Figuur 28
1. Inspectieluik, achter
2. Bevestiging
De motorkap plaatsen
1. Om de motorkap te plaatsen, moet u de sleuf in de
kap in een lijn met het frame houden en de motorkap
langzaam op het frame laten zakken (Figuur 29).
Controleer of het frame goed in de gleuf in de
motorkap zit voordat u de motorkap naar beneden
drukt. Druk de motorkap voorzichtig naar beneden
om de borgpen vast te zetten.
Figuur 29
1. Motorkap
2. Frame
2. Monteer de grasvanger; zie het hoofdstuk
Gebruiksaanwijzing.
3. Frame
3. Frame in een lijn met gleuf
in de motorkap.
Smering
De lagers smeren
Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—Alle
smeerpunten smeren.
Type vet: nr. 2 smeervet voor algemene doeleinden
op lithiumbasis
1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak
en schakel de aftakas uit.
2. Zet de schakelhendels in de remstand, schakel
de motor uit, verwijder het contactsleuteltje en
wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn
gekomen voordat u de bestuurdersstoel verlaat.
3. Reinig de smeernippels (Figuur 30 met Figuur 31)
een doek. Indien nodig verf van de voorkant van de
nippels afkrabben.
1. Voorste zwenkwiel
1. Lees de instructies voordat
u service- of onderhouds-
werkzaamheden uitvoert.
2. Controleer de
bandenspanning om
de 25 bedrijfsuren.
4. Zet telkens een smeerpistool op een nippel
(Figuur 30 en Figuur 31). Spuit vet in de nippels
totdat er nieuw vet bij de lagers naar buiten komt.
5. Overtollig vet wegvegen.
29
Figuur 30
Figuur 31
3. Smeer de machine om de
25 bedrijfsuren.
4. Motor