6 Inbedrijfname/buitenbedrijfstelling
6.1 Inbedrijfname
6.1.1 Voorwaarde voor de inbedrijfname
LET OP
Drooglopen van het pompaggregaat
Beschadiging van het pompaggregaat / de drukverhogingsinstallatie!
Ø Droogloopbeveiliging gebruiken. Wanneer de droogloopbeveiliging met
een brug buiten werking wordt gesteld, is de gebruiker verantwoordelijk in
het geval van een eventuele droogloop.
Vóór de inbedrijfname moet aan de volgende punten zijn voldaan:
– De drukverhogingsinstallatie is op correcte wijze elektrisch met alle
beveiligingsvoorzieningen aangesloten.
– De geldende VDE-voorschriften resp. landspecifieke voorschriften zijn opgevolgd en er
wordt aan voldaan.
– Droogloopbeveiliging is gemonteerd. [ð Hoofdstuk 5.5.4, Pagina 28]
6.1.2 Drukverhogingsinstallatie vullen en ontluchten
LET OP
Leiding bevat restanten
Beschadiging van de pompen/drukverhogingsinstallatie!
Ø Vóór de inbedrijfname of functiecontrole ervoor zorgen dat de leiding en de
drukverhogingsinstallatie geen restanten bevatten.
LET OP
Bedrijf zonder te verpompen medium
Beschadiging van de pompaggregaten!
Ø Drukverhogingsinstallatie vullen met te verpompen medium.
AANWIJZING
De drukverhogingsinstallatie wordt vóór de levering hydraulisch met water
getest en geleegd. Het is technisch gezien onvermijdelijk dat er restwater
achterblijft.
Vóór de inbedrijfname de norm EN 806 in acht nemen. Na langdurige stilstand
wordt een spoeling of vakkundige desinfectie aanbevolen. Bij grotere of
wijdvertakte leidingsystemen kan de spoeling van de drukverhogingsinstallatie
lokaal begrensd plaatsvinden.
AANWIJZING
Mechanische asafdichtingen kunnen bij inbedrijfname kortstondig lekkages
vertonen, die na korte tijd echter weer verdwijnen.
De eerste inbedrijfname door vakpersoneel van DP laten uitvoeren.
29 / 64