Bediening
Menustructuur
Uitzondering: Wanneer het warm water vanaf 's avonds 22.00 uur
tot de volgende dag 's morgens om 6.00 uur moet worden ver-
warmd, zijn hiervoor 2 omschakelparen nodig.
Voorbeeld:
U wenst het warm water dagelijks op twee verschillende tijden op
te warmen: 's avonds van 22.00 uur tot de volgende dag 's ochtends
om 6.00 uur en daarna van 8.00 uur tot 9.00 uur.
Aangezien de dag om 0.00 uur begint, moet ook in dit voorbeeld
om 0.00 uur met de programmering worden begonnen.
- Het eerste omschakelpaar duurt van 0.00 uur tot 6.00 uur.
- Het 2e omschakelpaar begint om 8.00 uur en eindigt om 9.00
uur.
- Het 3e omschakelpaar begint om 22:00 uur en eindigt om
24:00 uur.
5.3.3 Partyprogramma
In het Partyprogramma kan de Comfortwerking voor de verwar-
ming met enkele uren worden verlengd.
5.3.4 vakantieprogramma
In het Vakantieprogramma draait de warmtepompinstallatie in
ECO-werking en is de vorstbeschermingsfunctie voor de warm-
waterbereiding actief.
Voor het begin en het einde van de vakantie moet telkens het jaar,
de maand en de dag worden ingevoerd. De begintijd op de begin-
dag van de vakantie is 0.00 uur. De eindtijd ligt op de laatste dag
van de vakantie om 24:00 uur. Als de vakantie ten einde is, werkt
de warmtepompinstallatie weer volgens het vorige verwarmings-
en warmwaterprogramma.
5.3.5 opwarmingsprogramma
Info
Menuoptie "Opwarmingsprogramma" is met een code
beschermd en alleen de installateur kan deze bekijken.
Opwarmprogramma voor vloerverwarming
Droogverwarmen mag niet met de warmtepomp uitgevoerd wor-
den, omdat bij verwarmen met de warmtepomp de warmtebron
zo sterk belast wordt, dat deze beschadigd kan worden. Hier moet
de elektrische nood-/bijverwarming voor het opwarmingspro-
gramma gebruikt worden. Daarvoor moeten parameters "OND
WERKINGSGEBIED VERW" en "BIVALENTIETEMP VERWARMING" op
30 °C worden gezet en moet het opwarmingsprogramma worden
gestart.
In het opwarmprogramma kan het noodbedrijf niet worden ge-
activeerd.
Er zijn in totaal 6 parameters voor het opwarmprogramma. Zodra
het opwarmprogramma wordt geactiveerd, kunnen de 6 parame-
ters één voor één aangepast worden. Het programma wordt met
parameter "OPWARMINGSPROGRAMMA" en met instelling "AAN"
gestart. Daarna wordt naar de ingestelde eerste sokkeltempera-
tuur opgewarmd. De eerste sokkeltemperatuur wordt gedurende
de ingestelde tijd (parameter "TIJD-E-OPWARM") aangehouden.
Na het verstrijken van deze tijd wordt met een stijging K/dag (pa-
rameter "STIJGING PER DAG") opgewarmd tot de maximale eerste
opwarmtemperatuur (parameter "Opwarmtemp-max") en wordt
gedurende de ingestelde tijd (parameter "Max-temp") de maxi-
www.stiebel-eltron.com
mumtemperatuur aangehouden. Daarna wordt in dezelfde stap-
pen waarin werd opgewarmd, verlaagd naar de eerste opwarm-
temperatuur. Hiermee is het opwarmprogramma beëindigd. Zodra
2 verwarmingscircuits in werking zijn, werken beide volgens het
opwarmprogramma (werking met buffervat en mengklepcircuit).
Het directe verwarmingscircuit 1 (buffercircuit met retoursensor)
neemt de nominale waarden over van het opwarmprogramma.
Omdat via de retoursensor wordt geregeld, ligt de effectieve
temperatuur in het buffervat op de aanvoer voor de verwarming
hoger. De mengklep (verwarmingscircuit 2) regelt weer omlaag
naar de ingestelde nominale waarden van het opwarmprogramma
(eerste opwarmtemperatuur en maximumtemperatuur).
3
4
1
2
6
Y Temperatuur
X Tijd
1 Maximumtemperatuur
2 Sokkeltemperatuur
3 Duur sokkeltemperatuur
4 Stijging K/dag
5 Duur maximumtemperatuur
6 Start
7 Einde
Bij werking met 2 verwarmingscircuits is het belangrijk dat alleen
de mengklepcircuitpomp draait.
Als alleen het directe verwarmingscircuit 1 in werking is, wordt
ook weer via de retoursensor geregeld. Omdat de effectieve tem-
peratuur in het buffervat op de aanvoer voor de verwarming hoger
ligt, wordt in deze configuratie 5 K afgetrokken van de nominale
waarden van het opwarmprogramma (eerste opwarmtemperatuur
en maximumtemperatuur).
Tijdens het uitvoeren van het opwarmprogramma wordt de zo-
merlogica niet toegepast.
5
7
WPF | WPF cool |
13