A Opnamen maken met het LCD-scherm
Informatiedisplay
Telkens als u op de knop <B> drukt, wordt het informatiedisplay
vernieuwd.
AF-methode
• d
: FlexiZone - Single
• c
: u Live-modus
• f : Quick-modus
Opnamemodus
Transport/
zelfontspanner
Witbalans
Auto Lighting Optimizer
(Auto optimalisatie
helderheid)
Opnamekwaliteit
AE-vergrendeling
D Flitser gereed
b Flitser uit
e Snelle synchronisatie
y Flitsbelichtings-
correctie
0 Flitsbelichtings-
correctie externe flitser
Sluitertijd
Beeldstijl
Wanneer <g> wit wordt weergegeven, is de helderheid van het Live
View-beeld bijna gelijk aan de helderheid van de daadwerkelijke opname.
Als <g> knippert, betekent dit dat het Live View-beeld vanwege te
donkere of te heldere lichtomstandigheden met een andere helderheid wordt
weergegeven dan het daadwerkelijke opnameresultaat. De daadwerkelijke
opname wordt echter met de ingestelde belichting gemaakt. Ruis kan in het
Live View-beeld zichtbaarder zijn dan in de daadwerkelijke opname.
Als de flitser wordt gebruikt of bulb-belichting is ingesteld, worden het pictogram
<g> en het histogram grijs weergegeven (ter referentie). Mogelijk wordt het
histogram bij weinig of juist heel fel licht niet goed weergegeven.
72
AF-punt (Quick-modus)
Vergrotingskader
ISO-snelheid
Indicator GPS-verbinding
Maximum aantal opnamen
Eye-Fi-overdrachtstatus
Indicator belichtingsniveau/AEB-bereik
Diafragma
Histogram
Waarschuwing
temperatuur
FEB
AEB
Belichtingssimulatie
Accuniveau
Lichte tonen prioriteit