3.
Druk op de knop Properties (Eigenschappen) en selecteer het tabblad Paper/Quality (Papier/kwaliteit).
4.
Kies Document Size (Documentformaat) en de Print Quality (Afdrukkwaliteit) die u wilt gebruiken. Als u
een aangepast papierformaat wilt definiëren, druk op de knop Custom (Aangepast).
5.
Selecteer het tabblad Features (Functies) en vervolgens Autorotate (Automatisch draaien)
90
Hoofdstuk 11 Praktische afdrukvoorbeelden
NLWW