Spoelen
Spoelen
De mengspruitstuk, de slang
en het spuitpistool spoelen
?
?
Aard de apparatuur en afvalcontainer altijd om brand
en ontploffingen te voorkomen. Spoel altijd bij een zo
laag mogelijke druk, om statische vonken en letsel door
opspattende vloeistof te voorkomen.
Heet oplosmiddel kan ontbranden. Zo voorkomt u brand
en explosies:
•
Spoel de apparatuur alleen in een goed geventileerde
ruimte.
•
Zorg dat de hoofdschakelaar uit staat en dat de
verwarmer afgekoeld is voordat u gaat spoelen.
•
Zet de verwarmer pas weer aan als al het oplosmiddel
uit de vloeistofleidingen verdwenen is.
1.
Druk op
om het systeem uit te schakelen.
Voer de Drukontlastingsprocedure uit, pagina 17.
Schakel de veiligheidspal in. Verwijder de spuittip.
2.
Sluit de monsterafnameventielen (AE, EF) en de
mengverdeelventielen (AH, AJ).
AE
AH
3.
Open de afsluiter (AK) voor het oplosmiddel bij het
mengverdeelstuk.
18
?
?
?
4.
Controleer of de oplosmiddelhoudende
pompluchtregelaar (CG) op 0 psi staat en open
vervolgens de oplosmiddelenpompluchtregelaar (CB).
Trek de luchtregelaar (CG) van de oplosmiddelenpomp
uit en draai deze langzaam in de richting van de wijzers
van de klok om de luchtdruk te verhogen. Gebruik de
laagst mogelijke druk.
CB
5.
Ontgrendel de veiligheidspal. Houd een metalen
onderdeel van het pistool stevig tegen een geaarde
metalen emmer met een spatbescherming. Gebruik een
deksel met gaten om het materiaal daardoor te gieten.
Houd uw vingers uit de buurt van de voorkant van het
pistool. Spuit met het pistool tot er helder oplosmiddel te
zien is.
6.
Open het luchtventiel (CB) van de pomp voor
oplosmiddel.
7.
Houd een metalen deel van het pistool tegen een
geaarde metalen bak en haal de trekker van het pistool
over om de druk te laten ontsnappen. Sluit de spoelklep
voor oplosmiddel (AK) nadat u de druk hebt verlaagd.
AF
AK
AJ
8.
Schakel de veiligheidspal in.
9.
Demonteer de spuittip en reinig deze met oplosmiddel.
Installeer de tip opnieuw op het pistool.
CG
AK
3A0355ZAA