4.4 Montage van de
wandketel
4.4.1 Voorbereiding
De gaswandketel uit zijn kartonnen
verpakking nemen.
De witte bodemplaat (1, afb. 4.5),
na het losmaken van alle schroeven
(2,3, afb. 4.5), wegnemen. De zijpa-
nelen dienen niet losgemaakt te wor-
den.
Enkel voor VUW:
De twee plastieken stoppen van de
sanitaire aansluitingen op het water-
gedeelte verwijderen.
4.4.2 Montage van de gaswandketel
(Afb. 4.4)
De gaswandketel zo tegen de wand
houden, dat deze zich iets boven de
houder (1, afb. 4.4) bevindt.
Opmerking: De gaswandketel
onderaan de zijpanelen vast nemen.
Nooit de gaswandketel aan het elek-
trisch bord opheffen. De zijpanelen
en de ommanteling van de gaswand-
ketel moeten gemonteerd zijn.
De gaswandketel langzaam in de
houder laten glijden, zodat de rug
volledig in de houder vastzit.
4.4.3 Hydraulische aansluitingen
(Afb. 4.6)
De hydraulische aansluitingen voor de
verwarming, koud - en warmwater-
aansluitingen en de veiligheidsklep
worden in Afb. 4.6 weergegeven.
4.4.3.1 Vertrek en retour van de
verwarming
Voor een nieuwe installatie of bij de
vervanging van een bestaande
wandketel, is het absoluut aanbevo-
len, om de goede werking te verzeke-
ren en om verstoppingsproblemen te
vermijden, een waterfilter op de
retourleiding van de verwarmingsin-
stallatie te plaatsen. Bij de eerste
inbedrijfstelling van de gaswandketel
moet de volledige centrale verwar-
mingsinstallatie worden gespoeld.
De vertrek - en retourleiding met
behulp van de aansluitkranen (8) en
(9) verbinden (afb. 4.6). Zowel lei-
dingen in staal
3
/
als koper ø 22 mm
4
kunnen aangesloten worden !
11
8
1
4
10
Afb. 4.6
2
1
Afb. 4.7
3
7
9
5
6
2
3
4
31