Download Print deze pagina

Stiebel Eltron WPF 04 Handleiding Voor Bediening En Installatie pagina 16

Brine/water

Advertenties

Bediening
Menustructuur
Verwarmingscurve
Instelling programmawerking omschakelen tussen Comfort- en
ECO-werking
De afbeelding toont de grafiek met de ingestelde stooklijn met
betrekking tot een nominale kamerwaarde voor de Comfort-wer-
king. De tweede weergegeven stippellijn heeft betrekking op een
nominale kamerwaarde voor de ECO-werking.
60
40
20
0
20
15
10
5
Y Retour-/ aanvoertemperatuur [°C]
X Buitentemperatuur [°C]
1 Comfort-bedrijf
2 ECO-bedrijf
stooklijn aanpassen
Voorbeeld:
Bij een verwarmingsinstallatie is in het tussenseizoen bij een bui-
tentemperatuur tussen 5 °C en 15 °C de temperatuur in het huis
te laag hoewel de radiatorkranen open staan, bij buitentempera-
turen ≤ 0 °C is de temperatuur in het huis in orde. Dit probleem
wordt verholpen door de stooklijn parallel te verschuiven en te-
gelijk te verkleinen.
Vooraf werd de stooklijn op 1,0 ingesteld op basis van een no-
minale kamertemperatuurwaarde van 20 °C. De stippellijn toont
de naar 0,83 gewijzigde stooklijn en een naar 23,2 °C gewijzigde
nominale kamertemperatuur.
60
40
20
0
20
15
10
5
Y Retour-/ aanvoertemperatuur [°C]
X Buitentemperatuur [°C]
16
| WPF | WPF cool
1
2
0
-5
-10
-15
-20
0
-5
-10
-15
-20
Basisinstelling
Bufferwerking
Deze parameter moet op "AAN" gezet worden, als een buffervat
gebruikt wordt.
zomerbedrijf
Met parameter "Zomerbedrijf" kan bepaald worden vanaf welk
tijdstip de verwarmingsinstallatie naar zomerbedrijf moet gaan.
Het zomerbedrijf kan worden in- of uitgeschakeld. In totaal zijn
er 2 verstelbare parameters voor deze functie.
-
Parameter Buitentemperatuur:
Instelbare buitentemperatuur 10 °C tot 30 °C.
Parameter gebouwisolatie
-
Bij deze parameter is het mogelijk om afhankelijk van het ge-
bouwtype te kiezen of een gemiddelde waardeopbouw van de
buitentemperatuur berekend dient te worden.
U kunt uit 3 instellingen kiezen.
Instelling "1": lichte bouwtype (berekening gemiddelde waarde
over 24 uur) van de buitentemperatuur, bijv. houtconstructie met
snelle warmtedoorgang.
Instelling "2": gemiddelde bouwtype (berekening gemiddelde
waarde over 48 uur) van de buitentemperatuur, bijv. gemetseld
met warmte-isolatie met gemiddelde warmtedoorgang.
Instelling "3": sterke bouwtype (berekening gemiddelde waarde
over 72 uur) van de buitentemperatuur. Huis met trage warmte-
overdracht.
Als de berekende buitentemperatuur ≥ de ingestelde buitentem-
peratuur is, schakelen beide verwarmingcircuits (indien voorhan-
den) naar zomerwerking, terugschakelhysterese –1 K.
Bij regeling met vaste waarde is de zomerwerking voor het eerste
verwarmingscircuit niet actief.
Maximale retourtemperatuur
Instelbereik 20 °C tot 55 °C.
Als deze ingestelde temperatuur tijdens de verwarmingsfunctie
op de retoursensor wordt bereikt, wordt de warmtepomp on-
middellijk uitgeschakeld. Deze veiligheidsfunctie voorkomt dat de
hogedrukbeveiligingsschakelaar wordt geactiveerd. Het bereiken
van deze waarde heeft geen foutmelding tot gevolg.
Tijdens warmwaterwerking wordt de retourtemperatuur niet op-
gevraagd.
Maximale aanvoertemperatuur
Maximale aanvoertemperatuur van de warmtepomp voor ver-
warming
Instelbereik 20 °C tot 65 °C.
Deze instelling beperkt de aanvoertemperatuur van de warm-
tepomp en van de elektrische nood-/bijverwarming tijdens de
verwarmingsfunctie.
Mengdynamiek
Looptijd van de mengklep
www.stiebel-eltron.com

Advertenties

loading