insTALLATie
Montage
11.4 installatie van de warmtebroninstallatie
De warmtebroninstallatie voor de brine | water-warmtepomp moet
uitgevoerd worden overeenkomstig de planningsdocumenten.
11.4.1 toegelaten glycol:
- Brine als concentraat op basis van ethyleenglycol, ordernr.:
231109 (inhoud 10 l)
- Brine als concentraat op basis van ethyleenglycol, ordernr.:
161696 (inhoud 30 l)
11.4.2 circulatiepomp en vereist debiet
Zie hoofdstuk Inbedrijfstelling "INBEDRIJFSTELLING / BRON / VER-
MOGEN SOLEPOMP".
www.stiebel-eltron.com
11.4.3 aansluiting en vulling met brine
f Spoel het leidingsysteem grondig door, voordat de warmte-
f
pomp op het warmtebroncircuit aangesloten wordt. Vreemde
voorwerpen, zoals roest, zand, afdichtingmateriaal belem-
meren de goede werking van de warmtepomp. Wij adviseren
om in de ingang van de warmtebron onze Sole-vuleenheid
WPSF te monteren (zie hoofdstuk "Toebehoren").
Voor een eenvoudige aansluiting op het warmtedragercircuit zijn
stekkers bij het toestel geleverd (zie hoofdstuk "Koppelingen mon-
teren").
Het brinevolume in de warmtepomp volgens gebruiksvoorwaar-
den kan uit de gegevenstabel gehaald worden (zie hoofdstuk
"Technische gegevens").
Het totale volume komt overeen met het vereiste brinevolume, dat
moet worden gemengd uit onverdund ethyleenglycol en water. Het
chloridegehalte van het water mag 300 ppm niet overschrijden.
Mengverhouding
De brineconcentratie is verschillend wanneer een bodemcollector
of een aardwarmtesonde als warmtebron wordt gebruikt.
De mengverhouding treft u aan in de volgende tabel.
ethyleenglycol
Aardwarmtesonde
25 %
Bodemcollector
33 %
Broncircuit vullen
1
1 Aftapping bronzijde
f Vul het broncircuit via de aftapping.
f
Na het vullen van de installatie met brine en voor de eerste in-
bedrijfstelling moet de aftapopening worden geopend totdat er
brine uitloopt. Er mag geen water achterblijven in de leiding naar
de aftapping.
Water
75 %
67 %
WPF | WPF cool |
25