme-isolatie uit 1977 voldoen en zijn ook
daarvoor een vereenvoudiging, die maximaal voor kamers tot 200 m³ geldt. Al bij
ruimtes vanaf 200 m
3
raadde de norm DIN 18893 een berekening conform DIN
4701 aan. Tegenwoordig wordt de voorkeur gegeven aan een schatting volgens
TR-OL of met name een berekening conform DIN 12831.
4.6 VERWARMEN IN DE OVERGANGSTIJD / ONGUNSTIGE
WEERSOMSTANDIGHEDEN
In de overgangstijd, d.w.z. bij buitentemperaturen boven ca. 15 °C, of bij ongun-
stige omstandigheden (valwinden etc.) kunnen bij plotselinge temperatuurstijgin-
gen storingen in de trek van de schoorsteen ontstaan, waardoor de rookgassen
niet volledig worden afgezogen. De stookplaats moet dan met een geringe
hoeveelheid brandstof worden gevuld en met de luchtschuif in geopende positie
(zie '4.2 Regeling verbrandingslucht' op pagina 30, afb. 16) worden gebruikt.
Hierdoor zal de aanwezige brandstof sneller (met meer vlamontwikkeling) opbran-
den. De trek van de schoorsteen kan hierdoor stabiliseren. Om te voorkomen
dat er weerstanden in de gloed ontstaan, moet de as vaker voorzichtig worden
opgerakeld. Nadat de trek weer is gestabiliseerd, kan de luchttoevoer weer iets
worden verminderd (middenpositie).
34

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave