PROBLEEMOPLOSSING
■ Na het borduren
Probleem
Draadspanning is
Bovendraad is niet juist ingeregen.
onjuist.
Spoel is niet juist geplaatst.
Ongeschikte naald of draad voor gekozen stof. Zie de "Stof/draad/naald-combinaties"-tabel
Draadspanning is niet juist ingesteld.
Onderdraad onjuist opgewonden.
Naald is verdraaid, verbogen of de punt is
stomp.
U gebruikt niet een van de spoelen die
speciaal voor deze machine is ontworpen.
Borduurpatroon
Draad is verdraaid.
wordt niet goed
geborduurd.
Draadspanning is niet juist ingesteld.
Stof is niet juist gespannen in het raam (stof te
los enz.).
Geen steunstof bevestigd.
Er was een voorwerp bij de naaimachine
geplaatst en de borduurarm van het
borduurraam heeft het voorwerp tijdens het
borduren geraakt.
Stof buiten de raamranden belemmert de vrije
arm, waardoor de borduureenheid niet kan
bewegen.
Stof is te zwaar, waardoor de borduureenheid
niet vrij kan bewegen.
Stof hangt van de tafel af.
Stof zit vast of is ergens aan blijven haken.
Borduurraam is verwijderd tijdens het
borduren (bijvoorbeeld om het spoel opnieuw
te plaatsen). Er is tegen de borduurvoet
aangestoten of hij is verplaatst terwijl het
borduurraam werd verwijderd of aangebracht,
of de borduureenheid is verplaatst.
De steunstof is niet correct aangebracht; de
steunstof is bijvoorbeeld kleiner dan het
borduurraam.
Er komen tijdens het
Draadspanning is niet juist ingesteld.
borduren lussen op
De spanning van de bovendraad is onjuist
de stof.
ingesteld voor de combinatie van stof, draad
en patroon die u gebruikt.
De combinatie van spoelhuis en onderdraad is
onjuist.
190
Oorzaak
Raadpleeg de stappen voor het inrijgen van de
naaimachine en rijg de machine juist in.
Plaats de spoel opnieuw. (Als de steekplaat is
verwijderd, brengt u deze weer aan.)
in de Bedieningshandleiding (naaien).
Pas de draadspanning aan.
Gebruik een spoel die juist is opgewonden.
Vervang de naald.
Onjuiste spoelen werken niet goed. Gebruik
alleen spoelen die voor deze machine zijn
ontworpen.
Knip bijvoorbeeld met een schaar de
verdraaide draad af en haal deze uit het
spoelhuis.
Pas de draadspanning aan.
Als de stof niet strak wordt getrokken in het
raam, kan het patroon niet goed uitvallen of
wordt het vervormd. Plaats de stof op de juiste
wijze in het raam.
Gebruik altijd steunstof, vooral bij
stretchstoffen, lichte stoffen, grof geweven
stoffen of stoffen waarbij het patroon kan
vervormen. Neem contact op met uw erkende
Brother-dealer voor de juiste steunstof.
Als het raam ergens tegenaan komt tijdens het
borduren, wordt het patroon niet goed
geborduurd. Leg niets neer waar het raam
tegenaan kan botsen tijdens het borduren.
Plaats de stof opnieuw in het borduurraam,
zodanig dat de overtollige stof niet bij de vrije
arm in de buurt komt en draai het patroon 180
graden.
Leg een groot, dik boek of vergelijkbaar
voorwerp onder de bovenkant van de arm om
de zware kant enigszins omhoog te tillen,
waardoor de tafel gelijk komt te staan.
Als de stof van de tafel hangt tijdens het
borduren, kan de borduureenheid niet vrij
bewegen. Leg de stof zo neer dat deze niet
van de tafel hangt of houd de stof vast om te
voorkomen dat ze gaat slepen.
Stop de naaimachine en leg de stof zo neer
dat ze niet vast komt te zitten of blijft haken.
Als er tegen de borduurvoet wordt gestoten of
de borduureenheid beweegt tijdens het
borduren, valt het patroon niet goed uit. Wees
voorzichtig wanneer u het borduurraam
verwijdert of opnieuw bevestigt tijdens het
borduren.
Bevestig de steunstof op de juiste wijze.
Pas de draadspanning aan.
Installeer het borduursteekplaatdeksel.
Neem een ander spoelhuis of een andere
onderdraad om wel de juiste combinatie te
krijgen.
Oplossing
Pagina
22
20
—
102
15
11
20
—
102
30
28
53
30
—
53
—
56
28
102
32
53