Het gebruik van deze apparatuur naast of in combinatie met
andere apparatuur moet worden vermeden, aangezien het kan
leiden tot onjuiste werking. Indien een dergelijk gebruik
noodzakelijk is, dienen deze apparatuur en andere apparatuur
te worden geobserveerd om er zeker van te zijn dat ze naar
behoren functioneren.
Het gebruik van accessoires, transducers en kabels, anders dan
degene die door de fabrikant van deze apparatuur zijn
gespecificeerd of meegeleverd, kan leiden tot verhoogde
elektromagnetische emissies of verlaagde elektromagnetische
immuniteit van deze apparatuur en leiden tot onjuiste werking.
Draagbare RF-communicatieapparatuur (inclusief
randapparatuur zoals antennekabels en externe antennes) moet
op meer dan 30 cm van elk onderdeel van de hoortoestellen
worden gebruikt, inclusief de door de fabrikant gespecificeerde
kabels. Indien dit niet in acht wordt genomen, kan dit leiden tot
verslechtering van de prestaties van deze apparatuur.
De USB-poort van de oplader mag alleen voor het
beschreven doel worden gebruikt.
83