Sterilisatie
De inhoud van de verpakking is vóór verzending gesteriliseerd met ethyleenoxide. Deze elektrode is bedoeld voor eenmalig
gebruik en mag niet opnieuw worden gesteriliseerd.
Neem contact op met St. Jude Medical indien de steriele verpakking beschadigd is.
Waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen
Tests hebben uitgewezen dat het St. Jude Medical™ MR-conditionele CRT-systeem voorwaardelijk veilig is voor gebruik in
de MRI-omgeving wanneer het gebruikt wordt in overeenstemming met de instructies in het document "Informatie
MRI-procedures".
Elektrodelengtes die niet vermeld staan in de tabel MR-conditioneel CRT-systeem (pagina 2) zijn niet getest en het gebruik
ervan in een MR-omgeving is niet vastgesteld.
WAARSCHUWING
Voor geïmplanteerde hartelektroden is het lichaam een vijandige omgeving door constante, complexe krachten van
buiging en torsie, wisselwerkingen met elektroden en/of de pulsgenerator of andere krachten die samenhangen
met hartcontracties en fysieke inspanning van de patiënt, lichaamshouding en anatomische invloeden. De
functionele levensduur van hartelektroden kan door deze en andere factoren worden beïnvloed.
Keuze van de elektroden
Voordat u de elektrodeverpakking opent, dient u te controleren of de elektrode compatibel is met de pulsgenerator die
geïmplanteerd wordt.
Opslag en gebruik
Uitsluitend bestemd voor eenmalig gebruik.
Rek de elektrode niet uit, knijp er niet in en knik of buig hem niet. Elektroden kunnen beschadigd raken door onjuiste
behandeling voor en tijdens de implantatie of door extreme mechanische belasting na de implantatie.
Voorkom dat de elektrode in contact komt met scherpe voorwerpen die de isolatie kunnen doorprikken of anderszins kunnen
beschadigen.
De elektrode mag alleen vastgepakt worden met poedervrije, steriele chirurgische handschoenen.
Pak de elektrode niet vast met chirurgische instrumenten zoals vaatklemmen, klemmen of tangen.
Elektrodes hebben een elektrostatische aantrekkingskracht voor kleine deeltjes; stel ze niet bloot aan pluis, stof of andere
soortgelijke materialen.
Raak de elektrodetip zelf niet aan en pak deze niet vast.
Dompel het elektrodelichaam, de stylets of voerdraden niet onder in minerale olie, siliconenolie of enige andere vloeistof anders
dan steriele fysiologisch-zoutoplossing, water of gehepariniseerde fysiologisch-zoutoplossing.
Dompel de elektrodetip niet onder in een vloeistof voorafgaand aan implantatie (zie Elektrodeplaatsing (pagina 6)).
Het evalueren en testen van elektroden
Wees uiterst voorzichtig bij het testen van elektroden.
Maak tijdens de implantatie en het testen van de elektrode alleen gebruik van apparatuur die op batterijen werkt, om te
voorkomen dat fibrillatie wordt opgewekt door wisselstroom.
Maak tijdens de implantatieprocedure alleen gebruik van deugdelijk geaarde apparatuur op netvoeding in de nabijheid van
de patiënt.
Isoleer de elektrodeconnectorpin en de connectorring tegen lekstroom die kan optreden bij apparatuur op netvoeding.
Implantatie van de elektrode
Voer de implantatie van de elektrode alleen uit als er goede noodvoorzieningen voor cardioversie en/of defibrillatie
beschikbaar zijn.
Het manoeuvreren van instrumenten in het vasculaire stelsel mag alleen plaatsvinden onder voortdurende fluoroscopische
bewaking.
Tijdens deze procedure is het tevens aan te raden om echocardiografische apparatuur beschikbaar te houden.
Gebruik alleen de kogeltip-stylets die bij de elektrode of in St. Jude Medical accessoiresets verpakt zijn. Andere stylets kunnen
langer zijn dan de elektrodetip waardoor deze wordt beschadigd en/of de patiënt wordt verwond.
Gebruik geen overmatige kracht bij het aanbrengen van de stylet of voerdraad in de elektrode.
Gebruik alleen voerdraden met de juiste diameter (0,36 mm of 0,014 inch) en lengte (minimaal 180 cm).
Spoel het lumen van de elektrode niet door met enige andere vloeistof dan een steriele fysiologisch-zoutoplossing, water of
gehepariniseerde fysiologisch-zoutoplossing.
Als punctie van de vena subclavia wordt gebruikt om de elektrode in te voeren, is het belangrijk de elektrode zo lateraal
mogelijk in te brengen wanneer deze de ader binnengaat.
Als de fixatiehuls niet wordt gebruikt om de elektrode vast te zetten, kan dit resulteren in het losraken van de elektrode of in
schade aan de isolatie en/of de geleiders van de elektrode.
3