Bediening
Menustructuur
afstandsbediening fe 7 (remote control fe 7)
Deze menuoptie wordt alleen weergegeven, wanneer afstands-
bediening FE 7 aangesloten is.
instelling verwarmingscircuit
Afstandsbediening FE 7 kan voor beide verwarmingscircuits ge-
kozen worden.
Met deze parameter kunt u bepalen voor welk verwarmingscir-
cuit de afstandsbediening moet werken. Onder Info/Installatie/
Kamertemperatuur kan, afhankelijk van de keuze op de afstands-
bediening, de werkelijke kamertemperatuur opgeroepen worden.
Kamerinvloed
Standaardinstelling 5, instelbaar van ---- over 0 tot 20 Streepjes
(----) op het display:
bij aangesloten afstandsbediening FE 7 dient de kamersensor al-
leen voor de registratie en weergave van de reële kamertempera-
tuur. Deze heeft geen invloed op de regeling. Met de afstandsbe-
diening kan de kamertemperatuur voor verwarmingscircuit 1 of 2
alleen in automatische werking met ± 5 °C worden gewijzigd. Deze
wijziging van de nominale waarde geldt voor de op dat ogenblik
actuele verwarmingstijd, niet voor de verlagingstijd.
Tegelijk dient de instelling "0 tot 20" voor de sturing van de ka-
merafhankelijke nachtverlaging. Dit betekent dat, wanneer wordt
overgeschakeld van de verwarmingsfase naar de verlagingsfase,
de verwarmingscircuitpomp uitschakelt. Ze blijft uitgeschakeld
tot de reële kamertemperatuur voor het eerst onder de nomi-
nale kamerwaarde daalt. Daarna wordt verder weersafhankelijk
geregeld.
Als de kamertemperatuur ook bij het regelcircuit moet worden
betrokken, moet de invloed van de kamersensor ingesteld worden
op een waarde > 0. De invloed van de kamersensor heeft dezelfde
werking als de buitensensor op de retourtemperatuur, maar het
effect is 1 tot 20 keer groter (overeenkomstig de ingestelde factor).
-
Kamertemperatuurafhankelijke retour-/
aanvoertemperatuur met buitentemperatuurinvloed
Bij deze regelingswijze wordt een regelaarcascade gevormd op
basis van de weersafhankelijke en kamertemperatuurafhanke-
lijke retour-/aanvoertemperatuurregeling. De weersafhankelijke
retour-/aanvoertemperatuurregeling zorgt dus voor een vooraf-
gaande instelling van de retour-/aanvoertemperatuur, die door de
hogergeplaatste kamertemperatuurregeling volgens onderstaan-
de formule wordt gecorrigeerd:
∆ϕ
= (ϕ
− ϕ
) * S * K
R
Rnom
Rreëel
Omdat een belangrijk gedeelte van de regeling reeds door de
weersafhankelijke regeling wordt waargenomen, kan de invloed
van de kamersensor K lager ingesteld worden dan bij de zuivere
kamertemperatuurregeling (K=20). De afbeelding toont de werk-
wijze van de regeling met ingestelde factor K=10 (ruimte-invloed)
en een stooklijn S=1,2
-
Kamertemperatuurregeling met weersinvloed.
Deze regelingswijze biedt twee belangrijke voordelen:
Foutief ingestelde stooklijnen worden gecorrigeerd door kamer-
sensorinvloed K, door de kleinere factor K werkt de regeling sta-
bieler
18
| WPF | WPF cool
Bij alle regelingen met kamersensorinvloed moet echter op het
volgende worden gelet:
- De kamersensor moet de kamertemperatuur exact
registreren.
- Open deuren en vensters hebben een grote invloed op het
regelresultaat.
- De radiatorkranen in de regelkamer moeten altijd volledig
geopend zijn.
- De temperatuur in de regelkamer is bepalend voor het volle-
dige verwarmingscircuit.
Als de kamertemperatuur ook bij het regelcircuit moet worden
betrokken, moet de invloed van de kamersensor ingesteld worden
op een waarde > 0.
90
80
1
70
60
1
50
1
40
30
20
10
Y
0
X 1
17
18
19
20
21
22
23 24
Y
Aanvoertemperatuur [°C]
X 1 Kamertemperatuur [°C]
X 2 Buitentemperatuur [°C]
1
Ruimtesensorinvloed bij K = 10 en S = 1,2 en regelafwij-
king +/- 2 K
2
Stooklijn S = 1,2
3
Weersafhankelijke nominale aanvoerwaarde bij ϕ
- 10 °C
4
Weersafhankelijke nominale aanvoerwaarde bij ϕ
5
Weersafhankelijke nominale aanvoerwaarde bij ϕ
10 °C
Kamercorrectie
Met deze parameter kan de gemeten kamertemperatuur worden
gekalibreerd.
Pompcycli
Verwarmingscircuitpompsturing
-
Parameter "Pompcycli" geldt alleen voor het directe verwarmings-
circuit 1, dus voor verwarmingscircuitpomp 1.
De parameter kan "AAN" of "UIT" geschakeld worden. In de stand
UIT draait de verwarmingscircuitpomp niet cyclisch. Ze draait con-
tinu. Ze wordt enkel uitgeschakeld in zomerwerking.
Zodra de parameter op "AAN" gezet wordt, wordt het schakelen
van de verwarmingscircuitpomp gestuurd op basis van een vast
temperatuurverloop van de buitentemperatuur.
De inschakelimpuls voor de verwarmingscircuitpomp is altijd 5
minuten.
De verwarmingscircuitpomp voor verwarmingscircuit 1 start bij
elke start van de warmtepomp. Na het uitschakelen van de warm-
tepomp draait de pomp nog 5 minuten na. Nu wordt de inschakel-
3
4
2
5
Y
X 2
25
15
10
0
-5
-10 -15
20
5
A
A
A
www.stiebel-eltron.com
-20
=
= 0 °C
= +