Samenvatting van Inhoud voor De Dietrich EASYLIFE ALEZIO MIV-4S/E 4-8 V200
Pagina 1
EASYLIFE ALEZIO S V200 Installatie- en servicehandleiding Omkeerbare lucht/water-warmtepomp 'Split Inverter' ALEZIO S V200 MIV-4S/E 4-8 V200 MIV-4S/E 11-16 V200 MIV-4S/H 4-8 V200 MIV-4S/H 11-16 V200 S U S T A I N A B L E C O M F O R T ®...
1 Veiligheidsinstructies en aanbevelingen Veiligheidsinstructies en aanbevelingen Veiligheid Werking Gevaar Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van acht jaar en ouder en mensen met lichamelijke, gevoelsmatige of gees telijke beperkingen of met gebrek aan ervaring en kennis als ze begeleiding en instructie krijgen hoe het apparaat op een veilige manier te gebruiken en de eraan verbonden gevaren begrijpen.
1 Veiligheidsinstructies en aanbevelingen Tapwater Tap het apparaat als volgt af: 1. Sluit de aanvoerleiding van het sanitair koud water. 2. Open een warmwaterkraan in de installatie. 3. Open een kraan van de veiligheidsgroep. 4. Wanneer er geen water meer uitstroomt, is het apparaat leeg. De drukbegrenzer (veiligheidsventiel of veiligheidsgroep) moet regelmatig wor...
1 Veiligheidsinstructies en aanbevelingen Veiligheid van het koudemiddel Waarschuwing Koelvloeistof en leidingen: Gebruik uitsluitend R410A koelvloeistof voor het vullen van de installatie. Gebruik gereedschap en leidingonderdelen die speciaal ontwor pen zijn voor een gebruik met R410A koelvloeistof. Gebruik leidingen van zuurstofarm fosforkoper voor het trans port van de koelvloeistof.
1 Veiligheidsinstructies en aanbevelingen Wees voorzichtig met het sanitair warmwater. Afhankelijk van de warmte pompinstellingen kan de temperatuur van sanitair warmwater hoger dan 65 °C worden. Om het gevaar voor brandwonden door heet water te beperken moet er een thermostatische mengkraan in de vertrekleiding van het sanitair warmwater worden opgenomen.
1 Veiligheidsinstructies en aanbevelingen Schakel voor alle werkzaamheden aan het koelsysteem het apparaat uit en wacht enkele minuten. Sommige componenten zoals de compressor en de buizen kunnen warmer dan 100 °C worden en een hoge druk op bouwen, wat tot ernstig letsel kan leiden. Lokaliseer en verhelp de oorzaak van de uitschakeling voordat u de veilig...
2 Over deze handleiding Over deze handleiding Aanvullende documentatie Deze handleiding bevat informatie over binnenmodule van de warmte pomp, met inbegrip van het sanitair warmwaterboiler, alsmede informatie over verschillende componenten op de buitenunit. Raadpleeg de handleiding bij de buitenunit voor aanvullende informatie over deze unit.
Pagina 11
2 Over deze handleiding Afb.3 Op de aansluitsticker gebruikte 1 Sensorkabel - laagspanning symbolen 2 Voedingskabel 230 V / 400 V 3 Aanvoer CV 4 Circuit B-aanvoerleidingaansluiting 5 Retour CV 6 Circuit B retourleiding (optioneel) G1" G1" 7 Aansluiting voor recirculatie 8 Sanitair-warmwateruitlaat 9 Aanvoer naar ketelbijverwarming G1"...
3 Technische specificaties Technische specificaties Goedkeuringen 3.1.1 Richtlijnen Dit product voldoet aan de eisen van de volgende Europese richtlijnen en normen: Richtlijn drukapparatuur 2014/68/EU Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EG Generieke norm: EN 60335-1 Relevante normen: EN 60335-2-21, EN 60335-2-40 EMC-richtlijn 2014/30/EU Generieke normen: EN 61000-6-3, EN 61000-6-1 Relevante norm: EN 55014 Dit product voldoet aan de eisen van Europese richtlijn 2009/125/EG inza...
Pagina 13
3 Technische specificaties AWHP 4.5 MR AWHP 6 MR-3 AWHP 8 MR-2 AWHP 11 MR-2 AWHP 16 MR-2 AWHP 11 TR-2 AWHP 16 TR-2 Grenstempera +7 °C/+25 °C +7 °C/+25 °C +7 °C/+25 °C +7 °C/+25 °C +7 °C/+25 °C turen van het water bij werk...
3 Technische specificaties Belangrijk R410A koudemiddel is opgesloten in hermetisch afgedichte appa raten. Belangrijk Het aardopwarmingsvermogen (GWP) van R410A-gas is 2088. De waarden in equivalente tonnen CO worden berekend met de volgende formule: hoeveelheid (in kg) koudemiddelvloeistof x GWP / 1000. 3.2.2 Sanitair-warmwaterboiler Tab.6...
3 Technische specificaties 3.2.6 Circulatiepomp Belangrijk De benchmark voor de meest efficiënte circulatiepompen is EEI ≤ 0,20. De circulatiepomp in de binnenmodule is een pomp met variabel toerental. Deze past het toerental aan het distributienet aan. Het toerental van de circulatiepomp wordt aangestuurd om een debiet te bereiken voor de richttemperatuur.
4 Beschrijving van het product Beschrijving van het product Werkingsprincipe De buitenunit produceert warmte of koude en geeft deze door aan de bin nenmodule via het koudemiddel in de platenwarmtewisselaar. De binnen module is voorzien van een speciale regelaar waarmee de temperatuur van het verwarmingswater aangepast kan worden aan de behoeften in de woning.
4 Beschrijving van het product 23 Aftapkraan sanitair-warmwaterboiler 24 Ontluchter Afb.15 Plaats van de elektronische bestu 1 EHC–04 besturingsprint centrale unit Regelaar voor de warmte ringsprints pomp en het eerste verwarmingscircuit 2 Plaats voor optionele SCB-04 besturingsprint: Regelt een tweede verwarmingscircuit 3 HPC–01 besturingsprint: Interfacebesturingsprint voor de buiten...
5 Voor de installatie Voor de installatie Installatievoorschriften Waarschuwing De installatie van de warmtepomp moet door een erkend installa teur worden uitgevoerd volgens de plaatselijk en nationaal gelden de regelgeving. Waarschuwing De componenten die worden gebruikt voor het aansluiten van de koudwatertoevoer moeten voldoen aan de normen en voorschrif...
°f 7 - 15 Totale hardheid van het water °dH 4 - 8,5 mmol/l 0,7 - 1,5 Belangrijk Indien waterbehandeling noodzakelijk is, beveelt De Dietrich de volgende fabrikanten aan: Cillit Climalife Fernox Permo Sentinel 5.2.3 Bijzondere voorzorgen voor het aansluiten van het ver...
5 Voor de installatie 5.2.4 Bijzondere voorzorgen voor het aansluiten van het sani tair-warmwatercircuit Bijzondere voorzorgen Voor de aansluiting is het absoluut noodzakelijk de normen en de lokale voorschriften in acht te nemen. Spoel eerst de sanitair-wateraanvoerleidingen door alvorens tot aanslui ting over te gaan, om het binnendringen van metalen deeltjes of dergelijke in het apparaat te voorkomen.
5 Voor de installatie vergemakkelijken. De afsluiters maken het onderhoud van de sanitair- warmwaterboiler en de bijbehorende organen mogelijk zonder de gehele installatie te moeten aftappen. Deze kranen maken het ook mogelijk om de sanitair-warmwaterboiler te isoleren bij de controle onder druk van de waterdichtheid van de installa tie, indien de testdruk hoger is dan de toegelaten werkdruk voor de sani...
5 Voor de installatie Waarschuwing Plaats het apparaat niet in een kast 5.3.3 Afstand tussen de modules Afb.17 Schema met de afstanden tussen 1 Buitenunit modules 2 Binnenmodule Zorg dat de koudemiddelverbinding minstens 2 m lang is door een of twee extra horizontale lussen te maken om deze storingen te beperken.
Pagina 34
5 Voor de installatie Gebruik altijd een voetstuk met een metalen frame hoog genoeg boven de grond uitsteekt zodat het condenswater goed kan wegstromen. De breed te van het voetstuk mag niet groter zijn dan die van de buitenunit. Installeer de buitenunit altijd hoog genoeg boven de grond zodat het con denswater goed kan wegstromen.
5 Voor de installatie AWHP 4.5 MR AWHP 11 MR-2 AWHP 6 MR-3 AWHP 16 MR-2 AWHP 8 MR-2 AWHP 11 TR-2 AWHP 16 TR-2 1000 1000 1500 Installatie in koude en besneeuwde gebieden Wind en sneeuw kunnen aanzienlijk afbreuk doen aan de prestaties van de warmtepomp.
Pagina 36
5 Voor de installatie Aanbevolen locaties Plaats de buitensensor op een locatie die aan de volgende kenmerken voldoet: Op een gevel van de te verwarmen ruimte, indien mogelijk op het noor den. Halverwege de muur van de te verwarmen ruimte. Onder invloed van wisselende weersomstandigheden.
5 Voor de installatie Aansluitschema's 5.4.1 ALEZIO S V200 elektrisch aansluitschema voor een di rect circuit met elektrische bijverwarming Afb.24 MIV-4S met een vloerverwarmingscircuit, een aangesloten SMART TC thermostaat en een elektrische bijverwarming SMART TC° AD324 EH146 HA255 230V 50Hz 230V 230V EH142...
Pagina 38
5 Voor de installatie Aansluiten en configureren van een ALEZIO S V200 voor een direct circuit met elektrische bijverwarming Afb.25 230V 50Hz 19° 230V 230V 50Hz 50Hz MW-1001152-1 1 Buitentemperatuursensor 3 Thermostaat 2 Bekabelingsset voor directe vloerverwarming 8 Buitenunit-busaansluiting 1. Sluit de accessoires en opties aan op de EHC–04 besturingsprint. Houd u aan de juiste kabeldoorvoeren voor 230-400 V en 0-40 V.
5 Voor de installatie 5.4.2 ALEZIO S V200 aansluitschema voor twee circuits met elektrische bijverwarming Afb.26 MIV-4S met een direct circuit, een circuit met mengklep, twee aangesloten SMART TCthermostaten en een elektri sche back-up SMART TC° SMART TC° AD324 AD324 EH858 230V EH61...
Pagina 40
5 Voor de installatie Aansluiten en configureren van een ALEZIO S V200 voor twee circuits met elektrische bijverwarming Afb.27 CIRC B CIRC A 230V 50Hz 19° 230V 230V 50Hz 50Hz MW-1001150-1 1 Buitentemperatuursensor 7 Circuit A thermostaat 2 Veiligheidsthermostaat voor vloerverwarming uit 8 Buitenunit-busaansluiting gang 9 Verbinding 230 V voeding tussen de EHC–04 en de...
5 Voor de installatie 4. Kies het nummer dat correspondeert met het installatietype door op de toets te drukken. Type installatie 1 direct verwarmingscircuit + 1 sanitair-warmwaterboi ler + 1 mengklep Het selecteren van het installatietype maakt automatische configu ratie mogelijk van de parameters die nodig zijn om het bedienings paneel correct te laten werken (stooklijn, maximum circuittempera...
Pagina 42
5 Voor de installatie Aansluiten en configureren van een ALEZIO S V200 voor een direct circuit met hydraulische bijverwarming Afb.29 230V 50Hz 19° 230V 50Hz 230V 50Hz MW-1001151-1 1 Buitentemperatuursensor 4 ON/OFF contact voor de hydraulische bijverwarming 2 Pomp van hydraulische bijverwarming 8 Buitenunit-busaansluiting 3 Thermostaat 1.
6 Installatie Installatie Algemeen Overeenkomstig artikel L. 113-3 van de Franse consumentenwet moet dit soort apparatuur door een erkende monteur worden geïnstalleerd indien de hoeveelheid koelmiddel de twee kilogram overschrijdt of indien een koppeling van koelmiddelleidingen nodig is (zoals bij splitsystemen, zelfs indien uitgevoerd met een snelkoppeling).
Pagina 44
6 Installatie Afb.31 Bovenpaneel verwijderen 1. Verwijder het bovenpaneel door de twee schroeven los te draaien. 2. Duw het bovenpanel naar de voorkant. MW-3000481-01 Afb.32 3. Til het bovenpaneel op. MW-3000482-01 Afb.33 Verwijderen van de deur van het 4. Open en verwijder de toegangsklep van het bedieningspaneel. bedieningspaneel MW-3000465-01 MIV-4S...
6 Installatie Afb.34 Verwijder het voorpaneel 5. Kantel het voorpaneel naar u toe door stevig aan beide kanten te trekken. 6. Verwijder het voorpaneel door het stevig omhoog te trekken. Afb.35 Toegang tot de achterkant van het 7. Til de steun van bedieningspaneelmodule op en verdraai deze. bedieningspaneel 8.
Pagina 46
6 Installatie Afb.36 2. Haal het bedieningspaneel uit zijn behuizing en koppel de verbindin gen los. MW-3000466-01 Afb.37 3. Til de steun van bedieningspaneelmodule op en verdraai deze. 4. Verwijder het steun van het bedieningspaneel. MW-3000472-01 Afb.38 5. Draai de vier bevestigingsschroeven aan de zijkant los en verwijder de zijkanthaken.
6 Installatie Afb.39 6. Klik de bedieningsmodulebeugel los. 7. Draai de steun van de bedieningspaneelmodule 180° en zet hem te rug op zijn plaats. 180° 8. Plaats de zijkanthaken terug en breng de schroeven weer op hun plaats. 9. Klik de bedieningsmodulebeugel terug op zijn plaats. 10.
6 Installatie Afb.42 2. Sluit de verwarmingsretourleiding voor de binnenmodule aan. 3. Sluit de verwarmingsaanvoerleiding voor de binnenmodule aan. Opgelet Op een direct circuit met radiatoren met thermostaatkranen moet een differentieelklep worden geïnstalleerd om debiet te garande ren. In geval van standaardkranen moet een radiator permanent geopend zijn zodat het water kan circuleren en om voor een mini...
6 Installatie 6.3.3 Sanitair-warmwatercircuit aansluiten Waarschuwing Voor de aansluiting is het absoluut noodzakelijk de normen en de lokale voorschriften in acht te nemen. Opgelet Maximumtemperatuur bij het tappunt: de maximale temperatuur van sanitair warmwater bij het tappunt is onderworpen aan specia le voorschriften in de verschillende landen waar dit apparaat wordt verkocht om de consument te beschermen.
6 Installatie 6.3.4 Aansluiten van de afvoerpijp van de veiligheidsklep Afb.46 1. Sluit de afvoerpijp aan op de riolering. Opgelet De afvoerpijp van de veiligheidsklep mag niet worden afgesloten. De afvoerpijp kan links of rechts worden gemonteerd. 6.3.5 Bijverwarmingsketel aansluiten Afb.47 Bijverwarmingsketel aansluiten 1.
6 Installatie Lengte van kou 10 m 15 m 20 m 30 m Yg/m demiddelleiding (1) Berekening: Xg = Yg/m x (leidinglengte (m) – 7) Tab.24 Toe te voegen hoeveelheid koudemiddel Lengte van koudemiddellei AWHP 6 MR-3 AWHP 8 MR-2 AWHP 8 MR-2 R1.UK AWHP 11 MR-2 ding...
Pagina 52
6 Installatie Afb.50 3/8 inch en 5/8 inch moer losdraai 3. Draai de 3/8 inch en de 5/8 inch moer los. MW-6000328-1 Afb.51 Moeren of doppen weggooien 4. Afhankelijk van elk specifiek geval: Geval Model Handeling Alleen voor modellen Gooi de moeren weg als AWHP 4 MR, AWHP 4.5 afval.
Pagina 53
6 Installatie Afb.54 Leidingen aansluiten 8. Verbind de buizen en draai de moeren vast met een momentsleutel. Geval Model Alleen voor modellen AWHP 4 MRAWHP 4.5 MR, AWHP 6 MR-2, AWHP 6 MR-3 Voor andere modellen Aanwijzing Breng koelolie aan op de gerilde delen om het vastdraaien te ver gemakkelijken en de afdichting te verbeteren.
6 Installatie Afb.57 Leidingen aansluiten 13. Verbind de buizen en draai de moeren vast met een momentsleutel. Aanwijzing Breng koelolie aan op de gerilde delen om het vastdraaien te ver gemakkelijken en de afdichting te verbeteren. Om het risico van weglekken van koudemiddel te voorkomen wordt voor dit deel van de klep geen moersleutel gebruikt.
6 Installatie 6.4.4 Vacuüm trekken Afb.59 Afsluiters 1. Controleer of de afsluiters A en B / C dichtgedraaid zijn. 2. Sluit de vacuümmeter en de vacuümpomp aan op het servicekop pelstuk op afsluiter A. 3. Trek een vacuüm in de binnenmodule en de koelleidingen. 4.
6 Installatie Elektrische aansluitingen 6.5.1 Aanbevelingen Waarschuwing De elektrische aansluitingen moeten altijd spanningsloos wor den uitgevoerd en alleen door erkende installateurs Leg het apparaat aan de aarde vóór het maken van elektrische verbindingen. Voer de elektrische aansluitingen op het apparaat uit overeenkomstig de eisen van de geldende voorschriften.
6 Installatie Opgelet Bevestig de kabel met de meegeleverde kabelklem. Zorg dat de draden niet met verwisseld worden. 6.5.2 Kabels leggen Opgelet Houd de sensorkabels gescheiden van de 230/400 V kabels. Maak alle kabels vast aan het bovenpaneel met behulp van een van de kabelklemmen uit het zakje met toebehoren.
6 Installatie SCB-04 Klemmenstrook van besturingsprint Afb.63 Klemmenstrook van binnenmodule X1 Voeding voor de pomp/driewegklep/ingang veiligheidsklep X2 PWM pomp X6 230 V-voeding OT/RU: Kamertemperatuursensor/thermostaat aan/uit of modu FUSE lerede thermostaat/OpenTherm S EXT : Buitentemperatuursensor S DEP : Debietsensor X8 BUS X9 BUS ON/OFF + TS...
6 Installatie Afb.64 Toegang verkrijgen tot de bestu 2. Draai de vier schroeven los in de plaat die de besturingsprint afdekt. ringsprints Voor meer informatie, zie Demonteren van de binnenmodule., pagina 43 6.5.6 Kabels aansluiten op de printkaarten. Gebruik originele connectoren ingestoken in de verschillende klemmen stroken.
Pagina 61
6 Installatie Afb.69 Servicepaneel voor alle modellen behalve AWHP 4.5 MR en AWHP 6 MR-3 MW-2000055-3 Afb.70 Servicepaneel voor AWHP 4.5 MR MW-1000787-1 Afb.71 Servicepaneel voor AWHP 6 MR-3 2. Deze stap geldt alleen voor AWHP 4.5 MR: Verwijder de aardeaan sluiting van het apparaat en gooi deze weg als afval.
6 Installatie Afb.72 AWHP 4.5 MR 4. Stap 4 geldt alleen voor het model AWHP 4.5 MR. Zet de meegele verde schroef en vierkante onderlegring vast op het gestripte deel van de massadraad Gevaar Het gestripte deel van de aardingsdraad moet onder de onderleg ring tegen het onderstel worden aangebracht.
6 Installatie 6.5.9 Buitensensor aansluiten Afb.74 Buitensensor aansluiten 1. Sluit de buitensensor aan op de Tout-ingang op de X28-connector op de EHC–04 CPU- besturingsprint van de binnenmodule. Belangrijk Gebruik een kabel met een minimum doorsnede van 2x0,35 mm MW-3000513-01 6.5.10 Hydraulische bijverwarming aansluiten 1.
Pagina 64
6 Installatie Afb.75 Toegang tot de klemmenstrook 3. Druk de beschermende flap omlaag op de klemmenstrook van de elektrische bijverwarming. 4. Verwijder de beschermende metaalplaat van de klemmenstrook van de elektrische bijverwarming. MW-3000467-01 Afb.76 Eenfase voeding 5. Een-fase voeding: Plaats de brug die overeenkomt met het vermogen van de elektri sche bijverwarming.
6 Installatie Afb.77 Driefase voeding 6. Driefase voeding: Plaats de brug die overeenkomt met het vermogen van de elektri sche bijverwarming. Druk de brug goed vast op de bodem van de connector. Sluit de voeding van de elektrische bijverwarming aan (druk op de oranje knop om de draad goed in de connector te kunnen plaat...
6 Installatie Opties aansluiten Afb.79 1. Sluit de opties aan volgens de configuratie van de installatie op de X12 of X19-connector op de EHC–04 besturingsprint in de binnen module. Tab.35 Opties aansluiten op X12 X12 connector Beschrijving OT ON/OFF On/off-OT/RU aansluitklemmen: aansluiting BL1 IN van een AAN/UIT thermostaat of een module...
6 Installatie Belangrijk Gebruik geen glycol. De componenten van de warmtepomp zijn niet geschikt voor een gebruik met glycol. Wanneer glycol in het cv-circuit wordt gebruikt, vervalt de garan tie. 1. Vul de installatie tot een druk van 1,5 tot 2 bar bereikt is. Lees de druk af van de manometer onder het bovenpaneel.
7 Inbedrijfstelling Inbedrijfstelling Algemeen De warmtepomp wordt in bedrijf gesteld: Wanneer het apparaat voor het eerst wordt gebruikt; Na een langere periode in de uitstand; Na voorvallen die een complete herinstallatie vereisen. Bij inbedrijfstelling van de warmtepomp kan de gebruiker zien wat de ver schillende instellingen en uit te voeren controles zijn om de warmtepomp in alle veiligheid op te starten.
7 Inbedrijfstelling Procedure voor inbedrijfstelling Opgelet De eerste inbedrijfstelling moet worden uitgevoerd door een er kend installateur. 1. Plaats het voorpaneel terug op de binnenmodule. 2. Plaats de deur van het bedieningspaneel terug. 3. Zet de bovendeksel terug op zijn plaats. 4.
7 Inbedrijfstelling Afb.81 1. Weergave van de bedieningspaneelversie Afb.82 2. SCANom te zoeken naar de verschillende opties die zijn aangesloten Afb.83 3. LOAD om informatie op te halen van de diverse besturingsprints Afb.84 4. Softwareversie van de besturingsprint van de centrale unit Afb.85 5.
7 Inbedrijfstelling Afb.88 Afb.89 3. Kies het nummer dat correspondeert met het installatietype door op de toets te drukken. Door de keuze van het installatietype is de automatische configuratie van de parameters mogelijk die nodig zijn voor de goede werking van het bedieningspaneel (stooklijn, maximum circuittemperatuur, etc.).
Pagina 72
7 Inbedrijfstelling mende cv-installaties. Voor afwijkende installaties en situaties kunnen de parameters gewijzigd worden. 1. Schakel de sanitair-warmwatermodus van de warmtepomp uit. 2. Simuleer een warmtevraag om de verwarmingsmodus op te starten. 3. Controleer of de buitenunit en de aangesloten bijverwarmingen op starten.
8 Werking Werking Gebruik van het bedieningspaneel 8.1.1 Beschrijving van het bedieningspaneel Beschrijving van de toetsen Afb.90 : terug naar vorig niveau zonder de aangebrachte wijzigingen op te slaan : handmatige reset : toegang tot de verwarmingsparameters : waarde verlagen : toegang tot de parameters voor het sanitair-warmwater : waarde verhogen : MODUS-weergave...
8 Werking Sanitair-warmwaterfunctie uitgeschakeld Waterdruk in het systeem Het display geeft afwisselend de waterdruk in het systeem en de gemeten aanvoertemperatuur weer. Afb.95 Constant weergegeven symbool: verschijnt wanneer de waarde van de waterdruk van het systeem is weergegeven Knipperend symbool: druk in het systeem is te laag XXX Druk in het systeem (in bar) of stromingstemperatuur (in °C) Koelingsmodus Afb.96...
8 Werking TELLER / TIJDS PROG / KLOK submenu's Afb.101 TELLER submenu (CNT) TIJDS PROG submenu: Klokprogrammering specifiek voor de verwarming en voor de sanitair warmwaterbereiding (CIRC A, CIRC B, ECS) Klokprogramma voor maandagen Klokprogramma voor dinsdagen Klokprogramma voor woensdagen Klokprogramma voor donderdagen Klokprogramma voor vrijdagen Klokprogramma voor zaterdagen...
8 Werking Menu besturingsprintkeuze Belangrijk Het pictogram wordt alleen weergegeven als een optionele besturingsprint is geïnstalleerd. Belangrijk De verschillende menu's zijn alleen toegankelijk als de pictogram men knipperen. Afb.105 Druk op toets toegang te krijgen tot het volgende menu, toegang te krijgen tot het volgende submenu, toegang te krijgen tot de volgende parameter, MW-1000576-1 de waarde te verhogen.
8 Werking Opstarten 1. Schakel de stroom van de buitenunit en de binnenmodule tegelijker tijd in. 2. De warmtepomp begint zijn opstartcyclus. Als de opstartcyclus normaal werkt, wordt een automatische ont luchtingscyclus gestart. Anders wordt er een storingsmelding weergegeven. Uitschakelen 8.3.1 Verwarming uitschakelen Belangrijk...
8 Werking 8.3.2 Sanitair-warmwaterbereiding uitzetten Belangrijk De koelfunctie kan worden geregeld via het TIJDS PROG-subme nu dat dient voor het programmeren van het klokprogramma. Afb.113 1. Ga naar de stopmodus door op de toets te drukken. MW-5000135-3 Afb.114 2. Selecteer de sanitair-warmwaterbereidingsmodus door op toets te drukken.
8 Werking Vorstbeveiliging Indien de verwarmingswatertemperatuur in de warmtepomp te veel daalt, wordt de ingebouwde beveiligingsvoorziening ingeschakeld. Deze voorzie ning werkt als volgt: Bij een watertemperatuur lager dan 5°C gaat de circulatiepomp werken. Als de watertemperatuur lager is dan 3°C, start de bijverwarming op. Bij een watertemperatuur hoger dan 10°C schakelt de bijverwarming uit en draait de circulatiepomp kort na.
9 Instellingen Instellingen Het wijzigen van de installateursparameters Opgelet Het wijzigen van de fabrieksinstellingen kan de werking van het apparaat nadelig beïnvloeden. De parameters van het menu Installateur mogen uitsluitend door een be voegde vakman worden gewijzigd. Afb.116 1. Ga naar het menu Installateur Afb.117 2.
9 Instellingen 9.2.2 CIRCA / CIRCB submenu's in het installateursmenu CP : Circuits Parameters = verwarmingscircuitparameters Tab.42 Parameter Beschrijving Fabrieksinstelling Fabrieksinstelling CIRCA CIRCB CP000 Instelling maximale aanvoertemperatuur voor deze groep Elektrische bijver Voor circuit A: Instelbaar van 7 øC tot 100 øC warming:90 Hydraulische bijver...
Pagina 82
9 Instellingen Parameter Beschrijving Fabrieksinstelling Fabrieksinstelling CIRCA CIRCB CP340 Werking in de gereduceerde modus (of ECO-modus): = Stop warmtevraag 1 = Continue warmtevraag CP370 Instelbaar van 10 øC tot 40 øC niet beschikbaar Wijzig deze afstelling niet CP380 Antilegionella setpunt voor tank niet beschikbaar Instelbaar van 40 øC tot 80 øC Wijzig deze afstelling niet...
9 Instellingen Parameter Beschrijving Fabrieksinstelling Fabrieksinstelling CIRCA CIRCB CP620 Hysterese uitgeschakeld voor proceswarmte per groep niet beschikbaar Instelbaar van 1 øC tot 15 øC Wijzig deze afstelling niet CP630 Startdag van de antilegionellafunctie niet beschikbaar 1 = Maandag 2 = Dinsdag 3 = Woensdag 4 = Donderdag 5 = Vrijdag...
9 Instellingen Beschrijving van de ADV geavanceerde parameters Fabrieksinstelling SCB-04 CP520 Vermogenssetpunt Instelbaar van 0 % tot 100 % Wijzig deze afstelling niet CP530 Pulsbreedtemodulatie van pomptoerental Instelbaar van 0 % tot 100 % Wijzig deze afstelling niet CP730 Opwarmsnelheid 0 = Extra langzaam 1 = Langzaamst 2 = Langzamer...
9 Instellingen Tab.45 Lijst met parameters in het submenu ADV van het installateursmenu Beschrijving van de ADV geavanceerde parameters EHC- -04 fabrieksin stelling DP004 Legionellamodus De legionella-preventiefunctie gaat de ontwikkeling van de Legionella bacterie in de sanitair-warmwaterboiler tegen. Deze bacterie veroorzaakt legionellose (de veteranenziekte): 0 = Uitgeschakeld 1 = Wekelijks aan: de sanitair-warmwaterboiler wordt wekelijks gedurende 20...
Pagina 86
9 Instellingen Tab.46 Parameter Beschrijving EHC- -04 fa SCB04- -B fa brieksinstelling brieksinstelling AP001 Geeft de functie van de blokkerende ingang weer. BL1 : niet beschikbaar 1 = Volledig geblokkeerd van de installatie – vorstbeveiliging niet gegarandeerd 2 = Gedeeltelijk geblokkeerd van de installatie – vorstbeveiliging actief 3 = Gebruikers reset vergrendeling 4 = Backup vrijgegeven...
9 Instellingen 9.2.8 EHC--04 submenu's met parameters CIRCA in het in stallateursmenu HP : Heat-pump Parameters = warmtepompparameters Tab.47 Parameter Beschrijving Fabrieksinstelling EHC--04 HP000 Buiten bivalente temperatuur Bivalente temperatuur waarboven alleen warmtepomp is toegestaan HP054 COP drempel waarboven de warmtepomp mag werken als hybride modus primaire energie is Instelbaar van 1 tot 5 Waarde geaccepteerd wanneer HP061=2...
Pagina 89
9 Instellingen ADV parameter Beschrijving van de ADV geavanceerde parameters Fabrieksinstelling EHC--04 HP011 Waarschuwing dat de aanvoer laag wordt 7 voor 4,5 kW Instelbaar van 0 l/m tot 95 l/m 7 voor 6 kW 9 voor 8 kW 14 voor 11 kW 14 voor 16 kW HP030 Vertraging voor starten van de volgende generator...
9 Instellingen ADV parameter Beschrijving van de ADV geavanceerde parameters Fabrieksinstelling EHC--04 HP092 Offset temperatuur van sww setpunt als fotovoltaïsch functie is geactiveerd Instelbaar van 0 tot 30 °C HP094 Start tijd van de stille werking als optie is geactiveerd 22:00 Instelbaar van 00:00 tot 23:59 HP095...
Pagina 91
9 Instellingen Parameter Beschrijving Eenheid EHC--04 SCB04–B AC007 Energieverbruik voor koeling in kWh AC008 Energielevering centrale verwarming AC009 Energielevering sanitair warm water AC010 Energielevering koeling AC026 Aantal pompuren AC027 Aantal pompstarts AC028 Totale werktijd van de eerste back-up trap AC029 Totale werktijd van de tweede back-up trap AC030 Totaal aantal starts van de eerste back-up trap...
9 Instellingen CLK parameter Eenheid MINUTEN Instelbaar van 0 t/m 59 beschikbaar DATE Instelbaar van 1 t/m 31 beschikbaar MAAND Instelbaar van 1 t/m 12 beschikbaar JAAR Instelbaar van 2000 tot 2100 beschikbaar Beschrijving van de parameters 9.3.1 Naverwarming in de verwarmingsmodus Startvoorwaarden voor de bijverwarming Belangrijk Als de parameters AP001 en AP100 zijn geconfigureerd op 4, 6...
9 Instellingen Werking van de bijverwarming tijdens het ontdooien van de buitenunit Wanneer de buitenunit wordt ontdooid, zorgt het bedieningspaneel voor een volledige bescherming van het systeem door eventueel de bijverwar mingen op te starten. Extra bescherming wordt geboden als de watertemperatuur te snel daalt. In dit geval wordt de buitenunit uitgezet.
9 Instellingen Fase Beschrijving van de werking Uitsluitend verwarming. De sanitair-warmwaterbereiding is uit. Zelfs indien de richttemperatuur voor sa nitair warmwater nog niet bereikt is, wordt een minimum opwarmingsduur geforceerd. Deze duur is in stelbaar via parameter DP048. Na deze verwarmingsperiode kan eventueel het warmwatertoestel weer geladen worden.
9 Instellingen Parameters instellen 9.4.1 Taal selecteren 1. Toegang tot het menu Gebruiker. 2. Selecteer het submenu HMI. Afb.121 3. Selecteer de parameter AP103 die correspondeert met de taalkeuze door de toetsen in te drukken. 4. Bevestig met de toets Afb.122 5.
9 Instellingen CNF-parameter De parameter CNF dient om de hybride warmtepomp te configureren af hankelijk van het type van de bijverwarming en het vermogen van de geïn stalleerde buitenunit. Tab.57 Waarde van de parameter CNF met een hydraulische bijverwar ming Vermogen van de buitenunit 4,5 kW 6 kW...
9 Instellingen 10. Ga terug naar het hoofdscherm door te drukken op de toets 9.4.4 Configureren van de functie geschat elektrisch energie verbruik De thermische energie van de binnenmodule wordt berekend Om de waarden voor het geschatte elektrische energiever door de twee PT1000 sensoren en de debietmeter aangeslo bruik te kunnen krijgen, moet u de parameter HP033 configu...
9 Instellingen 2. Open het menu Installateur door de code 0012 in te voeren met de toetsen 3. Bevestig het openen met de toets 4. Open de SCB-04 besturingsprintparameters van circuit B door op de toetsen te drukken. 5. Bevestig de selectie door op de toets te drukken.
9 Instellingen 9.4.7 Configureren van de hybride werkingsmodus van een hy draulische bijverwarming Belangrijk De hybride werkingsmodus is alleen beschikbaar voor apparaten met hydraulische bijverwarming. De hybride functie bestaat uit het automatisch overschakelen tussen de warmtepomp en de ketel op grond van de verbruikskosten of CO -uitstoot van elke warmtegenerator.
9 Instellingen Belangrijk De verwarming moet worden geactiveerd voordat de koeling kan werken. 1. Ga naar het menu Installateur . 2. Open het menu Installateur door de code 0012 in te voeren met de toetsen 3. Bevestig het openen met de toets 4.
9 Instellingen Afb.131 Voorbeeld Belangrijk Elke dag om middernacht wordt de richtwaarde van de begintem peratuur van het vloerdrogen herberekend en het resterende aan tal dagen dat de VLOER DROGEN-functie zal werken, wordt ver laagd. 1. Ga naar het menu Installateur . 2.
9 Instellingen 9.4.12 Verlagen van het geluidsniveau van de buitenunit De stille modus wordt gebruikt om het geluidsniveau van de buitenunit ge durende een bepaalde tijdspanne te verlagen, vooral 's nachts. Deze mo dus geeft tijdelijk voorrang aan de stille modus en niet aan de tempera tuurregeling.
Pagina 103
9 Instellingen Submenu Beschrijving Naam van de besturingsprint of circuit HMI bedieningspaneel Tab.68 Beschikbare waarden (X) in de EHC--04, SCB04-B submenu's Parameter Beschrijving Eenheid EHC--04 SCB04-B AM002 AM010 Het actuele pomptoerental AM012 Actuele status van het toestel. Zie de volgende tabel AM014 Actuele substatus van het toestel.
9 Instellingen Parameter Beschrijving Eenheid EHC--04 SCB04-B DM009 Huidige modus warmwaterbedrijf: °C 0 = Klokprogramma 1 = Handmatig 2 = Vorstbeveiliging 3 = Tijdelijk DM029 Warmwatersetpunt °C HM001 Aanvoertemperatuur warmtepomp °C HM002 Retourtemperatuur warmtepomp °C HM033 Setpunt warmtepomp koeling °C HM034 Warmtepomp PCU back-up aanvoertemperatuur °C...
Pagina 105
9 Instellingen Actuele status van het toestel.: AM012-pa Actuele substatus van het toestel.: AM014 parameter rameter 3= werking in verwarmingsmodus 30= normale werking De compressor of de bijverwarmingen werken. 31= beperkt intern nominaal richtpunt Als de verwarmingsrichttemperatuur op de warmtepomp verschilt van de sys teemrichttemperatuur.
Pagina 106
9 Instellingen Actuele status van het toestel.: AM012-pa Actuele substatus van het toestel.: AM014 parameter rameter 8= gecontroleerde uitschakeling van de Regelstop compressor 00= uit: de verwarmings- of koelingsrichttemperatuur is bereikt 01= antipendelcyclus De verwarmingsrichttemperatuur is bereikt. De compressor krijgt geen toe stemming om op te starten.
Pagina 107
9 Instellingen Actuele status van het toestel.: AM012-pa Actuele substatus van het toestel.: AM014 parameter rameter Schoorsteenvegerfunctie vollast CV bedrijf 30= normale werking. De compressor of de bijverwarmingen werken. 31= beperkt intern nominaal richtpunt Als de verwarmingsrichttemperatuur op de warmtepomp verschilt van de sys teemrichttemperatuur.
Pagina 108
9 Instellingen Actuele status van het toestel.: AM012-pa Actuele substatus van het toestel.: AM014 parameter rameter Ontluchtingsprogramma 30= normale werking De compressor of de bijverwarmingen werken. 31= beperkt intern nominaal richtpunt Als de verwarmingsrichttemperatuur op de warmtepomp verschilt van de sys teemrichttemperatuur.
10 Onderhoud 10 Onderhoud 10.1 Algemeen Onderhoudswerkzaamheden zijn belangrijk om de volgende redenen: Om optimale prestaties te garanderen. Om de levensduur van de apparaten te verlengen. Om een installatie te leveren die het beste gebruikerscomfort in de loop van de tijd biedt. Opgelet Onderhoudswerk moet door een erkend installateur worden uitge...
10 Onderhoud 10.3 Waterdruk controleren Gedurende het onderhoud is het apparaat ingeschakeld: de waterdruk wisselt op het hoofdscherm van het IniControl 2 bedieningspaneel. De druk kan ook in het informatiemenu (AM019) worden uitgelezen. Als het apparaat is uitgeschakeld, gebruik dan de mechanische manome ter op het expansievat.
10 Onderhoud 10.4 Aftappen van de installatie 10.4.1 Verwarmingscircuit aftappen 1. Sluit een geschikte slang (binnendiameter: 8 mm) op de aftapkraan van het verwarmingscircuit. Belangrijk Een slang is meegeleverd in het zakje met accessoires. 2. Open de aftapkraan. 3. Wacht op het volledig leeglopen van het verwarmingscircuit. MW-3000484-01 10.4.2 Sanitair-warmwatercircuit aftappen...
10 Onderhoud 2. Controleer of het koelcircuit lekdicht is met behulp van een snuiver. 3. Controleer de elektrische aansluitingen. 4. Controleer de goede werking van het bedieningspaneel. 5. Verander alle onderdelen en kabels die als defect moeten worden beschouwd. 6. Controleer alle schroeven en moeren (kap, houder, enz...). 7.
10 Onderhoud Afb.142 Steunring en filter verwijderen 3. Verwijder de steunring. 4. Verwijder het filter. 5. Controleer en reinig het filter. Vervang het indien nodig. 6. Plaats het filter terug. 7. Draai de aansluiting goed aan. 8. Open de kraan op de wisselaar. MW-L000333-1 10.6.2 Batterij in het bedieningspaneel vervangen...
Pagina 114
10 Onderhoud Afb.144 Verwijder de batterij 4. Verwijder de batterij die zich in de achterplaat van het bedieningspa neel bevindt, door deze voorzichtig naar voren te duwen. 5. Plaats een nieuwe batterij. Belangrijk Batterijtype: CR2032, 3V Gebruik geen oplaadbare batterijen. Gooi afgedankte batterijen niet weg in de vuilnisbak.
11 Bij storing 11 Bij storing 11.1 Veiligheidsthermostaat resetten Gevaar Onderbreek de netvoeding van de binnenmodule en de dompe laars van de elektrische bijverwarming voordat er met werkzaam heden wordt begonnen. Als de veiligheidsthermostaat is uitgeschakeld: 1. Onderbreek de netvoeding van de binnenmodule en de dompelaars van de elektrische bijverwarming.
Pagina 116
11 Bij storing Tab.71 Lijst van tijdelijke storingscodes Fout Melding Beschrijving code H00.17 Tboiler kortgsl Temp.sensor tank sanitair warm water is kortgesloten of meet een temperatuur boven het bereik Controleer de bedrading tussen de centrale besturingsprint en de sensor. Controleer of de sensor goed gemonteerd is. Controleer de weerstandswaarde van de sensor.
Pagina 117
11 Bij storing Fout Melding Beschrijving code H00.58 T DHW Top Closed Bovenste temp.sensor sanitair warm water is kortgesloten of meet een temperatuur boven het bereik Controleer de bedrading tussen de centrale besturingsprint en de sensor. Controleer of de sensor goed gemonteerd is. Controleer de weerstandswaarde van de sensor.
11 Bij storing Fout Melding Beschrijving code H02.23 System flow error Waterdoorstromingsfout van systeem is actief Debietprobleem Geen doorstroming: Controleer of de circulatiepomp werkt, Controleer of de afsluiters en de thermostatische radiatorkranen open staan, Controleer de bedrading, Controleer de pompaanvoer: vervang de pomp als deze niet werkt. Te veel lucht: ontlucht de binnenmodule en de installatie volledig voor een optimale werking.
11 Bij storing Tab.72 Lijst van storingscodes Storingcode Melding Beschrijving E00.00 Aanvoersensor open De aanvoertemperatuursensor is verwijderd of meet een temperatuur beneden het bereik E00.01 Aanvtemp.sensor kortgesl of De aanvoertemperatuursensor is kortgesloten of meet een boven bereik temperatuur boven het bereik E02.13 Blokkerende ingang extern Blokkerende ingang van besturingsautomaat door...
11 Bij storing 11.3 Het foutgeheugen openen De fout- en storingscodes staan in het geheugen. Afb.148 1. Druk gelijktijdig op de twee toetsen rechts om de menu's te openen. MW-2000369-1 Afb.149 2. Selecteer het storingsmenu door op toets te drukken. Afb.150 3.
12 Afdanken en afvoeren 12 Afdanken en afvoeren 12.1 Procedure voor uitbedrijfname Om de warmtepomp tijdelijk of definitief uit bedrijf te nemen: 1. Schakel de warmtepomp uit. 2. Schakel de stroom naar de verwarmingspomp uit: buitenunit en bin nenmodule. 3. Schakel de stroom naar de elektrische bijverwarming uit als er een elektrische bijverwarming aanwezig is.
13 Reserveonderdelen 13 Reserveonderdelen 13.1 Algemeen Als inspectie- of onderhoudswerkzaamheden aantonen dat een onderdeel van de warmtepomp moet worden vervangen, gebruikt u alleen de aanbe volen reserveonderdelen en -apparatuur. Opgelet Er mogen alleen originele reserveonderdelen worden gebruikt. Belangrijk Bij bestelling van een onderdeel moet het codenummer uit de lijst worden opgegeven.