Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Inbedrijfstelling; Algemeen; Controlelijst Vóór Inbedrijfstelling; Verwarmingscircuit Controleren - REMEHA WPR-2/E V200 4 Installatie- En Servicehandleiding

Inhoudsopgave

Advertenties

7 Inbedrijfstelling

7
Inbedrijfstelling
7.1

Algemeen

7.2
Controlelijst vóór inbedrijfstelling
64
De warmtepomp wordt in bedrijf gesteld:
Wanneer het apparaat voor het eerst wordt gebruikt;
nadat het apparaat langdurig buiten bedrijf was.
Bij inbedrijfstelling van de warmtepomp kan de gebruiker zien wat de
verschillende instellingen en uit te voeren controles zijn om de
warmtepomp in alle veiligheid op te starten.
7.2.1

Verwarmingscircuit controleren

1. Controleer of het volume van het/de expansievat(en) voldoende is
voor het watervolume in de verwarmingsinstallatie.
2. Controleer de druk van het/de expansievat(en).
3. Controleer of het verwarmingscircuit voldoende water bevat. Vul
indien nodig meer water bij.
4. De waterzijdige aansluitingen op dichtheid controleren.
5. Controleer of het verwarmingscircuit goed is ontlucht.
6. Controleer of de filters niet verstopt zijn. Reinig deze zo nodig.
7. Controleer of de kleppen en thermostatische radiatorkranen open
staan.
8. Controleer of alle instellingen en veiligheidsvoorzieningen goed
werken.
7.2.2

Controle van elektrische aansluitingen

1. Controleer de netvoedingsaansluiting naar de volgende componenten:
Buitenunit
Binnenunit
Elektrische bijverwarming
2. Controleer de verbinding tussen de binnenunit en de
bijverwarmingsketel.
3. Controleer of de BUS-kabel correct is aangebracht tussen de
binnenunit en de buitenunit, en dat deze gescheiden is van de
voedingskabels.
4. Controleer de conformiteit van de gebruikte stroomonderbrekers:
Zekeringsautomaat van de buitenunit
Zekeringsautomaat van de binnenunit
Zekeringsautomaat van de elektrische bijverwarming
Zekeringsautomaat van de bijverwarmingsketel
5. Controleer de plaatsing en aansluiting van de sensoren:
Kamertemperatuursensor (indien aanwezig)
Buitentemperatuursensor
Debietsensor voor het tweede circuit (indien aanwezig)
6. Controleer de aansluiting van de circulatiepomp(en).
7. Controleer dat de draden en aansluitklemmen goed bevestigd zijn of
aangesloten op de klemmenstroken.
8. Controleer de scheiding tussen de elektrische voeding en de extra
lage spanningskabels.
9. Controleer de aansluiting van de veiligheidsthermostaat van de
vloerverwarming (indien aanwezig).
10. Controleer of trekontlasters worden gebruikt voor alle kabels die uit
het apparaat gevoerd worden.
7.2.3

Koelingcircuit controleren

1. Controleer de plaatsing van de buitenunit en de afstand van de muur.
2. Controleer de koelingcircuitaansluitingen op lekdichtheid.
3. Zorg ervoor dat de evacuatiedruk is gecontroleerd vóór het vullen.
7682783 - v04 - 12052020

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave