Download Print deze pagina

Stiebel Eltron WPF 04 Handleiding Voor Bediening En Installatie pagina 39

Brine/water

Advertenties

insTALLATie
Buitendienststelling
15. Buitendienststelling
Als de installatie buiten dienst gesteld moet worden, zet u de
warmtepompmanager op stand-by. De veiligheidsfuncties voor
de bescherming van de installatie blijven op die manier verzekerd
(bijv. vorstbescherming).
U hoeft de installatie 's zomers niet uit te schakelen. De warm-
tepompmanager beschikt over een automatische zomer-/winter-
omschakeling.
Materiële schade
!
De stroomvoorziening mag u ook buiten de verwarmings-
periode niet onderbreken. Als de stroomvoorziening
wordt onderbroken, wordt de actieve vorstbescherming
van de installatie niet meer gegarandeerd.
Materiële schade
!
Houd rekening met de temperatuurgrenzen en het mi-
nimale circulatievolume aan de warmteafgiftezijde (zie
hoofdstuk "Technische gegevens/gegevenstabel").
Materiële schade
!
Maak de installatie aan de waterzijde leeg, terwijl de
warmtepomp volledig is uitgeschakeld en wanneer er
vorstgevaar bestaat.
16. storingen verhelpen
WAARSCHUWING elektrische schok
f Schakel bij alle werkzaamheden het toestel span-
f
ningsvrij.
16.1 storingsindicaties op het display
Storingen die in de installatie of in de warmtepomp optreden,
worden aangegeven op het display. Voor het opsporen van fouten
en het analyseren van de verwarmingsinstallatie en de warmte-
pomp is het mogelijk om onder Diagnose alle belangrijke pro-
cesgegevens en bus-deelnemers op te roepen en een relaistest
uit te voeren.
f Analyseer voor de storingopsporing alle beschikbare
f
parameters voor u de schakelkast van de warmtepomp
openmaakt.
Als de veiligheidstemperatuurbegrenzer van de elektrische nood-/
bijverwarming geactiveerd werd, wordt dit niet door de warmte-
pompmanager aangegeven. De veiligheidstemperatuurbegrenzer
kan door de installateur worden gereset door op de resetknop te
drukken. De oorzaak voor het aanspreken van de veiligheidstem-
peratuurbegrenzer is meestal lucht in het verwarmingscircuit of
een te gering verwarmingsdebiet.
f Controleer het verwarmingsdebiet en ontlucht de
f
verwarmingsinstallatie.
www.stiebel-eltron.com
16.2 foutmelding
Als het toestel een fout registreert, wordt deze door middel van
de volgende melding duidelijk zichtbaar weergegeven.
DINSDAG 25 JUN 13
FOUT
!
SENSORBREUk E 71
COMFORTWERkING
Als er meer dan één fout is opgetreden, wordt altijd de laatst
opgetreden fout getoond. Informeer uw installateur.
16.2.1 Warmtepompspecifieke storing of hardwarestoring
Zie hoofdstuk "Storingstabel".
16.2.2 de warmtepomp draait niet
De warmtepomp staat in stand-bywerking [ ].
f Schakel de installatie naar programmawerking om.
f
De spertijd is van kracht; de energiebedrijfblokkering wordt weer-
gegeven.
f Wacht tot de blokkeertijd verstreken is. De warmtepomp start
f
automatisch opnieuw.
Er is geen warmteaanvraag
f Controleer de nominale en werkelijke waarden onder
f
menuoptie "Info".
Er is eventueel een verkeerde beveiliging.
f Zie het hoofdstuk "Technische gegevens/gegevenstabel".
f
Info
De warmtepomp kan pas weer gestart worden, wanneer
de fout verholpen is en een reset van de warmtepomp
uitgevoerd werd (parameter "Reset warmtepomp").
Andere parameters voor de installatieanalyse:
- DIRECTSTART: Alleen onze klantenservice heeft toestemming
de directstart uit te voeren. Bij de directstart wordt een con-
trole van de warmtepompcompressor uitgevoerd.
- RELAISTEST: Relaistest van alle relais in de
warmtepompmanager
16.27 UUR
WPF | WPF cool |
39

Advertenties

loading