Voorwaarden voor begeleiding bij dosisaanpassing:
• De SID is ten minste 100 cm.
Als het lichaamsdeel te dik is, kan de begeleiding bij dosisaanpassing
mislukken, wat wordt aangegeven door waarschuwingstekens naast de
pictogrammen voor de grootte van de patiënt.
Verhoog de SID.
• De röntgenbuis is gecentreerd
• De bucky van de wall stand staat in verticale positie
• De röntgenbuis mag niet geroteerd zijn
• De collimator mag niet geroteerd zijn
• Het lichaam van de patiënt is niet bedekt met een materiaal dat sterk
reflecterend, sterk absorberend (zwart) of transparant is
Bijbehorende links
Collimatorcamera
AEC-doseringsfout
In de AEC-modus wordt de belichting automatisch onderbroken wanneer er
geen voldoende dosis wordt gedetecteerd binnen een bepaalde tijd (bijv.
wanneer de AEC-kamer defect is of is afgedekt met loodfolie) of wanneer er
een te grote dosis wordt gedetecteerd binnen een bepaalde tijd (bijv. wanneer
er zich geen patiënt voor de AEC bevindt).
WAARSCHUWING:
De begeleiding bij dosisaanpassing overschat de patiëntgrootte
als de patiënt niet vlak tegen het oppervlak van de
radiografiësche tafel of wall stand is gepositioneerd of als de
patiënt op een matras ligt. De begeleiding van dosisaanpassing
kan onnauwkeurig zijn als de patiënt beweegt.
WAARSCHUWING:
De begeleiding bij dosisaanpassing is niet nauwkeurig als deze is
gebaseerd op een verkeerd lichaamsdeel. Zorg dat de juiste
miniatuur voor de belichting is geselecteerd.
WAARSCHUWING:
Vuil op de collimatorcamera kan de metingen van de 3D-
dieptesensor verstoren. Houd de camera schoon om onjuiste
metingen te voorkomen.
op bladzijde 37
DR 600 | Softwareconsole en buiskopdisplay | 179
3261L NL 20220630 1621