NFC-functie
Als u een smartphone met NFC-ondersteuning of Connect Station
gebruikt, kunt u het volgende doen:
Houd een smartphone tegen de camera om deze gemakkelijk
draadloos met elkaar te verbinden (pag. W-19).
Tijdens het afspelen van opnamen op de camera kunt u een
smartphone tegen de camera houden om een vastgelegde opname
naar de smartphone te verzenden (pag. W-30).
Houd de camera dicht bij Connect Station (afzonderlijk verkrijgbaar)
om deze gemakkelijk draadloos met elkaar te verbinden (pag. W-36).
Als u de NFC-functie gebruikt, volgt u de onderstaande stappen om de
NFC-instelling van de camera in te stellen.
Wat is NFC?
NFC (Near Field Communication) is een functie waarmee informatie kan
worden uitgewisseld door eenvoudig twee apparaten die ondersteuning bieden
voor NFC tegen elkaar te houden. In deze camera wordt de NFC-functie
gebruikt voor gegevensuitwisseling, ongeacht of er draadloze verbindingen zijn.
W-14
Selecteer [Wi-Fi/NFC].
1
Selecteer op het tabblad [53] de
optie [Wi-Fi/NFC] en druk vervolgens
op <0>.
Voeg [X] toe aan [NFC-
2
verbindingen toest.].
Deze optie wordt weergegeven wanneer
[Wi-Fi/NFC] is ingesteld op [Inschakelen].
Druk op de knop <B> om [X] toe
te voegen of te verwijderen. Voeg [X]
toe en druk vervolgens op <0>.
Als er geen bijnaam (ten behoeve van
identificatie) is opgegeven, wordt een
registratiescherm weergegeven (pag. W-8).