Nederlands
Alle aansluitklemmen moeten voor de
inbedrijfname worden aangehaald!
AANWIJZING
Naast de in deze inbouw- en bedieningsvoor-
schriften beschreven werkzaamheden moeten de
inbedrijfnamemaatregelen conform de inbouw-
en bedieningsvoorschriften van de complete
installatie worden uitgevoerd.
Neem ook de inbouw- en bedieningsvoorschrif-
ten van de op het schakeltoestel aangesloten pro-
ducten (sensoren, pompen) en de
installatiedocumentatie in acht!
8.1 Fabrieksinstelling
Het regelsysteem is in de fabriek ingesteld.
De fabrieksinstelling kan door de Wilo-klanten-
service worden hersteld.
8.2 Schakeltoestel inschakelen
1. Draai de hoofdschakelaar op "ON".
• Alle leds lichten gedurende 2 s op en op het LC-
display worden de actuele bedrijfsgegevens als-
ook het stand-bysymbool weergegeven.
2. Controleer de volgende bedrijfsparameters:
• Selectie van de modus via de instelling van de
signaalgever (menu's 5.06 en 5.08)
• Bij gebruik van sensoren: Instelling van de meet-
bereiken (menu's 5.11 of 5.13)
• Drukdrempelwaarden: afhankelijk van de sig-
naalgever; direct op de drukschakelaar of in de
menu's 1.01, 1.04 en 1.05
• Debietdrempelwaarde: afhankelijk van de sig-
naalgever; direct op de debietschakelaar of in
menu 5.19
• Uitschakelvertraging (menu 1.06)
• Pompen zijn vrijgegeven (menu 3.01)
• Pompen bevinden zich in de automatische
modus (menu's 3.02 t/m 3.04)
Als correcties nodig zijn, ga dan te werk zoals in
het hoofdstuk "Bediening" beschreven.
3. De schakelkast is nu bedrijfsklaar.
8.3 Controle van de motordraairichting
Af fabriek is de schakelkast voor een rechtsdraai-
end draaiveld op de juiste draairichting gecontro-
leerd en ingesteld.
De aansluiting van de schakelkast alsmede van de
aangesloten pompen moet volgens de aanwijzin-
gen bij de aderbenaming op het aansluitschema
worden uitgevoerd.
AANWIJZING
Wordt na het inschakelen de foutcode "E006" op
het display weergegeven, dan is er een fasefout in
de netaansluiting. Er moeten 2 fasen/draden van
de netzijdige voeding naar de schakelkast verwis-
seld worden.
De draairichtingscontrole van de aangesloten
pompen kan middels een testloop worden uitge-
voerd. Hiervoor moet via het menu het manuele
bedrijf per pomp gestart worden.
26
1. Kies voor de betreffende pomp de EasyAction
of het betreffende menupunt:
• Pomp 1: Menu 3.02
• Pomp 2: Menu 3.03
• Pomp 3: Menu 3.04
2. Kies de waarde "HAND". De aangesloten pomp
loopt zolang de bedieningsknop wordt inge-
drukt.
3. Als de draairichting correct is en de pomp
moet voor automatisch bedrijf worden
gebruikt, kies dan de waarde "AUTO".
4. Als de draairichting verkeerd is, moeten
2 fasen/aders van de pomptoevoerleiding
worden verwisseld
8.4 Instelling van de motorbeveiliging
De motorbeveiliging wordt ingesteld volgens
hoofdstuk 6.2.3.
8.5 Signaalgevers en optionele modules
Voor signaalgevers en optionele extra modules
moeten de inbouw- en bedieningsvoorschriften
ervan in acht worden genomen.
9 Onderhoud
GEVAAR! Levensgevaar!
Bij werkzaamheden aan elektrische apparaten
bestaat levensgevaar door elektrische schok-
ken.
• Bij alle onderhouds- en reparatiewerkzaamhe-
den moet het schakeltoestel spanningsvrij wor-
den geschakeld en worden beveiligd tegen
onbevoegd opnieuw inschakelen.
• Beschadigingen van de aansluitkabel mogen uit-
sluitend door een gekwalificeerde elektricien
worden verholpen.
• Onderhoud en reparatie alleen door gekwalifi-
ceerd personeel!
• De schakelkast moet schoon worden gehouden.
• Controleer de relaiscontacten van tijd tot tijd op
verbranden en vervang deze bij sterkere verbran-
ding.
10 Storingen, oorzaken en oplossingen
GEVAAR door gevaarlijke elektrische spanning!
Door ondeskundige omgang bij elektrische
werkzaamheden bestaat levensgevaar door
elektrische spanning! Deze werkzaamheden
mogen alleen door een elektromonteur worden
uitgevoerd.
De mogelijke fouten worden via alfanumerieke
codes op het display weergegeven. Afhankelijk
van de weergegeven fout moeten de aangesloten
pompen of signaalgevers op correcte werking
gecontroleerd worden en moeten deze evt. ver-
vangen worden.
WILO SE 06/2024