Download Print deze pagina
Epson AcuLaser C4100 Handleiding
Verberg thumbnails Zie ook voor AcuLaser C4100:

Advertenties

Installatiehandleiding
Hierin vindt u informatie over het monteren van de printer en het
installeren van de printerdriver.
Gebruikershandleiding (deze handleiding)
Hierin vindt u gedetailleerde informatie over printerfuncties,
optionele producten, onderhoud, probleemoplossing en
technische specificaties.
Netwerkhandleiding
Deze handleiding bevat informatie voor netwerkbeheerders over
de printerdriver en de netwerkinstellingen. U moet deze
handleiding eerst installeren vanaf de cd met de software op de
vaste schijf van de computer voordat u de handleiding kunt
raadplegen.
Handleiding bij papierstoringen
Deze handleiding bevat oplossingen voor papierstoringen in de
printer. U moet deze handleiding wellicht regelmatig raadplegen.
Wij raden u aan deze handleiding af te drukken en deze in de
buurt van de printer te bewaren.
Informatiebronnen
1

Advertenties

loading

Samenvatting van Inhoud voor Epson AcuLaser C4100

  • Pagina 1 Informatiebronnen Installatiehandleiding Hierin vindt u informatie over het monteren van de printer en het installeren van de printerdriver. Gebruikershandleiding (deze handleiding) Hierin vindt u gedetailleerde informatie over printerfuncties, optionele producten, onderhoud, probleemoplossing en technische specificaties. Netwerkhandleiding Deze handleiding bevat informatie voor netwerkbeheerders over de printerdriver en de netwerkinstellingen.
  • Pagina 3 Inhoud Veiligheidsinformatie ........15 Waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingen.
  • Pagina 4 Afdrukken op speciaal afdrukmateriaal ..... . 49 EPSON Color Laser Paper ......49 EPSON Color Laser Transparencies .
  • Pagina 5 EPSON Status Monitor 3 installeren ....100 EPSON Status Monitor 3 openen ..... . .103 Informatie over de printerstatus weergeven .
  • Pagina 6 Venster Status Alert (Foutmeldingen) ....163 De functie voor taakbeheer gebruiken ....163 USB-aansluiting instellen .
  • Pagina 7 Hoofdstuk 7 Verbruiksgoederen vervangen Vervangingsberichten ........235 Tonercartridge .
  • Pagina 8 Problemen met afdrukken in kleur ......289 Er kan niet in kleur worden afgedrukt....289 Kleuren op afdrukken wijken af als er met verschillende printers wordt afgedrukt .
  • Pagina 9 Status- en foutberichten ........309 Afdrukken annuleren ........325 Afdrukken annuleren met de knop Taak annuleren.
  • Pagina 10 Systeemvereisten ........399 EPSON Font Manager installeren ..... . 400 Bijlage B Technische specificaties Papier .
  • Pagina 11 Modus EPSON GL/2 ........429...
  • Pagina 12 Woordenlijst Index...
  • Pagina 13 CORPORATION aansprakelijk worden gesteld voor schade voortvloeiend uit het gebruik van de informatie in dit document. SEIKO EPSON CORPORATION noch zijn filialen kunnen door de koper van dit product of door derden verantwoordelijk worden gesteld voor schade, verliezen of onkosten ontstaan...
  • Pagina 14 Apple Computer, Inc. Algemene kennisgeving: Andere productnamen vermeld in dit document dienen uitsluitend als identificatie en kunnen handelsmerken zijn van hun respectieve eigenaars. EPSON maakt geen enkele aanspraak op deze merken. Copyright © 2003 van SEIKO EPSON CORPORATION, Nagano, Japan.
  • Pagina 15 Veiligheidsinformatie Waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingen Waarschuwingen moet u zorgvuldig in acht nemen om lichamelijk letsel te voorkomen. Voorzorgsmaatregelen worden aangeduid met 'Let op' en moeten worden nageleefd om schade aan het apparaat te voorkomen. Opmerkingen bevatten belangrijke informatie over en tips voor het gebruik van de printer.
  • Pagina 16 Veiligheidsvoorschriften U moet deze voorzorgsmaatregelen in acht nemen om veilig en efficiënt met de printer te kunnen werken. U moet de printer niet alleen optillen of verplaatsen omdat de printer met de geïnstalleerde verbruiksgoederen ongeveer 36 kg weegt. De printer moet door twee personen worden opgetild en moet worden vastgepakt op de juiste posities, zoals hieronder wordt weergegeven.
  • Pagina 17 Raak nooit de fixeereenheid of de omgeving van de eenheid aan. De fixeereenheid is gemarkeerd met het etiket CAUTION HIGH TEMPERATURE (LET OP: HOGE TEMPERATUUR). Wanneer de printer in gebruik is, kan de fixeereenheid zeer warm worden. 1. Steek uw hand niet te ver in de fixeereenheid 2.
  • Pagina 18 Raak de toner niet aan. Zorg dat u geen toner in uw ogen krijgt. Verbrand tonercartridges, fotogeleidingseenheden, fixeereenheden of transfereenheden niet. Deze onderdelen kunnen exploderen en letsel veroorzaken. Neem bij het weggooien van deze onderdelen de geldende milieuvoorschriften in acht. Gebruik een stoffer en blik of een vochtig doekje met water en zeep om gemorste toner op te ruimen.
  • Pagina 19 ® NERGY ® Als internationaal NERGY -partner heeft EPSON bepaald dat dit product voldoet aan de richtlijnen van het internationale ® NERGY -programma inzake doeltreffend energieverbruik.
  • Pagina 20 ® Het internationale NERGY Office Equipment Program is een vrijwillige overeenkomst tussen fabrikanten van computer- en kantoorapparatuur ter bevordering van de ontwikkeling van energiebesparende computers, beeldschermen, printers, faxen, kopieerapparaten en scanners met als doel de luchtvervuiling door stroomopwekking te beperken. Voorzorgsmaatregelen bij in- en uitschakelen In de volgende gevallen moet u de printer niet uitschakelen: Als u de printer hebt ingeschakeld, wacht u totdat Ready...
  • Pagina 21 Hoofdstuk 1 Printeronderdelen en -functies Printeronderdelen Printeronderdelen en -functies...
  • Pagina 22 Printeronderdelen en -functies...
  • Pagina 23 Bedieningspaneel a. LCD-scherm Hierop worden de statusberichten van de printer en de menu-instellingen van het bedieningspaneel weergegeven. Terug Met deze knoppen kunt u de menu's van Omhoog het bedieningspaneel openen. Hierin kunt Enter u printerinstellingen opgeven en de status van verbruiksgoederen controleren. Zie Omlaag “Menu's van het bedieningspaneel gebruiken”...
  • Pagina 24 g. Start/Stop Het afdrukken wordt onderbroken als u op deze knop drukt. Wanneer het foutlampje knippert, drukt u op deze knop om de fout te verwijderen en de status Gereed in te schakelen. h. Klaar Dit lampje brandt wanneer de printer (groen) klaar is.
  • Pagina 25 Optionele onderdelen en verbruiksgoederen Optionele onderdelen U kunt een van de volgende optionele onderdelen installeren om de functionaliteit van de printer uit te breiden. De papiereenheid voor 500 vellen (C12C802061) bevat één papierlade. Hiermee verhoogt u de capaciteit van de papierinvoer met maximaal 500 vellen.
  • Pagina 26 S051093 Transfereenheid S053006 Fixeereenheid 120/220 S053011/S053012* * Productnummer varieert per land. Met de speciale afdrukmaterialen van EPSON in de onderstaande lijst krijgt u het beste afdrukresultaat. EPSON Color Laser Paper (A4) S041215 EPSON Color Laser Paper (Letter) S041218 EPSON Color Laser Transparencies (A4)
  • Pagina 27 Printerkenmerken De printer bevat een groot aantal kenmerken voor een optimaal gebruikersgemak en kwalitatief hoogstaande afdrukken. De belangrijkste kenmerken worden hieronder beschreven. Tandemprinter met hoge afdruksnelheid Door de geavanceerde tandemtechnologie beschikt u over een printer met een beeldverwerkingssnelheid van 400 MHz. In combinatie met de single-pass-technologie stelt dit u in staat zowel kleuren- als zwartwitafdrukken te maken met een afdruksnelheid van 24 ppm (pagina's per minuut) bij een resolutie...
  • Pagina 28 Functie Reserve Job (Reserveertaak) Met de functie Reserve Job (Reserveertaak) kunt u een afdruktaak opslaan op de vaste schijf van de printer en kunt u deze taak op elk moment via het bedieningspaneel afdrukken zonder dat u hiervoor de computer hoeft te gebruiken. U kunt ook één exemplaar afdrukken om de inhoud te controleren voordat u meerdere exemplaren afdrukt.
  • Pagina 29 U kunt conceptversies afdrukken met de tonerbesparingsmodus om het inktverbruik tijdens het afdrukproces te beperken. RITech (Resolution Improvement Technology) RITech (Resolution Improvement Technology) is een originele printertechnologie van EPSON waarmee de afdrukkwaliteit van lijnen, tekst en afbeeldingen wordt verbeterd. Printeronderdelen en -functies...
  • Pagina 30 Verschillende afdrukopties De printer beschikt over verschillende afdrukopties. U kunt in verschillende indelingen afdrukken of verschillende papiersoorten gebruiken voor het afdrukken. Hieronder worden de procedures voor de verschillende afdruktypen beschreven. Kies het geschikte afdruktype. Dubbelzijdig afdrukken “Afdrukken met de duplexer” op pagina 85 (Windows) “Afdrukken met de duplexer”...
  • Pagina 31 Fit to page printing (Aanpassen aan pagina voor afdrukken) “Afdrukformaat aanpassen” op pagina 67 (Windows) “Afdrukformaat aanpassen” op pagina 134 (Macintosh) Opmerking: Deze functie is niet beschikbaar voor Mac OS X. Hiermee wordt het formaat van een document automatisch vergroot of verkleind om op het geselecteerde papierformaat te passen.
  • Pagina 32 Pagina's per vel afdrukken “Afdrukindeling aanpassen” op pagina 70 (Windows) “Afdrukindeling aanpassen” op pagina 135 (Macintosh) Hiermee kunt u twee of vier pagina's op een enkel vel afdrukken. Watermerken afdrukken “Watermerken gebruiken” op pagina 72 (Windows) “Watermerken gebruiken” op pagina 138 (Macintosh) Opmerking: Deze functie is niet beschikbaar voor Mac OS X.
  • Pagina 33 Overlays afdrukken “Overlays gebruiken” op pagina 76 (Windows) Hiermee kunt u op de afdruk standaardformulieren of sjablonen maken die u als overlays kunt gebruiken wanneer u andere documenten afdrukt.
  • Pagina 34 De functie Reserve Job (Reserveertaak) gebruiken “Vaste schijf installeren” op pagina 208 “De functie Reserve Job (Reserveertaak) gebruiken” op pagina 91 (Windows) “De functie Reserve Job (Reserveertaak) gebruiken” op pagina 148 (Macintosh) Hiermee kunt u afdruktaken die al eerder op de vaste schijf zijn opgeslagen, rechtstreeks vanaf het bedieningspaneel van de printer afdrukken.
  • Pagina 35 Hoofdstuk 2 Papierverwerking Papierbronnen In dit gedeelte wordt beschreven welke papiersoorten met welke papierbronnen kunnen worden gebruikt. MP-lade Paper Type Papierformaat Capaciteit (Pap soort) Gewoon papier A4, A5, B5, Letter (LT), Maximaal 100 vellen Half-Letter (HLT), (totale dikte van stapel: Executive (EXE), minder dan 10 mm) Government Legal (GLG),...
  • Pagina 36 Paper Type Papierformaat Capaciteit (Pap soort) Gewoon papier A4, A5, B5, Maximaal 500 vellen Executive (EXE), (totale dikte: minder dan Letter (LT), 56 mm) Legal (LGL), Government Legal (GLG) EPSON Color Laser A4, Letter (LT) Maximaal 500 vellen Paper Papierverwerking...
  • Pagina 37 Executive (EXE), (totale dikte: Legal (LGL), minder dan 56mm) Government Legal (GLG) EPSON Color Laser A4, Letter (LT) Maximaal 500 vellen in Paper elke papierlade Papierbron selecteren U kunt een papierbron handmatig instellen of de printer zo instellen dat de papierbron automatisch wordt geselecteerd.
  • Pagina 38 Het bedieningspaneel van de printer gebruiken Open het menu Setup (Instellen) op het bedieningspaneel, selecteer Paper Source (Papierinvoer) en geef de gewenste papierbron op. Automatisch selecteren Als u wilt dat de papierbron met het correcte papierformaat automatisch wordt geselecteerd, selecteert u Auto Selection (Automatisch selecteren) in de printerdriver of Auto op het bedieningspaneel van de printer.
  • Pagina 39 Met optionele papiereenheid voor 500 of 1000 vellen geïnstalleerd: MP-lade Onderste papierlade 1 Onderste papierlade 2 Onderste papierlade 3 Opmerking: Als u in de toepassing instellingen voor papierformaat en -bron opgeeft, kunnen deze de instellingen van de printerdriver overschrijven. Wanneer u bij Paper Size (Papierformaat) de instelling voor enveloppen opgeeft, kunnen deze alleen via de MP-lade worden ingevoerd, ongeacht de instelling bij Paper Source (Papierinvoer).
  • Pagina 40 95, XP, 2000 of NT 4.0, dan klikt u op Start en kiest u Settings (Instellingen) en Printers. Vervolgens klikt u met de rechtermuisknop op het pictogram EPSON AL-C4100 Advanced en kiest u Properties (Eigenschappen) (in Windows Me, 98 of 95), Printing Preferences...
  • Pagina 41 2. Voor Windows klikt u op de tab Basic Settings (Basisinstellingen) en schakelt u het selectievakje Manual Feed (Handinvoer) in. Voor Macintosh schakelt u het selectievakje Manual Feed (Handinvoer) in het dialoogvenster Basic Settings (Basisinstellingen) in. Als u voor het afdrukken van alle pagina's op de knop N Start/Stop wilt drukken, schakelt u het selectievakje Each Page (Elke pagina) in.
  • Pagina 42 Papier plaatsen In dit gedeelte wordt beschreven hoe u papier in de MP-lade en de optionele papierlade plaatst. Zie “Afdrukken op speciaal afdrukmateriaal” op pagina 49 als u speciaal afdrukmateriaal zoals transparanten of enveloppen gebruikt. MP-lade Volg de onderstaande instructies om papier in de MP-lade te plaatsen: 1.
  • Pagina 43 2. Plaats een stapel van de gewenste media met de afdrukzijde naar beneden en schuif de papiergeleiders tegen de zijkanten van de stapel aan totdat deze precies passen. 3. Selecteer de papierlade en de instellingen van het papierformaat die met de geplaatste materiaalsoort overeenkomen met behulp van de printerdriver of het bedieningspaneel van de printer.
  • Pagina 44 Naast gewoon papier kunt u ook speciale afdrukmaterialen zoals EPSON Color Laser Paper in de papierlades plaatsen. Ga als volgt te werk om papier in de standaard en de optionele papierlade te plaatsen. In de afbeeldingen wordt de onderste standaardpapierlade genomen.
  • Pagina 45 3. Waaier de papierstapel als de vellen aan elkaar kleven. Klop de stapel recht op een vlakke ondergrond om de randen gelijk te krijgen. Opmerking: Als de afdrukken gekreukeld zijn of zich niet naar behoren laten stapelen als u gewoon papier gebruikt, kunt u proberen om de stapel om te draaien en opnieuw te laden.
  • Pagina 46 Opmerking: Als er te veel vellen in de papierlade worden geplaatst, leidt dit mogelijk tot papierstoringen. Als u papier op A5-grootte plaatst, dient u de hieronder afgebeelde papiergeleider te gebruiken die bij de papierlade hoort. Papierverwerking...
  • Pagina 47 5. Stel de papiergeleiders af op het formaat van het papier dat u plaatst. 6. Plaats de papierlade voorzichtig in de printer en druk deze terug op zijn plaats. 7. Selecteer de instelling LC1 Type die met de geplaatste materiaalsoort overeenkomt via het bedieningspaneel van de printer.
  • Pagina 48 Opmerking: Selecteer, als u de optionele papierlade hebt geïnstalleerd en papier hebt geplaatst, selecteert u de instellingen LC1 Type tot en met LC3 Type die met de geplaatste papiersoorten overeenkomen. Uitvoerlade De uitvoerlade bevindt zich aan de bovenkant van de printer. Aangezien de afdrukken met de afdrukzijde naar beneden in de papierlade terechtkomen, wordt deze lade ook wel de afdruk-benedenlade genoemd.
  • Pagina 49 Opmerking: Aangezien de kwaliteit van een bepaald merk of type afdrukmateriaal op elk moment door de fabrikant kan worden gewijzigd, kan EPSON de kwaliteit van geen enkel type afdrukmateriaal garanderen. Probeer het afdrukmateriaal altijd uit voordat u een grote voorraad aanschaft of een omvangrijk bestand afdrukt.
  • Pagina 50 Transparanten kunnen alleen in de MP-lade worden geplaatst (maximale stapeldikte: 10 mm). Als u transparanten gebruikt, dient u de volgende papierinstellingen te gebruiken: Wijzig onder Windows de instellingen van het menu Basic Settings (Basisinstellingen) en op de Macintosh het dialoogvenster Basic Settings van de printerdriver. Zie hieronder.
  • Pagina 51 Het EPSON-logo wordt weergegeven op de afdrukzijde. Als u transparanten in de MP-lade plaatst, dient u de transparanten met de korte zijde naar voren en de afdrukzijde naar beneden te plaatsen.
  • Pagina 52 Laad transparanten in de MP-lade en stel bij de printerdriver de optie Paper Type (Papiersoort) in op Transparency (Transparant). Als de instelling Papiersoort van de printerdriver is ingesteld op Transparency (Transparant), is het niet toegestaan om een andere papiersoort dan transparanten te plaatsen. Let op: Pas bedrukte vellen zijn mogelijk heet.
  • Pagina 53 In de volgende tabel vindt u instellingen die u moet opgeven als u enveloppen wilt gebruiken. Papierbron MP-lade (maximale dikte: 10 mm) MP Tray Size (Std Papierbak) Mon, C10, DL, C5, C6, IB5 in het menu Tray (Papierbak) Printerdriverinstellingen Paper Size (Papierformaat): Mon, C10, DL, C5, C6, IB5 Paper Source (Papierinvoer): MP-lade Paper Type (Papiersoort): Zwaar...
  • Pagina 54 Let op: Zorg dat de enveloppen minimaal de volgende afmetingen hebben: Hoogte: 139,7 mm Breedte: 88,9 mm Min. Min. 139,7 mm 139,7 mm Min. Min. 88,9 mm 88,9 mm Etiketten U kunt etiketten met een dikte van maximaal 10 mm in de MP-lade plaatsen.
  • Pagina 55 In de volgende tabel vindt u instellingen die u moet opgeven als u etiketten wilt gebruiken: Papierbron MP-lade (maximale dikte: 10 mm) MP Tray Size (Std Papierbak) in A4 of LT het menu Tray (Papierbak) Printerdriverinstellingen Paper Size (Papierformaat): A4, LT Paper Source (Papierinvoer): MP-lade Paper Type (Papiersoort): Labels (Etiketten)
  • Pagina 56 Zwaar en extra zwaar papier In de volgende tabel vindt u instellingen die u moet opgeven als u zwaar (106 to 162 g/m²) of extra zwaar papier (163 to 216 g/m²) wilt gebruiken. Papierbron MP-lade (maximale dikte: 10 mm) Printerdriverinstellingen Paper Size (Papierformaat): A4, A5, B5, LT, HLT, EXE, LGL, GLG, GLT, F4 Paper Source (Papierinvoer): MP-lade...
  • Pagina 57 Papier met aangepast formaat plaatsen U kunt papier met een niet-standaardformaat in de MP-lade plaatsen als dit voldoet aan de volgende vereisten voor formaat: 88.9 × 139,7 mm tot 215,9 × 355,6 mm voor de MP-lade. Papierbron MP tray (MP-lade) Printerdriverinstellingen Paper Size (Papierformaat): User Defined Size (Door de gebruiker ingesteld...
  • Pagina 58 Papierverwerking...
  • Pagina 59 Met de printerdriver kunt u instellingen opgeven voor optimale printerprestaties. De printerdriver bevat het hulpprogramma EPSON Status Monitor 3, dat u kunt openen via het menu Utility (Hulpprogramma). Met EPSON Status Monitor 3 kunt u de printerstatus controleren. Zie “Printer controleren met EPSON Status Monitor 3”...
  • Pagina 60 Als u de printerdriver wilt openen vanuit Windows, klikt u op Start en kiest u Settings (Instellingen) en Printers. Vervolgens klikt u met de rechtermuisknop op het pictogram EPSON AL-C4100 Advanced en kiest u Properties (Eigenschappen) (in Windows Me, 98 of 95), Printing Preferences (Voorkeursinstellingen voor afdrukken) (in Windows XP of 2000) of Document Defaults (Standaardwaarden document) (in Windows NT 4.0).
  • Pagina 61 Opmerking: Raadpleeg de Help voor meer informatie over de beschikbare instellingen in de printerdriver. 1. Klik op de tab Basic Settings (Basisinstellingen). 2. Selecteer het keuzerondje Automatic (Automatisch). Stel met de schuifbalk de afdrukresolutie Fast (Snel) (300 dpi) of Fine (Fijn) (600 dpi) in.
  • Pagina 62 Voorgedefinieerde instellingen gebruiken De voorgedefinieerde instellingen zijn bedoeld om de afdrukinstellingen te optimaliseren voor bepaalde documenten, zoals presentaties of afbeeldingen gemaakt met een videocamera of digitale camera. Volg de onderstaande instructies om de voorgedefinieerde instellingen te activeren. 1. Klik op de tab Basic Settings (Basisinstellingen). 2.
  • Pagina 63 Geschikt voor het afdrukken van foto's. PhotoEnhance4 Geschikt voor het afdrukken van afbeeldingen die zijn gemaakt met een videocamera, digitale camera of scanner. Met EPSON PhotoEnhance4 worden het contrast, de verzadiging en de helderheid van het origineel aangepast voor scherpere afdrukken met levendigere kleuren.
  • Pagina 64 sRGB Als u apparatuur gebruikt die ondersteuning biedt voor sRGB, wordt de functie ICM uitgevoerd voor deze apparatuur voordat er wordt afgedrukt. Neem contact op met de leverancier van de apparatuur als u zeker wilt weten of de apparatuur sRGB ondersteunt.
  • Pagina 65 3. Kies Color (Kleur) of Black (Zwart) als kleurinstelling. Kies vervolgens de gewenste afdrukresolutie van 300 of 600 dpi met de schuifbalk Resolution (Resolutie). Opmerking: Raadpleeg de Help voor meer informatie over alle instellingen wanneer u andere instellingen opgeeft. Opmerking: Dit venster wordt weergegeven in Windows Me, 98 en 95.
  • Pagina 66 Instellingen opslaan Als u de aangepaste instellingen wilt opslaan, selecteert u het keuzerondje Advanced (Geavanceerd) en klikt u op Save Settings (Bewaar instellingen) op het tabblad Basic Settings (Basisinstellingen). Het dialoogvenster Custom Settings (Aangepaste instellingen) verschijnt. Typ een naam voor de aangepaste instellingen in het vak Name (Naam) en klik op Save (Bewaar).
  • Pagina 67 Opmerking: Voor de aangepaste instellingen kunt u niet de naam van een voorgedefinieerde instelling gebruiken. Als u een aangepaste instelling wilt verwijderen, selecteert u het keuzerondje Advanced (Geavanceerd) en klikt u op Save Settings (Bewaar instellingen) op het tabblad Basic Settings (Basisinstellingen).
  • Pagina 68 Pagina's automatisch aanpassen aan het afdrukmateriaal 1. Klik op de tab Layout (Lay-out). 2. Schakel het selectievakje Zoom Options (Zoomopties) in. Selecteer het gewenste papierformaat in de vervolgkeuzelijst Output Paper (Uitvoerpapier). De pagina wordt aangepast zodat deze kan worden afgedrukt op het geselecteerde papier.
  • Pagina 69 Pagina's aanpassen volgens een opgegeven percentage 1. Klik op de tab Layout (Lay-out). 2. Schakel het selectievakje Zoom Options (Zoomopties) in. 3. Schakel het selectievakje Zoom To (Zoomen naar) in. Geef vervolgens het vergrotingspercentage in het vakje op. Opmerking: U kunt een percentage opgeven tussen 50% en 200%, in stappen van 1%.
  • Pagina 70 Afdrukindeling aanpassen U kunt twee of vier pagina's op één pagina afdrukken en de afdrukvolgorde bepalen. De pagina's worden automatisch aangepast aan het opgegeven papierformaat. U kunt de documenten ook met een kader afdrukken. 1. Klik op de tab Layout (Lay-out). 2.
  • Pagina 71 3. Selecteer het aantal pagina's dat u wilt afdrukken op één vel papier. Geef de volgorde op waarin u de pagina's wilt afdrukken op elk vel. 4. Schakel het selectievakje Print the Frame (Print kader) in als u de pagina's wilt afdrukken met een kader. Opmerking: De opties voor paginavolgorde zijn afhankelijk van het aantal pagina's dat in het dialoogvenster hierboven is geselecteerd en de...
  • Pagina 72 Watermerken gebruiken Volg de onderstaande instructies om een watermerk in het document te gebruiken. In het dialoogvenster Watermark (Watermerk) kunt u een watermerk selecteren uit een lijst met voorgedefinieerde watermerken of zelf een watermerk maken met tekst of een bitmap. In het dialoogvenster Watermark (Watermerk) kunt u ook verscheidene watermerkinstellingen opgeven.
  • Pagina 73 3. Selecteer een watermerk in de vervolgkeuzelijst Watermark Name (Watermerknaam). Selecteer de kleur in de vervolgkeuzelijst Color (Kleur). 4. Pas de beeldintensiteit van het watermerk aan met de schuifbalk Intensity (Intensiteit). 5. Selecteer bij Position (Positie) het keuzerondje Front (Voor) als u het watermerk in de voorgrond van het document wilt afdrukken of het keuzerondje Back (Achter) als u het watermerk in de achtergrond van het document wilt...
  • Pagina 74 8. Pas het formaat van het watermerk aan met de schuifbalk Size (Formaat). 9. Klik op OK om de instellingen te accepteren en terug te keren naar het menu Special (Speciaal). Nieuwe watermerken maken U kunt als volgt een nieuw watermerk maken: 1.
  • Pagina 75 5. Selecteer Text (Tekst) of BMP en typ een naam voor het nieuwe watermerk in het vak Name (Naam). Opmerking: Dit venster verschijnt wanneer u het keuzerondje Text (Tekst) selecteert. 6. Als u Text (Tekst) selecteert, typt u de tekst voor het watermerk in het vak Text (Tekst).
  • Pagina 76 Overlays gebruiken In het dialoogvenster Overlay Settings (Overdrukinstellingen) kunt u standaardformulieren of sjablonen maken die u als overlays kunt gebruiken wanneer u andere documenten afdrukt. Met deze functie kunt u gemakkelijk zakelijke briefhoofden of facturen maken. Opmerking: De functie voor overlays is alleen beschikbaar wanneer High Quality (Printer) (Hoge kwaliteit (printer)) is geselecteerd bij Graphic Mode (Grafische modus) in het dialoogvenster Extended Settings (Geavanceerde instellingen).
  • Pagina 77 4. Schakel het selectievakje Form Overlay (Formulieroverdruk) in en klik op Overlay Settings (Overdrukinstellingen). Het dialoogvenster Overlay Settings (Overdrukinstellingen) verschijnt. Voor Windows...
  • Pagina 78 5. Selecteer het keuzerondje Create Overlay Data (Overdrukgegevens aanmaken) en klik op Settings (Instellingen). Het dialoogvenster Form Settings (Formulierinstellingen) verschijnt. Voor Windows...
  • Pagina 79 6. Schakel het selectievakje Use Form Name (Gebruiker formuliernaam) in. Klik op Add Form Name (Formuliernaam toevoegen). Het dialoogvenster Add Form (Formulier toevoegen) verschijnt. Voor Windows...
  • Pagina 80 7. Typ de formuliernaam in het vak Form Name (Bestandsnaam) en de beschrijving in het vak Description (Beschrijving). 8. Selecteer het keuzerondje To Front (Naar voren) of To Back (Naar achteren) om aan te geven of de overlay wordt afgedrukt in de achtergrond of in de voorgrond van het document.
  • Pagina 81 Afdrukken met overlays Volg de onderstaande instructies om een document met een overlay af te drukken. 1. Open het bestand dat u met een overlay wilt afdrukken. 2. Open de printerdriver vanuit de toepassing. Klik op het menu Bestand en kies Print (Afdrukken) of Print Setup (Printerinstelling).
  • Pagina 82 Overlays met verschillende printerinstellingen De overlay wordt gemaakt met de huidige printerinstellingen, (bijvoorbeeld met een resolutie van 600 dpi). Als u dezelfde overlay met andere printerinstellingen wilt maken, bijvoorbeeld 300 dpi, moet u de onderstaande instructies volgen. 1. Open de printerdriver nogmaals zoals beschreven in stap 2 in “Overlays maken”...
  • Pagina 83 Als de instellingen voor resolutie, papierformaat of afdrukstand van het document verschillen van de formulieroverlay die u gebruikt, kunt u het document niet afdrukken met de formulieroverlay. Deze functie is beschikbaar in de modus ESC/Page Color (ESC/Paginakleur). Formulieroverlays registreren op de vaste schijf Alleen een netwerkbeheerder die Windows XP, 2000 of NT 4.0 gebruikt, kan de formulieroverlays registreren op de optionele vaste schijf.
  • Pagina 84 Opmerking: Als u de lijst met geregistreerde formulieren nodig hebt, klikt u op Print List (Afdruklijst) om deze af te drukken en de formuliernaam te controleren. Als u bovendien een voorbeeldafdruk van het formulier wilt, typt u de naam van het formulier en klikt u op Print Sample (Afdrukvoorbeeld).
  • Pagina 85 Als u pagina's afdrukt om deze in te binden, kunt u de vereiste inbindrand opgeven voor de gewenste paginavolgorde. ® NERGY -partner beveelt EPSON het gebruik van de functie voor dubbelzijdig afdrukken aan. Raadpleeg de NERGY ® -normen voor meer informatie over het programma van ®...
  • Pagina 86 3. Klik op Duplex Settings (Duplexinstellingen) om het dialoogvenster Duplex Settings (Duplexinstellingen) te openen. 4. Geef de inbindmarge voor de voor- en achterzijde van het papier op. Geef bij Start Page (Startpagina) aan of er eerst op de voorzijde of de achterzijde van het papier moet worden afgedrukt.
  • Pagina 87 Printing mode High Quality (PC) (Afdrukmodus): (Hoge kwaliteit (PC)): Selecteer deze modus als u een computer gebruikt met hogere specificaties om de belasting van de computer te verlagen. In deze modus kunnen functies als Form Overlay (Formulieroverdruk) en Print true type with fonts with substitution (TrueType-lettertypen met vervanging afdrukken) niet worden gebruikt.
  • Pagina 88 b. Print True Type fonts Selecteer dit keuzerondje als u de as bitmap TrueType-lettertypen die niet (TrueType-lettertypen worden vervangen door als bitmap apparaatlettertypen in het afdrukken): document, wilt afdrukken als bitmap. Print True Type fonts Selecteer dit keuzerondje om de with substitution TrueType-lettertypen in het (TrueType-lettertypen...
  • Pagina 89 g. Offset Hiermee kunt u de afdrukpositie van gegevens op de voor- en achterzijde van een pagina wijzigen in stappen van 1,0 mm. h. Skip Blank Page Als u dit selectievakje inschakelt, (Geen lege pag.): worden lege pagina's overgeslagen. Ignore the selected Als u dit selectievakje inschakelt, paper size wordt er op het geplaatste papier...
  • Pagina 90 m. Default (Standaard): Klik op deze knop om de beginwaarden voor de driverinstellingen te herstellen. n. Help: Klik op deze knop om de Help te openen. o. Cancel (Annuleren): Klik op deze knop om het dialoogvenster of de printerdriver te sluiten zonder de instellingen op te slaan.
  • Pagina 91 De functie Reserve Job (Reserveertaak) gebruiken Met de functie Reserve Job (Reserveertaak) kunt u afdruktaken opslaan op de vaste schijf van de printer en deze later rechtstreeks vanaf het bedieningspaneel van de printer afdrukken. Volg de instructies in dit gedeelte om de functie Reserve Job (Reserveertaak) te activeren.
  • Pagina 92 De verwerking van taken die op de vaste schijf zijn opgeslagen, is afhankelijk van de optie voor Reserve Job (Reserveertaak). Zie de onderstaande tabellen voor meer informatie. Optie voor Maximumaan- Maximumaan- Vaste schijf is Reserve Job tal taken tal taken over- (Reserveertaak) schreden Re-Print Job...
  • Pagina 93 Re-Print Job (Afdruktaak herafdrukken) Met de optie Re-Print Job (Afdruktaak herafdrukken) kunt u de taak die u momenteel afdrukt, opslaan zodat u deze later opnieuw kunt afdrukken vanaf het bedieningspaneel. Volg de onderstaande instructies om de optie Re-Print Job (Afdruktaak herafdrukken) te gebruiken. 1.
  • Pagina 94 5. Typ een gebruikersnaam en een taaknaam in de bijbehorende tekstvakken. Opmerking: Als u een miniatuur wilt maken van de eerste pagina van een afdruktaak, schakelt u het selectievakje Create a thumbnail (Miniatuurafbeelding aanmaken) in. U kunt miniaturen opvragen door in een webbrowser http:// op te geven, gevolgd door het IP-adres van de interne afdrukserver.
  • Pagina 95 4. Schakel het selectievakje Reserve Job On (Reserveer afdruktaak Aan) in en selecteer het keuzerondje Verify Job (Afdruktaak verifiëren). 5. Typ een gebruikersnaam en een taaknaam in de bijbehorende tekstvakken. Opmerking: Als u een miniatuur wilt maken van de eerste pagina van een afdruktaak, schakelt u het selectievakje Create a thumbnail (Miniatuurafbeelding aanmaken) in.
  • Pagina 96 Stored Job (Opgeslagen afdruktaak) De optie Stored Job (Opgeslagen afdruktaak) is handig voor het opslaan van documenten die u regelmatig afdrukt, zoals facturen. De opgeslagen gegevens blijven op de vaste schijf staan, zelfs als u de printer uitschakelt of opnieuw instelt met de functie Reset All (Reset alles).
  • Pagina 97 4. Schakel het selectievakje Reserve Job On (Reserveer afdruktaak Aan) in en selecteer het keuzerondje Stored Job (Opgeslagen afdruktaak). 5. Typ een gebruikersnaam en een taaknaam in de bijbehorende tekstvakken. Opmerking: Als u een miniatuur wilt maken van de eerste pagina van een afdruktaak, schakelt u het selectievakje Create a thumbnail (Miniatuurafbeelding aanmaken) in.
  • Pagina 98 Confidential Job (Vertrouwelijke afdruktaak) Met de optie Confidential Job (Vertrouwelijke afdruktaak) kunt u wachtwoorden instellen voor het afdrukken van taken die op de vaste schijf zijn opgeslagen. Volg de onderstaande instructies om afdrukgegevens op te slaan met de optie Confidential Job (Vertrouwelijke afdruktaak). 1.
  • Pagina 99 331 voor meer informatie over het afdrukken of verwijderen van deze gegevens via het bedieningspaneel van de printer. Printer controleren met EPSON Status Monitor 3 EPSON Status Monitor 3 controleert de printer en informeert u over de huidige status van de printer. Voor Windows...
  • Pagina 100 Windows-clients waarvoor gedeelde LPR-verbindingen en gedeelde standaard-TCP/IP-verbindingen in Windows XP worden gebruikt. EPSON Status Monitor 3 is niet beschikbaar als u afdrukt via een verbinding met een externe desktop. Gebruikers van Netware: Voor het beheer van NetWare-printers moet u een Novell-client gebruiken die overeenstemt met uw besturingssysteem.
  • Pagina 101 Opmerking: Als het venster voor het instellen van talen verschijnt, selecteert u uw land. Als het installatieprogramma van EPSON niet automatisch wordt gestart, dubbelklikt u op het pictogram My Computer (Deze computer) en klikt u met de rechtermuisknop op het pictogram CD-ROM (Cd-rom).
  • Pagina 102 6. Schakel het selectievakje EPSON Status Monitor 3 in en klik op Install (Installeer). 7. Controleer in het dialoogvenster of het pictogram van de printer is geselecteerd en klik op OK. Volg de instructies op het scherm. 8. Als de installatie is voltooid, klikt u op OK.
  • Pagina 103 EPSON Status Monitor 3 openen Zo opent u EPSON Status Monitor 3: Open de printersoftware, klik op de tab Utility (Hulpprogramma) en klik vervolgens op EPSON Status Monitor 3. Voor Windows...
  • Pagina 104 Informatie over de printerstatus weergeven In het dialoogvenster EPSON Status Monitor 3 kunt u de printerstatus controleren en informatie weergeven over verbruiksgoederen. Opmerking: De afbeelding kan afhankelijk van de printer verschillen. Pictogram/ Het pictogram en het bericht geven bericht: de printerstatus weer.
  • Pagina 105 Printerafbeelding: De afbeelding in de linkerbovenhoek geeft de printerstatus weer. Tekstvak: In het tekstvak naast de printerafbeelding wordt de huidige status van de printer weergegeven. Wanneer een fout optreedt, wordt de meest waarschijnlijke oplossing weergegeven. Close (Sluiten): Klik op deze knop om het dialoogvenster te sluiten.
  • Pagina 106 Controlevoorkeuren instellen Als u bepaalde controle-instellingen wilt opgeven, klikt u op Monitoring Preferences (Controlevoorkeuren) op het tabblad Utility (Hulpprogramma) in de printerdriver. Het dialoogvenster Monitoring Preferences (Controlevoorkeuren) verschijnt. In het dialoogvenster worden de volgende instellingen en knoppen weergegeven: Select Notification Met de selectievakjes in dit gebied (Waarschuwing kunt u de foutsoorten selecteren...
  • Pagina 107 Monitoring Preferences (Controlevoorkeuren) kiezen om het dialoogvenster Monitoring Preferences (Controlevoorkeuren) te openen. Klik vervolgens op EPSON AL-C4100 Advanced om het dialoogvenster EPSON Status Monitor 3 te openen. Voor Windows...
  • Pagina 108 (Taakinformatie weergeven) in als u het menu Job Information (Taakinformatie) wilt weergeven op het scherm van de Epson Status Monitor 3. Opmerking: Dit menu wordt alleen ingeschakeld onder de voorwaarden die staan beschreven in “Ondersteunde verbindingen voor de functie Job Management (Taakbeheer)”...
  • Pagina 109 Tevens wordt het venster weergegeven op basis van de instelling die u in het dialoogvenster Monitoring Preferences (Controlevoorkeuren) hebt geselecteerd. Klik op de knop EPSON Status Monitor 3 voor meer informatie over verbruiksgoederen. Hebt u op deze knop geklikt, dan verdwijnt het venster Status Alert (Foutmeldingen) zelfs niet nadat het probleem is opgelost.
  • Pagina 110 Show job information (Taakinformatie weergeven) in het dialoogvenster Monitoring Preferences (Controlevoorkeuren) inschakelen. Zie “Controlevoorkeuren instellen” op pagina 106 voor meer informatie. Klik vervolgens op de tab Job Information (Taakinformatie) in het dialoogvenster EPSON Status Monitor 3. Voor Windows...
  • Pagina 111 a. Status: Waiting De afdruktaak in de (Wachten): afdrukwachtrij. Printing De afdruktaak die wordt (Bezig af te afgedrukt. drukken): Completed De taken die al zijn (Voltooid): afgedrukt. Canceled De taken waarvoor het (Geannuleerd): afdrukken is geannuleerd. Held De taak is uitgesteld. (Uitgesteld): b.
  • Pagina 112 (Vernieuw): tabblad te vernieuwen. De afdruktaak opnieuw afdrukken Als u op Print (Afdrukken) klikt in het scherm van EPSON Status Monitor 3, kunt u een taak in de wachtrij afdrukken. Voer de onderstaande instructies uit om een afdruktaak opnieuw af te drukken.
  • Pagina 113 4. Bevestig in dit venster de naam van de afdruktaak en geef een aantal exemplaren op tussen 1 en 999. 5. Klik op OK om de taak opnieuw af te drukken. Ondersteunde verbindingen voor de functie Job Management (Taakbeheer) De functie Job Management (Taakbeheer) kan worden gebruikt voor de volgende verbindingen: TCP/IP-verbindingen van EpsonNet Direct Print (in Windows Me, 98, 95 en XP, 2000 of NT 4.0)
  • Pagina 114 Het selectievakje Monitor the Printing Status (Afdrukstatus controleren) wordt weergegeven op het tabblad Utility (Hulpprogramma) in de printerdriver. U kunt de huidige printerstatus bekijken door op het pictogram EPSON Status Monitor 3 op het tabblad Utility (Hulpprogramma) in de printerdriver te klikken. Voor Windows...
  • Pagina 115 Instellingen voor gecontroleerde printers Met het hulpprogramma Monitored Printers (Gecontroleerde printers) kunt u de soort printers wijzigen die door EPSON Status Monitor 3 worden gecontroleerd. Als u EPSON Status Monitor 3 installeert, wordt dit hulpprogramma ook geïnstalleerd. Meestal hoeft u de instellingen niet te wijzigen.
  • Pagina 116 1. Klik op Start en kies Settings (Instellingen) en Printers. Klik in Windows XP op Start en kies Printers and faxes (Printers en faxapparaten). 2. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram EPSON AL-C4100 Advanced en klik op Properties (Eigenschappen) in het menu dat wordt weergegeven.
  • Pagina 117 4. Selecteer de gewenste USB-poort in de vervolgkeuzelijst Print to the following port (Afdrukken naar de volgende poort). Selecteer in Windows Me of 98 EPUSB1: (EPSON AL-C4100). In Windows XP of 2000 selecteert u USB001 in de lijst op het tabblad Ports (Poorten).
  • Pagina 118 Afdrukken annuleren Als de kwaliteit van de afdrukken niet naar behoren is en de tekens of afbeeldingen onjuist of vervormd worden weergegeven, moet u het afdrukken wellicht annuleren. Volg de onderstaande instructies om het afdrukken te annuleren als het printerpictogram wordt weergegeven in de taakbalk. Dubbelklik op het printerpictogram in de taakbalk.
  • Pagina 119 Installatie van de printersoftware ongedaan maken Als u de printerdriver opnieuw wilt installeren of wilt bijwerken, moet u eerst de installatie van de huidige printerdriver ongedaan maken. Installatie van de printerdriver ongedaan maken 1. Sluit alle geopende toepassingen. 2. Klik op Start en kies Settings (Instellingen) en Control Panel (Configuratiescherm).
  • Pagina 120 4. Selecteer EPSON Printer Software (EPSON-printersoftware) en klik op Add/Remove (Toevoegen/Verwijderen). Opmerking: Als u Windows XP of 2000 gebruikt, klikt u op Change or Remove Programs (Programma's wijzigen of verwijderen), selecteert u EPSON Printer Software (EPSON-printersoftware) en klikt u op Change/Remove (Wijzigen/Verwijderen). Voor Windows...
  • Pagina 121 6. Klik op de tab Utility (Hulpprogramma's) en controleer of het selectievakje voor het ongedaan maken van de installatie van de printersoftware is ingeschakeld. Opmerking: Als u alleen EPSON Status Monitor 3 verwijdert, schakelt u het selectievakje EPSON Status Monitor 3 in. Voor Windows...
  • Pagina 122 7. Als u het hulpprogramma Monitored Printers (Gecontroleerde printers) wilt verwijderen, schakelt u het selectievakje EPSON Status Monitor 3: Monitored Printers (EPSON Status Monitor 3: Gecontroleerde printers) in en klikt u op OK. Opmerking: U kunt ook alleen het hulpprogramma Monitored Printers (Gecontroleerde printers) van EPSON Status Monitor 3 verwijderen.
  • Pagina 123 U moet de printerdriver verwijderen voordat u de USB-apparaatdriver verwijdert. Als u de USB-apparaatdriver hebt verwijderd, hebt u geen toegang meer tot andere EPSON-printers die zijn aangesloten via een USB-interfacekabel. 1. Voer stap 1 tot en met 3 uit van “Installatie van de printerdriver ongedaan maken”...
  • Pagina 124 Windows Me of 98 is aangesloten via een USB-interfacekabel. Als de USB-apparaatdriver niet correct is geïnstalleerd, wordt EPSON USB Printer Devices (EPSON USB- printerapparaten) wellicht niet weergegeven. Volg de onderstaande instructies om het bestand Epusbun.exe op de cd-rom die bij de printer is geleverd, uit te voeren.
  • Pagina 125 Monitor 3. Met de printerdriver kunt u instellingen opgeven voor optimale printerprestaties. EPSON Status Monitor 3 kunt u openen via het Apple-menu. Met EPSON Status Monitor 3 kunt u de printerstatus controleren. Zie “Printer controleren met EPSON Status Monitor 3” op pagina 158 voor meer informatie.
  • Pagina 126 Kies Page Setup (Pagina-instelling) in het menu File (Archief) van een toepassing om het dialoogvenster Paper Setting (Papierinstelling) te openen. Kies Print in het menu File (Archief) van een toepassing om het dialoogvenster Basic Settings (Basisinstellingen) te openen. Klik op het pictogram Layout (Lay-out) in het dialoogvenster Basic Settings (Basisinstellingen) om het dialoogvenster Layout (Lay-out) te openen.
  • Pagina 127 Als u het keuzerondje Automatic (Automatisch) in het dialoogvenster Basic Settings (Basisinstellingen) hebt geselecteerd, wordt de printer ingesteld op basis van de kleurinstellingen die u selecteert. U hoeft alleen de kleur en resolutie in te stellen. U kunt andere instellingen, zoals het papierformaat of de afdrukstand, wijzigen in de meeste toepassingen.
  • Pagina 128 Voor gebruikers van Mac OS X 1. Open het dialoogvenster Basic Settings (Basisinstellingen). 2. Klik op Automatic (Automatisch) en kies de resolutie in de vervolgkeuzelijst Resolution (Resolutie). Voorgedefinieerde instellingen gebruiken De voorgedefinieerde instellingen zijn bedoeld om de afdrukinstellingen te optimaliseren voor bepaalde documenten, zoals presentaties of afbeeldingen gemaakt met een videocamera of digitale camera.
  • Pagina 129 Voor gebruikers van Mac OS X 1. Open het dialoogvenster Basic Settings (Basisinstellingen). 2. Selecteer het keuzerondje Custom (Aangepast). U vindt de voorgedefinieerde instelling in de vervolgkeuzelijst Advanced (Geavanceerd). Wanneer u een voorgedefinieerde instelling kiest, worden andere instellingen, zoals Printing Mode (Modus), Resolution (Resolutie), Screen (Scherm) en Color Management (Kleurenmanagement), automatisch ingesteld.
  • Pagina 130 PhotoEnhance4 Geschikt voor het afdrukken van afbeeldingen die zijn gemaakt met een videocamera, digitale camera of scanner. Met EPSON PhotoEnhance4 worden het contrast, de verzadiging en de helderheid van het origineel aangepast voor scherpere afdrukken met levendigere kleuren. Deze instelling heeft geen invloed op het origineel.
  • Pagina 131 Afdrukinstellingen aanpassen De meeste gebruikers stellen de afdrukinstellingen niet zelf in. U kunt echter zelf de afdrukinstellingen aanpassen als u het resultaat van de afdrukken wilt aanpassen aan uw wensen, de meest geavanceerde instellingen wilt gebruiken of iets wilt uitproberen. Volg de onderstaande instructies om de afdrukinstellingen aan te passen.
  • Pagina 132 4. Kies de gewenste afdrukresolutie uit Fast (Snel) (300 dpi) of Fine (Fijn) (600 dpi). Opmerking: Gebruik de knop om meer informatie weer te geven over de instellingen wanneer u de andere instellingen opgeeft. 5. Klik op OK om de instellingen te accepteren en terug te gaan naar het dialoogvenster Basic Settings (Basisinstellingen).
  • Pagina 133 Opmerking: Voor de aangepaste instellingen kunt u niet de naam van een voorgedefinieerde instelling gebruiken. Als u een aangepaste instelling wilt verwijderen, selecteert u het keuzerondje Advanced (Geavanceerd) en klikt u op Save Settings (Bewaar instellingen) in het dialoogvenster Basic Settings (Basisinstellingen).
  • Pagina 134 Gebruikers van Mac OS 10.2.x moeten de aangepaste instellingen opslaan in Save Custom Setting (Bewaar speciale instellingen). Typ een naam voor de aangepaste instellingen in het vak Name (Naam). De instellingen worden opgeslagen met deze naam in de vervolgkeuzelijst Preset (Voorgedefinieerde instellingen). Opmerking: De optie Custom Setting (Aangepaste instelling) is een standaardfunctie van Mac OS X.
  • Pagina 135 2. Schakel het selectievakje Fit to Page (Pas aan pagina aan) in. Selecteer het gewenste papierformaat in de vervolgkeuzelijst Output Paper (Uitvoerpapier). De pagina wordt aangepast zodat deze kan worden afgedrukt op het geselecteerde papier. 3. Klik op OK om de instellingen te accepteren. Afdrukindeling aanpassen U kunt twee of vier pagina's op één pagina afdrukken en de afdrukvolgorde bepalen.
  • Pagina 136 2. Schakel het selectievakje Print Layout (Afdruklay-out) in en klik op Print Layout Settings (Afdruklay-out instellingen). Het dialoogvenster Print Layout Setting (Afdruklay-out instellingen) verschijnt. 3. Selecteer het aantal pagina's dat u wilt afdrukken op één vel papier. Voor Macintosh...
  • Pagina 137 4. Geef de volgorde op waarin u de pagina's wilt afdrukken op elk vel. Opmerking: De opties voor paginavolgorde zijn afhankelijk van het aantal pagina's dat in het dialoogvenster hierboven is geselecteerd en de geselecteerde afdrukstand. 5. Klik op OK om de instellingen te accepteren en terug te keren naar het tabblad Layout (Lay-out).
  • Pagina 138 Watermerken gebruiken Volg de onderstaande instructies om een watermerk in het document te gebruiken. In het dialoogvenster Layout (Lay-out) kunt u een watermerk selecteren uit een lijst met voorgedefinieerde watermerken. U kunt ook een eigen bitmapbestand (PICT) of tekstbestand selecteren als watermerk. In het dialoogvenster Layout (Lay-out) kunt u ook verschillende watermerkinstellingen opgeven.
  • Pagina 139 3. Selecteer de locatie op de pagina waar u het watermerk wilt afdrukken door het watermerk naar het voorbeeldvenster te slepen. Als u het formaat van het watermerk wilt aanpassen, sleept u de greep tot het gewenste formaat. 4. Pas de beeldintensiteit van het watermerk aan met de schuifbalk Intensity (Intensiteit).
  • Pagina 140 Tekstwatermerken maken 1. Klik op het pictogram Layout (Lay-out) in het dialoogvenster Basic Settings (Basisinstellingen). Het dialoogvenster Layout (Lay-out) verschijnt. 2. Schakel het selectievakje Watermark Settings (Watermerkinstellingen) in en klik op New/Delete (Nieuw/Verwijder). Het dialoogvenster Custom Watermark (Aangepast watermerk) verschijnt. 3.
  • Pagina 141 4. Typ de tekst voor het watermerk in het vak Text (Tekst). Selecteer het lettertype en de stijl en klik op OK in het dialoogvenster Text Watermark (Tekstwatermerk). 5. Typ de bestandsnaam in het vak Name (Naam) en klik op Save (Bewaar).
  • Pagina 142 6. Selecteer het opgeslagen, aangepaste watermerk in de vervolgkeuzelijst Watermark (Watermerk) in het dialoogvenster Layout (Lay-out). Klik vervolgens op OK. Bitmapwatermerken maken Voordat u een aangepast watermerk maakt, moet u een bitmapbestand (PICT) maken. 1. Klik op het pictogram Layout (Lay-out) in het dialoogvenster Basic Settings (Basisinstellingen).
  • Pagina 143 3. Klik op Add PICT (Voeg PICT toe) in het dialoogvenster Custom Watermark (Aangepast watermerk). 4. Selecteer het PICT-bestand en klik op Open. 5. Typ de bestandsnaam in het vak Name (Naam) en klik op Save (Bewaar). Voor Macintosh...
  • Pagina 144 Als u pagina's afdrukt om deze in te binden, kunt u de vereiste inbindrand opgeven voor de gewenste paginavolgorde. ® NERGY -partner beveelt EPSON het gebruik van de functie voor dubbelzijdig afdrukken aan. Raadpleeg de NERGY ® -normen voor meer informatie over het programma van ®...
  • Pagina 145 5. Geef de inbindmarge voor de voor- en achterzijde van het papier op. 6. Geef bij Start Page (Beginpagina) aan of er eerst op de voorzijde of de achterzijde van het papier moet worden afgedrukt. 7. Klik op OK om de instellingen te accepteren en terug te keren naar het tabblad Layout (Lay-out).
  • Pagina 146 6. Geef bij Start Page (Beginpagina) aan of er eerst op de voorzijde of de achterzijde van het papier moet worden afgedrukt. 7. Klik op Print om af te drukken. Geavanceerde instellingen opgeven U kunt verschillende instellingen, zoals Page Protect (Paginabesch), opgeven in het dialoogvenster Extended Setting (Geavanceerde instellingen).
  • Pagina 147 d. Skip Blank Page Als u dit selectievakje (Geen lege pag): inschakelt, worden lege pagina's overgeslagen. Opmerking: Deze functie is niet beschikbaar voor Mac OS X. e. Automatically change to Schakel dit selectievakje in om monochrome mode de afdrukgegevens te (Automatisch controleren en automatisch over overschakelen naar...
  • Pagina 148 h. Select (Selecteren): Klik op deze knop om de map te selecteren waarin spoolbestanden worden opgeslagen. Opmerking: Deze functie is niet beschikbaar voor Mac OS X. i. Cancel (Annuleer): Klik op deze knop om het dialoogvenster of de printerdriver te sluiten zonder de instellingen op te slaan.
  • Pagina 149 Opmerking: U moet een optionele vaste schijf in de printer installeren als u de functie Reserve Job (Reserveertaak) wilt gebruiken. De schijf moet worden herkend door de printerdriver voordat u de functie Reserve Job (Reserveertaak) gaat gebruiken. In de volgende tabel wordt een overzicht van de opties voor de functie Reserve Job (Reserveertaak) gegeven.
  • Pagina 150 Optie voor Re- Maximum- Maximum- Vaste schijf serve Job aantal taken aantal taken is vol (Reserveertaak) overschreden Stored Job Oude taken Oude taken (Opgeslagen taak) moeten moeten handmatig handmatig Confidential Job worden worden verwijderd (Vertrouwelijke verwijderd taak) Optie voor Na afdrukken Na uitschakelen van printer of Reserve Job gebruik van Reset All (Reset alles)
  • Pagina 151 Volg de onderstaande instructies om de optie Re-Print Job (Taak opnieuw afdrukken) te gebruiken. 1. Geef de gewenste printerdriverinstellingen voor het document op. Open het dialoogvenster Basic Settings (Basisinstellingen) en klik op het pictogram Reserve Job (Reserveertaak). Het dialoogvenster Reserve Job Settings (Instellingen voor reserveertaak) verschijnt.
  • Pagina 152 3. Typ een gebruikersnaam en een taaknaam in de bijbehorende tekstvakken. Opmerking: Als u een miniatuur wilt maken van de eerste pagina van een afdruktaak, schakelt u het selectievakje Create a thumbnail (Miniatuur maken) in. U kunt miniaturen opvragen door in een webbrowser http:// op te geven, gevolgd door het IP-adres van de interne afdrukserver.
  • Pagina 153 Volg de onderstaande instructies om de optie Verify Job (Taak controleren) te gebruiken. 1. Geef het aantal af te drukken exemplaren en de overige gewenste printerdriverinstellingen op voor het document. 2. Open het dialoogvenster Basic Settings (Basisinstellingen) en klik op het pictogram Reserve Job (Reserveertaak).
  • Pagina 154 5. Klik op OK. Er wordt één exemplaar van het document afgedrukt en de afdrukgegevens met informatie over het aantal resterende exemplaren worden opgeslagen op de vaste schijf. Als u de afdruk hebt gecontroleerd, kunt u de resterende exemplaren afdrukken of de gegevens verwijderen met het bedieningspaneel van de printer.
  • Pagina 155 Volg de onderstaande instructies om afdrukgegevens op te slaan met de optie Stored Job (Opgeslagen taak). 1. Geef de gewenste printerdriverinstellingen voor het document op. Open het dialoogvenster Basic Settings (Basisinstellingen) en klik op het pictogram Reserve Job (Reserveertaak). Het dialoogvenster Reserve Job Settings (Instellingen voor reserveertaak) verschijnt.
  • Pagina 156 Zie “Menu Quick Print Job (Snelafdruk) gebruiken” op pagina 331 voor meer informatie over het afdrukken of verwijderen van deze gegevens via het bedieningspaneel van de printer. Voor gebruikers van Mac OS X 1. Open het dialoogvenster Reserve Job (Reserveertaak). 2.
  • Pagina 157 2. Schakel het selectievakje Reserve Job On (Reserveertaak aan) in en selecteer het keuzerondje Confidential Job (Vertrouwelijke taak). 3. Typ een gebruikersnaam en een taaknaam in de bijbehorende tekstvakken. 4. Stel het wachtwoord voor de taak in door een getal van vier cijfers in te voeren in het invoervak voor het wachtwoord.
  • Pagina 158 5. Klik op Print. Het document wordt afgedrukt en de afdruktaakgegevens worden opgeslagen op de vaste schijf. Printer controleren met EPSON Status Monitor 3 EPSON Status Monitor 3 controleert de printer en informeert u over de huidige status van de printer. Voor Macintosh...
  • Pagina 159 EPSON Status Monitor 3 openen U kunt EPSON Status Monitor 3 openen door in het Apple-menu het alias voor EPSON Status Monitor 3 te kiezen. Opmerking: De juiste printerpoort moet zijn geselecteerd in de Chooser (Kiezer) om de benodigde gegevens te ontvangen vanuit de geselecteerde printerdriver wanneer u EPSON Status Monitor 3 opent.
  • Pagina 160 Informatie over de printerstatus weergeven In het dialoogvenster EPSON Status Monitor 3 kunt u de printerstatus controleren en informatie weergeven over verbruiksgoederen. Opmerking: De afbeelding kan afhankelijk van de printer verschillen. a. Pictogram/bericht: Het pictogram en het bericht geven de printerstatus weer.
  • Pagina 161 c. Tekstvak: In het tekstvak naast de printerafbeelding wordt de huidige status van de printer weergegeven. Wanneer een fout optreedt, wordt de meest waarschijnlijke oplossing weergegeven. d. Close (Sluiten): Klik op deze knop om het dialoogvenster te sluiten. e. Paper (Papier): Toont het papierformaat en een schatting van de hoeveelheid papier die in de papierbron...
  • Pagina 162 Controlevoorkeuren instellen Als u bepaalde controle-instellingen wilt opgeven, kiest u Monitor Setup (Monitorinstelling) in het menu File (Archief). Het dialoogvenster Monitor Setup (Monitorinstelling) verschijnt. In het dialoogvenster worden de volgende instellingen en knoppen weergegeven: a. Error Notification Hier kunt u de foutsoorten Selection selecteren waarover u wilt worden (Selectie foutmelding):...
  • Pagina 163 Status Alert (Foutmeldingen) zelfs niet nadat het probleem is opgelost. Klik op Close (Sluiten) om het venster te sluiten. De functie voor taakbeheer gebruiken U kunt informatie over de afdruktaken weergeven op het tabblad Job Information (Taakgegevens) in het dialoogvenster EPSON Status Monitor 3. Voor Macintosh...
  • Pagina 164 Als u het tabblad Job Information (Taakgegevens) wilt weergeven, moet u het selectievakje Show job information (Taakgegevens weergeven) in het dialoogvenster Monitoring Preferences (Controlevoorkeuren) inschakelen. Klik vervolgens op de tab Job Information (Taakgegevens) in het dialoogvenster EPSON Status Monitor 3. a. Status: Waiting Wachten op afdrukken. (Wachten):...
  • Pagina 165 b. Job Name Hier worden de bestandsnamen van de (Taaknaam): afdruktaken van de gebruiker weergegeven. Afdruktaken van andere gebruikers worden weergegeven als --------. c. Job Type Hier wordt de taaksoort weergegeven. Als u (Taaksoort): de functie Reserve Job (Reserveertaak) gebruikt, worden de taken respectievelijk weergegeven als Stored (Opgeslagen), Verify (Controleren), Re-Print (Opnieuw afdrukken) en Confidential (Vertrouwelijk).
  • Pagina 166 Opmerking: Afdrukken in de achtergrond moet zijn ingeschakeld om afdruktaken te beheren met EPSON Status Monitor 3. Als u afdrukken in de achtergrond inschakelt, kunt u de Macintosh blijven gebruiken terwijl een document wordt voorbereid voor afdrukken.
  • Pagina 167 Volg de instructies in het bericht. Open EPSON Status Monitor 3 vanuit de toepassing tijdens het afdrukken in de achtergrond. Vervolgens kunt u het afdrukken annuleren in EPSON Status Monitor 3 of het bestand in de rustmodus verwijderen.
  • Pagina 168 Voor Mac OS 8.6 tot 9.X 1. Sluit alle toepassingen en start de computer opnieuw op. 2. Plaats de cd-rom met EPSON-printersoftware in het cd-romstation. 3. Dubbelklik op de map English (Engels) en dubbelklik op de map Disk 1 (Schijf 1) in de map Disk Package (Schijfpakket).
  • Pagina 169 5. Dubbelklik op het pictogram ALC4100_10a. Opmerking: Als het dialoogvenster Authorization (Autorisatie) verschijnt, geeft u het Password or phrase (Wachtwoord of zin) op en klikt u op OK. 6. Als het venster met de licentieovereenkomst verschijnt, leest u de overeenkomst en klikt u op Accept (Akkoord). 7.
  • Pagina 170 Voor Macintosh...
  • Pagina 171 Hoofdstuk 5 Printer instellen in een netwerk Voor Windows Printer delen In dit gedeelte wordt beschreven hoe u een printer kunt delen in een standaard-Windows-netwerk. De computers in een netwerk kunnen een printer delen die rechtstreeks op een van de computers is aangesloten. De computer die rechtstreeks is aangesloten op de printer, is de afdrukserver.
  • Pagina 172 Zie “Windows NT 4.0” op pagina 188 voor Windows NT 4.0. Opmerking: Wanneer u de printer deelt, moet u EPSON Status Monitor 3 instellen zodat de gedeelde printer kan worden gecontroleerd op de afdrukserver. Zie “Controlevoorkeuren instellen” op pagina 106 voor meer informatie.
  • Pagina 173 Gebruikers die de computer opnieuw opstarten 1. Open het Configuratiescherm en dubbelklik op het pictogram Printers. 2. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram EPSON AL-C4100 Advanced en klik op Sharing (Delen) in het menu dat wordt weergegeven. Printer instellen in een netwerk...
  • Pagina 174 Gebruik geen spaties of koppeltekens voor de sharenaam, anders kan er een fout optreden. Wanneer u de printer deelt, moet u EPSON Status Monitor 3 instellen zodat de gedeelde printer kan worden gecontroleerd op de afdrukserver. Zie “Controlevoorkeuren instellen” op pagina 106 voor meer informatie.
  • Pagina 175 (Printers en faxapparaten). In Windows XP Home Edition gaat u eerst naar Control panel (Configuratiescherm) en klikt u op Printers and Faxes (Printers en faxapparaten). 2. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram EPSON AL-C4100 Advanced en klik op Sharing (Delen) in het menu dat wordt weergegeven.
  • Pagina 176 Als het volgende menu verschijnt in Windows XP, klikt u op Network Setup Wizard of If you understand the security risks but want to share printers without running the wizard click here (Klik hier als u het beveiligingsrisico kent en printers zonder gebruik te maken van de wizard wilt delen).
  • Pagina 177 Opmerking: Gebruik geen spaties of koppeltekens voor de sharenaam, anders kan er een fout optreden. 4. Selecteer de extra drivers. Opmerking: Als de server- en clientcomputers hetzelfde besturingssysteem gebruiken, hoeft u geen extra drivers te installeren. Na stap 3 klikt u op OK.
  • Pagina 178 Afdrukserver met Windows XP of 2000 Klik op Additional Drivers (Extra stuurprogramma's). Selecteer de versie van Windows die voor de clients wordt gebruikt en klik op OK. Clients met Windows Me, Selecteer Intel Windows 95 98 of 95 or 98 (and Me) (Intel Windows 95 of 98 (en Me)) Clients met Windows Selecteer Intel Windows...
  • Pagina 179 Opmerking: U hoeft de extra driver voor Intel Windows 2000 (of XP) niet te installeren, omdat deze vooraf is geïnstalleerd. Selecteer geen andere extra drivers dan Intel Windows 95 of 98 (en Me) en Intel Windows NT 4.0 of 2000. De overige extra drivers zijn niet beschikbaar.
  • Pagina 180 6. Geef de naam van het station en de map op waar de printerdriver voor clients zich bevindt en klik op OK. Het weergegeven bericht hangt af van het besturingssysteem van de client. De naam van de map verschilt, afhankelijk van het gebruikte besturingssysteem.
  • Pagina 181 Opmerking: Controleer de volgende items als de printer wordt gedeeld. U moet EPSON Status Monitor 3 instellen zodat de gedeelde printer kan worden gecontroleerd op de afdrukserver. Zie “Controlevoorkeuren instellen” op pagina 106 voor meer informatie. Stel de beveiliging in voor de gedeelde printer (toegangsrecht voor clients).
  • Pagina 182 U kunt de extra driver niet gebruiken voor het besturingssysteem van het serversysteem. Wanneer u EPSON Status Monitor 3 wilt gebruiken voor clients, moet u de printerdriver en EPSON Status Monitor 3 vanaf de cd-rom installeren op elke client. Windows Me, 98 of 95...
  • Pagina 183 5. Klik op de computer of server die is aangesloten op de gedeelde printer en op de naam van de gedeelde printer. Klik vervolgens op OK. Opmerking: De naam van de gedeelde printer kan worden gewijzigd door de computer of server die is aangesloten op de gedeelde printer. Neem contact op met de netwerkbeheerder over de naam van de gedeelde printer.
  • Pagina 184 7. Controleer de naam van de gedeelde printer en geef aan of de printer als standaardprinter wordt gebruikt. Klik op Next (Volgende) en volg de instructies op het scherm. Opmerking: U kunt de naam van de gedeelde printer wijzigen zodat deze alleen op de clientcomputer wordt weergegeven.
  • Pagina 185 1. Klik in Windows 2000 op Start en kies Settings (Instellingen) en Printers. Klik in Windows XP op Start en kies Printers and Faxes (Printers en faxapparaten). In Windows XP Home Edition gaat u eerst naar Control panel (Configuratiescherm) en klikt u op Printers and Faxes (Printers en faxapparaten).
  • Pagina 186 4. In Windows 2000 typt u de naam van de gedeelde printer en klikt u op Next (Volgende). Opmerking: U kunt ook \\(naam van de computer die lokaal is aangesloten op de gedeelde printer)\(naam van de gedeelde printer) typen voor het netwerkpad of de wachtrijnaam.
  • Pagina 187 5. Klik op het pictogram van de computer of server die is aangesloten op de gedeelde printer en op de naam van de gedeelde printer. Klik op Next (Volgende). Opmerking: De naam van de gedeelde printer kan worden gewijzigd door de computer of server die is aangesloten op de gedeelde printer.
  • Pagina 188 6. Selecteer voor Windows 2000 of u de printer als de standaardprinter wilt gebruiken en klik op Next (Volgende). 7. Controleer de instellingen en klik op Finish (Voltooien). Windows NT 4.0 Volg de onderstaande instructies om de clients met Windows NT 4.0 in te stellen: U kunt de printerdriver van de gedeelde printer installeren als u hoofdgebruikersrechten of hogere toegangsrechten hebt, zelfs als...
  • Pagina 189 4. Klik op het pictogram van de computer of server die is aangesloten op de gedeelde printer en op de naam van de gedeelde printer. Klik vervolgens op OK. Opmerking: U kunt ook \\(naam van de computer die lokaal is aangesloten op de gedeelde printer)\(naam van de gedeelde printer) typen voor het netwerkpad of de wachtrijnaam.
  • Pagina 190 Ga naar “Printerdriver installeren vanaf de cd-rom” op pagina 190 als de extra driver voor Windows NT 4.0 niet is geïnstalleerd op de afdrukserver met Windows XP of 2000 of het besturingssysteem van de afdrukserver Windows Me, 98 of 95 is. 5.
  • Pagina 191 1. Als u toegang krijgt tot de gedeelde printer, kan er een vraag worden weergegeven. Klik op OK en volg de instructies op het scherm om de printerdriver vanaf de cd-rom te installeren. 2. Plaats de cd-rom en geef de naam op van het station en de map waar de printerdriver voor clients zich bevindt en klik op OK.
  • Pagina 192 Voor Macintosh Printer delen In dit gedeelte wordt beschreven hoe u een printer kunt delen in een AppleTalk-netwerk. De computers in een netwerk kunnen de printer delen die rechtstreeks op een van de computers is aangesloten. De computer die rechtstreeks is aangesloten op de printer, is de afdrukserver.
  • Pagina 193 1. Zet de printer aan. 2. Selecteer Chooser (Kiezer) in het Apple-menu en klik op het pictogram AL-C4100 Advanced (Geavanceerd). Selecteer vervolgens USB port (USB-poort) in het vak Select a printer port (Printerpoort selecteren) rechts. Klik op Setup (Instellen). Het dialoogvenster Printer Setup (Printerinstelling) verschijnt.
  • Pagina 194 5. Klik op OK om de instellingen te accepteren. 6. Sluit de Chooser (Kiezer). Toegang tot de gedeelde printer Volg de onderstaande procedure om de printer vanaf een andere computer in het netwerk te bereiken. Opmerking: Deze functie is niet beschikbaar bij Mac OS X. 1.
  • Pagina 195 3. Klik op Setup (Instellen), typ het wachtwoord voor de printer en klik op OK. Het dialoogvenster Printer Setup (Printerinstelling)verschijnt. Klik bij Printer Sharing Set Up (Instelling voor printer delen) op Shared Printer Information (Gedeelde printergegevens). 4. Als op de client lettertypen zijn geïnstalleerd die niet beschikbaar zijn op de printerserver, verschijnt het volgende bericht.
  • Pagina 196 Voor Mac OS X Gebruik de instelling Printer Sharing (Printer delen). Dit is een standaardfunctie van de Mac OS X 10.2 of hoger. Deze functie is niet beschikbaar bij Mac OS X 10.1. Raadpleeg de documentatie bij het besturingssysteem voor meer informatie.
  • Pagina 197 Government Legal minder dan 56 mm (GLG), per lade) Executive (EXE) (Gewicht: 60 tot 105 g/m²) EPSON Color Laser A4, Letter (LT) Maximaal 500 vellen in Paper elke papierlade Opmerking: Plaats het papier in de lade met de afdrukzijde naar boven.
  • Pagina 198 De printer weegt ongeveer 36,0 kg. De printer moet niet worden opgetild door één persoon. De printer moet door twee personen worden opgetild en moet worden vastgepakt op de juiste posities, zoals hieronder wordt weergegeven. * Pak de printer niet bij deze delen vast. Waarschuwing: Als u de printer niet op de juiste wijze optilt, laat u deze wellicht vallen.
  • Pagina 199 De optionele papierlade installeren Volg de onderstaande instructies om de optionele papierlade te installeren. 1. Schakel de printer uit en koppel het netsnoer en de interfacekabel los. Let op: Koppel het netsnoer los van de printer om elektrische schokken te voorkomen. 2.
  • Pagina 200 3. Verwijder het verpakkingsmateriaal aan de binnenkant van de papierladen. 4. Zet bij papiereenheden voor 1000 vellen de twee zwenkwieltjes aan de voorzijde van de papierlade vast. Waarschuwing: Zet de twee zwenkwieltjes aan de voorzijde van de eenheid vast, voordat u deze bij de printer installeert. Anders verschuift de eenheid mogelijk, waardoor er ongelukken kunnen ontstaan.
  • Pagina 201 Waarschuwing: De printer dient, zoals hieronder wordt weergegeven, door twee personen te worden opgetild. * Pak de printer niet bij deze delen vast. Optionele onderdelen installeren...
  • Pagina 202 6. Houdt de hoeken van de printer boven de hoeken van de eenheid en laat de printer vervolgens voorzichtig tot op de eenheid zakken, zodanig dat de vijf pinnen aan de bovenkant van de eenheid in de openingen bij de printer passen. 7.
  • Pagina 203 8. Zet de voorkant van de optionele papierlade op de printer vast met behulp van twee van de meegeleverde schroeven. 9. Verwijder de klep aan de achterkant van de onderste standaardpapierlade en zet de achterkant van de eenheid op de printer vast met behulp van de twee resterende schroeven. Sluit de klep vervolgens weer.
  • Pagina 204 Opmerking: Wanneer u Windows gebruikt en EPSON Status Monitor 3 niet is geïnstalleerd, moet u de instellingen handmatig opgeven in de printerdriver. Klik op de knop Update the Printer Option Information Manually (Informatie over de printeroptie handmatig bijwerken) en klik dan op Settings (Instellingen).
  • Pagina 205 Waarschuwing: Zet de twee zwenkwieltjes aan de voorzijde van de eenheid vast, voordat u deze uit de printer verwijdert. Anders verschuift de eenheid mogelijk, waardoor er ongelukken kunnen ontstaan. 4. Verwijder de onderste standaardpapierlade uit de printer. 5. Verwijder de twee schroeven waarmee de voorkant van de eenheid op de printer is vastgezet.
  • Pagina 206 6. Verwijder de klep aan de achterkant van de onderste standaardpapierlade en verwijder de twee schroeven waarmee de achterkant van de eenheid is vastgezet. Sluit de klep vervolgens weer. Waarschuwing: Het verwijderen van andere schroeven of kleppen legt mogelijk delen bloot die onder stroom staan. 7.
  • Pagina 207 8. Til de printer voorzichtig met twee of meer personen op, zodanig dat de vijf pinnen aan de bovenkant van de eenheid zich niet meer in de openingen aan de onderkant van de printer bevinden. 9. Verpak de optionele papierlade weer in de originele doos. 10.
  • Pagina 208 Vaste schijf Met de optionele vaste schijf (C12C824061) breidt u de invoerbuffer van de printer uit voor gebruik met de ethernetinterface. Hierdoor hebt u extra geheugen vrij voor het afdrukken van afbeeldingen en formulieren en het versneld afdrukken en sorteren van afdruktaken die uit meerdere pagina's bestaan.
  • Pagina 209 3. Draai de twee schroeven aan de achterkant van de printer los. Waarschuwing: Het verwijderen van andere schroeven of kleppen legt mogelijk delen bloot die onder stroom staan. 4. Trek vervolgens de printplaat eruit. Optionele onderdelen installeren...
  • Pagina 210 5. Zet de kabel van de vaste schijf op de printplaat vast. 6. Verbind de drie schroefgaatjes van het vasteschijfstation met de schroefgaatjes op de printplaat. Zet de vaste schijf vervolgens vast met behulp van de drie meegeleverde schroeven. Opmerking: Zorg dat u de kabel niet beschadigt bij het vastdraaien van de schroeven.
  • Pagina 211 7. Plaats de printplaat weer in de printer. 8. Zet de printplaat vast met de twee schroeven. 9. Sluit alle interfacekabels en het netsnoer weer aan. Optionele onderdelen installeren...
  • Pagina 212 Opmerking: Wanneer u Windows gebruikt en EPSON Status Monitor 3 niet is geïnstalleerd, moet u de instellingen handmatig opgeven in de printerdriver. Klik op de knop Update the Printer Option Information Manually (Informatie over de printeroptie handmatig bijwerken) en klik dan op Settings (Instellingen).
  • Pagina 213 1. Schakel de printer uit en trek de stekker uit het stopcontact. 2. Verwijder alle interfacekabels uit de interfaceconnectors. 3. Draai de twee schroeven aan de achterkant van de printer los. Waarschuwing: Het verwijderen van andere schroeven of kleppen legt mogelijk delen bloot die onder stroom staan.
  • Pagina 214 9. Sluit het netsnoer vervolgens op een stopcontact aan. 10. Zet de printer aan. Geheugenmodule U kunt het printergeheugen vergroten tot maximaal 1024 MB door de installatie van een DIMM-module (Dual In-line Memory Module). U wilt wellicht extra geheugen toevoegen als er problemen optreden bij het afdrukken van complexe afbeeldingen.
  • Pagina 215 1. Schakel de printer uit en koppel het netsnoer en de interfacekabel los. 2. Draai de twee schroeven aan de achterkant van de printer los. Waarschuwing: Het verwijderen van andere schroeven of kleppen legt mogelijk delen bloot die onder stroom staan. Optionele onderdelen installeren...
  • Pagina 216 3. Trek vervolgens de printplaat eruit. 4. Bepaal de locatie van de geheugensleuf. De locatie wordt hieronder aangegeven. Optionele onderdelen installeren...
  • Pagina 217 5. Houd de geheugenmodule vast boven de geheugensleuf en plaats deze in de sleuf, zodanig dat de moduleklemmen de module op zijn plaats houden. Gebruik niet te veel kracht. Let op: Forceer de geheugenmodule niet. De module moet op de juiste manier in de sleuf worden geplaatst.
  • Pagina 218 6. Plaats de printplaat weer in de printer. 7. Zet de printplaat vast met de twee schroeven. 8. Sluit alle interfacekabels en het netsnoer weer aan. Optionele onderdelen installeren...
  • Pagina 219 Controleer of de module goed in de geheugensleuf van de printplaat vastzit. Opmerking: Wanneer u Windows gebruikt en EPSON Status Monitor 3 niet is geïnstalleerd, moet u de instellingen handmatig opgeven in de printerdriver. Klik op de knop Update the Printer Option Information Manually (Informatie over de printeroptie handmatig bijwerken) en klik dan op Settings (Instellingen).
  • Pagina 220 1. Schakel de printer uit en trek de stekker uit het stopcontact. 2. Verwijder alle interfacekabels uit de interfaceconnectors. 3. Draai de twee schroeven aan de achterkant van de printer los. Waarschuwing: Het verwijderen van andere schroeven of kleppen legt mogelijk delen bloot die onder stroom staan.
  • Pagina 221 4. Trek vervolgens de printplaat eruit. 5. Bepaal de locatie van de geheugensleuf. De locatie wordt hieronder aangegeven. 6. Pak de geheugenmodule aan beide zijden vast en trek deze eruit. Optionele onderdelen installeren...
  • Pagina 222 Let op: Verwijder geen andere modules van de printplaat. Anders werkt de printer niet. Zorg ervoor dat de module met meer dan 64 MB in de sleuf S0 is geïnstalleerd. Anders werkt de printer niet. 7. Bewaar de geheugenmodule in een antistatische verpakking, gelijk aan de verpakking waarin de module is geleverd.
  • Pagina 223 De ROM-module met Adobe PostScript 3 In een aantal landen is de ROM-module voor de Adobe PostScript 3-kit (C12C832571) verkrijgbaar als optioneel onderdeel. Met deze module kunt u documenten afdrukken in de printertaal PostScript. Opmerking: De functies van de ROM-module met Adobe PostScript 3 kunnen niet worden gebruikt in combinatie met Macintosh-computers met een optionele IEEE 1394-interfacekaart van het type B.
  • Pagina 224 1. Schakel de printer uit en trek de stekker uit het stopcontact. 2. Verwijder alle interfacekabels uit de interfaceconnectors. 3. Draai de twee schroeven aan de achterkant van de printer los. Waarschuwing: Het verwijderen van andere schroeven of kleppen legt mogelijk delen bloot die onder stroom staan.
  • Pagina 225 4. Trek vervolgens de printplaat eruit. 5. Bepaal de locatie van de ROM-sleuf A. De locatie wordt hieronder aangegeven. 6. Haal de ROM-module uit de verpakking. 7. Houd de ROM-module vast boven de betreffende sleuf en plaats deze zoals hieronder aangegeven in sleuf A, zodanig dat de moduleklemmen de module op zijn plaats houden.
  • Pagina 226 Let op: Forceer de ROM-module niet. De module moet op de juiste manier in de sleuf worden geplaatst. Verwijder geen modules van de printplaat. Anders werkt de printer niet. 8. Plaats de printplaat weer in de printer. 9. Zet de printplaat vast met de twee schroeven. 10.
  • Pagina 227 13. Druk een statusvel af om te controleren of de ROM-module met Adobe PostScript 3 juist is geïnstalleerd. Zie “Statusvel afdrukken” op pagina 282 voor meer informatie. Installeer de module opnieuw als PS3 niet op het statusvel als geïnstalleerde emulatie wordt vermeld. Controleer of de module goed in de ROM-sleuf van de printplaat vastzit.
  • Pagina 228 3. Draai de twee schroeven aan de achterkant van de printer los. Waarschuwing: Het verwijderen van andere schroeven of kleppen legt mogelijk delen bloot die onder stroom staan. Optionele onderdelen installeren...
  • Pagina 229 4. Trek vervolgens de printplaat eruit. 5. Bepaal de locatie van de ROM-sleuf A. De locatie wordt hieronder aangegeven. 6. Druk het hendeltje aan de rechterkant van de ROM-sleuf naar beneden, waarna de module uit sleuf A omhoog schuift. Let op: Verwijder niet de ROM-module in sleuf P.
  • Pagina 230 7. Verwijder de ROM-module uit sleuf A. Bewaar de ROM-module in een antistatische verpakking, gelijk aan de verpakking waarin de module is geleverd. 8. Plaats de printplaat weer in de printer. 9. Zet de printplaat vast met de twee schroeven. 10.
  • Pagina 231 Volg de onderstaande instructies om een optionele interfacekaart te installeren. Let op: Voordat u een interfacekaart installeert, moet u statische elektriciteit ontladen door een geaard metalen voorwerp aan te raken. Anders beschadigt u mogelijk onderdelen die gevoelig zijn voor statische elektriciteit. 1.
  • Pagina 232 Waarschuwing: Het verwijderen van schroeven of kleppen die niet in de volgende instructies voorkomen legt mogelijk delen bloot die onder stroom staan. Opmerking: Bewaar de klep van de sleuf goed. Als u de interfacekaart later weer wilt verwijderen, moet u deze klep opnieuw plaatsen. 3.
  • Pagina 233 Druk een statusvel af om te controleren of het optionele onderdeel correct is geïnstalleerd. Zie “Statusvel afdrukken” op pagina 282 voor meer informatie. Interfacekaart verwijderen Volg de onderstaande instructies om een interfacekaart te verwijderen: Let op: Voordat u een interfacekaart verwijdert, moet u statische elektriciteit ontladen door een geaard metalen voorwerp aan te raken.
  • Pagina 234 3. Trek de interfacekaart voorzichtig uit de sleuf. 4. Zet de klep van de interfacekaart weer vast op de nu lege sleuf. Deze hebt u tijdens de installatie van de interfacekaart verwijderd en bewaard. Zet deze vast met behulp van de twee schroeven.
  • Pagina 235 Verbruiksgoederen vervangen Vervangingsberichten Wanneer de volgende berichten op het LCD-scherm of in het venster van de EPSON Status Monitor 3 worden weergegeven, moet het aangegeven product worden vervangen. U kunt nog even doorgaan met afdrukken nadat er een bericht is weergegeven.
  • Pagina 236 Als een verbruiksgoed het einde van de levensduur heeft bereikt, stopt de printer met afdrukken en worden de volgende berichten op het LCD-scherm of in het venster van de EPSON Status Monitor 3 weergegeven. Als dit gebeurt, kan de printer niet doorgaan met afdrukken, voordat het aangegeven product is vervangen.
  • Pagina 237 Het wordt aanbevolen, alleen originele tonercartridges te installeren. Door gebruik van tonercartridges van derden neemt de afdrukkwaliteit mogelijk af. EPSON is niet verantwoordelijk voor enige schade veroorzaakt door problemen die ontstaan door het gebruik van verbruiksgoederen die niet door EPSON zijn vervaardigd of goedgekeurd.
  • Pagina 238 Tonercartridge vervangen Volg de onderstaande instructies om een tonercartridge te vervangen. 1. Bevestig de kleur van de te vervangen tonercartridge via het LCD-scherm of de EPSON Status Monitor 3. 2. Open de klep aan de bovenkant. Verbruiksgoederen vervangen...
  • Pagina 239 3. Draai de uiteinden van de tonercartridge om deze te ontgrendelen. Opmerking: Houd de uiteinden met beide handen vast. 4. Til de tonercartridge uit het betreffende vak. Verbruiksgoederen vervangen...
  • Pagina 240 Opmerking: Een kleine hoeveelheid toner blijft mogelijk achter op de onderkant van de cartridge. Let op dat er geen toner kan lekken of dat deze op huid of kleren terechtkomt. Plaats de gebruikte cartridge op een platte ondergrond met de opening naar boven, zodat er geen toner kan lekken.
  • Pagina 241 6. Houd de tonercartridge vast zoals hieronder wordt weergegeven en laat deze in het betreffende vak zakken. 7. Draai de uiteinden van de tonercartridge om deze te vergrendelen. Opmerking: Houd de uiteinden met beide handen vast en klik deze met een draaiende beweging vast.
  • Pagina 242 Let op: Controleer of het uiteinde van de tonercartridge daadwerkelijk is vergrendeld. Anders ontstaan er mogelijk tonerproblemen of vlekken. 8. Verwijder de beschermstrook in een verticale beweging van de tonercartridge. 9. Sluit de klep aan de bovenkant weer. Verbruiksgoederen vervangen...
  • Pagina 243 Fotogeleidingseenheid Bereid een nieuwe fotogeleidingseenheid voor ter vervanging, wanneer er een bericht met deze instructie verschijnt. Voorzorgsmaatregelen Houd u bij het vervangen van de fotogeleidingseenheid altijd aan de volgende voorzorgsmaatregelen: De fotogeleidingseenheid weegt circa 4,5 kg. Houd het handvat van de eenheid stevig vast wanneer u deze verplaatst.
  • Pagina 244 De fotogeleidingseenheid vervangen Volg de onderstaande instructies om de fotogeleidingseenheid te vervangen. 1. Schakel de printer uit. 2. Open de vergrendeling van klep A en vervolgens de klep zelf. 3. Open klep D. Verbruiksgoederen vervangen...
  • Pagina 245 4. Pak de fotogeleidingseenheid bij het handvat vast en til de eenheid recht omhoog uit de printer. Verbruiksgoederen vervangen...
  • Pagina 246 5. Pak de nieuwe fotogeleidingseenheid en scheur het bovenste gedeelte van de verpakking bij de stippellijn open, waardoor het handvat tevoorschijn komt. Pak vervolgens het handvat beet, verwijder de piepschuimstrook en open de verpakking bij de stippellijn. Opmerking: Houd de cartridge altijd in dezelfde positie als in de afbeelding. Verbruiksgoederen vervangen...
  • Pagina 247 6. Verwijder alle beschermings- en verpakkingsmaterialen terwijl u het handvat vasthoudt zoals hieronder wordt weergegeven. Let op: Raak het oppervlak van de rol niet aan en pas vooral op voor krassen. Raak de rol niet aan; huidvetten kunnen het oppervlak definitief beschadigen en de afdrukkwaliteit nadelig beïnvloeden.
  • Pagina 248 8. Houd het handvat stevig vast en laat de fotogeleidingseenheid in de printer zakken, zodanig dat de pinnen aan weerszijden van de eenheid in de daarvoor bestemde openingen terechtkomen. 9. Sluit de kleppen D en A. Verbruiksgoederen vervangen...
  • Pagina 249 Fixeereenheid Bereid een nieuwe fixeereenheid voor ter vervanging, wanneer er een bericht met deze instructie verschijnt. Voorzorgsmaatregelen Houd u bij het vervangen van de fixeereenheid altijd aan de volgende voorzorgsmaatregelen: Raak het oppervlak van de fixeereenheid nooit aan. Hierdoor neemt mogelijk de afdrukkwaliteit af. Waarschuwing: De fixeereenheid is mogelijk zeer heet als de printer in gebruik is geweest.
  • Pagina 250 2. Open de vergrendeling van klep B en vervolgens de klep zelf. 3. Druk het hendeltje naar beneden en open klep D. Verbruiksgoederen vervangen...
  • Pagina 251 4. Open de vergrendelingen aan weerszijden van de fixeereenheid. 5. Til de fixeereenheid uit de printer, zoals hieronder wordt weergegeven. 6. Haal de nieuwe fixeereenheid uit de verpakking. Verbruiksgoederen vervangen...
  • Pagina 252 7. Houd de nieuwe fixeereenheid stevig bij de handvatten vast en laat deze in de printer zakken, zodanig dat de pinnen in de daarvoor bestemde openingen aan de onderkant van de eenheid terechtkomen. 8. Vergrendel de fixeereenheid. Verbruiksgoederen vervangen...
  • Pagina 253 Opmerking: Controleer of de vergrendelingen daadwerkelijk zijn vergrendeld. 9. Sluit de kleppen D en B. Transfereenheid Bereid een nieuwe transfereenheid voor ter vervanging, wanneer er een bericht met deze instructie verschijnt. Voorzorgsmaatregelen Houd u bij het vervangen van de transfereenheid altijd aan de volgende voorzorgsmaatregelen: Raak het oppervlak van de transfereenheid nooit aan.
  • Pagina 254 Waarschuwing: Verbrand de gebruikte transfereenheid niet. Deze kan exploderen en letsel veroorzaken. Neem bij het weggooien de geldende milieuvoorschriften in acht. Houd de transfereenheid buiten het bereik van kinderen. De transfereenheid vervangen Volg de onderstaande instructies om de transfereenheid te vervangen.
  • Pagina 255 2. Pak de eenheid bij de twee oranje uiteinden vast en beweeg deze voorwaarts en naar beneden en til de eenheid vervolgens uit de printer. 3. Trek de transfereenheid uit de printer. 4. Haal de nieuwe transfereenheid uit de verpakking. Verbruiksgoederen vervangen...
  • Pagina 256 5. Houd de nieuwe transfereenheid bij de oranje uiteinden vast en laat deze in de printer zakken, zodanig dat deze in de daarvoor bestemde opening past. Druk de transfereenheid vast en omhoog, waardoor deze wordt vastgeklikt. 6. Sluit klep A. Verbruiksgoederen vervangen...
  • Pagina 257 Printer reinigen U hoeft de printer niet vaak te reinigen. Als de behuizing van de printer vuil of stoffig is, schakelt u de printer uit en reinigt u de behuizing met een schone en pluisvrije doek met een neutraal reinigingsmiddel. Let op: Gebruik nooit alcohol of thinner om de printerbehuizing te reinigen;...
  • Pagina 258 Volg de onderstaande instructies om de printer in te pakken. 1. Schakel de printer uit. 2. Trek de stekker uit het stopcontact. 3. Verwijder de fotogeleidingseenheid. Zie “Fotogeleidingseenheid” op pagina 243 voor meer informatie over het verwijderen van de fotogeleidingseenheid. Plaats deze in de bijbehorende verpakkingen, gebruikmakend van de originele verpakkingsmaterialen.
  • Pagina 259 Printer verplaatsen Volg de onderstaande instructies om de printer over een korte afstand te vervoeren. 1. Schakel de printer uit en verwijder de volgende onderdelen: Netsnoer Interfacekabel Papier Fotogeleidingseenheid 2. De printer moet worden opgetild op de juiste posities, zoals hieronder wordt weergegeven.
  • Pagina 260 De printer en de geïnstalleerde optionele papierlade tegelijk verplaatsen Volg de onderstaande instructies om de printer en de optionele papierlade tegelijk te verplaatsen: Voor gebruikers met een papiereenheid van 1000 vellen 1. Schakel de printer uit en verwijder de volgende onderdelen. Netsnoer Interfacekabel Papier...
  • Pagina 261 3. Verplaats de printer naar de nieuwe locatie. 4. Vergrendel de zwenkwieltjes weer nadat u de printer hebt verplaatst. Let op: Rijd de printer niet over een helling of een onregelmatige ondergrond. Voor gebruikers met een papiereenheid van 500 vellen 1.
  • Pagina 262 Plaats voor de printer bepalen Als u de printer wilt verplaatsen, kunt u het beste een locatie kiezen waar de printer goed bediend en onderhouden kan worden. Bepaal de benodigde ruimte voor een goede bediening van de printer aan de hand van de volgende afbeelding. De afmetingen in onderstaande afbeelding worden in centimeters weergegeven.
  • Pagina 263 Houd ook rekening met het volgende als u een geschikte plaats zoekt voor de printer. Plaats de printer zo dat u de stekker makkelijk uit het stopcontact kunt trekken. Plaats computer en printer niet in de buurt van mogelijke bronnen van elektromagnetische storingen, zoals luidsprekers en basisstations van draadloze telefoons.
  • Pagina 264 De kleuruitlijning controleren Als u de printer over een langere afstand hebt verplaatst, dient u de kleuruitlijning te controleren op eventuele uitlijningsfouten. Volg de onderstaande instructies om de kleuruitlijning te controleren. 1. Zet de printer aan. 2. Plaats papier in de MP-lade. 3.
  • Pagina 265 6. De pijl (l) markeert de huidige instellingen. Controleer de patronen die met pijlen zijn gemarkeerd (l). Als het kleursegment van de lijn een rechte lijn vormt met de zwarte segmenten aan weerszijden, hoeft u de kleuruitlijning van de betreffende kleur niet bij te stellen. Als de segmenten niet juist zijn uitgelijnd, kunt u de uitlijning bijstellen zoals hieronder wordt uitgelegd.
  • Pagina 266 3. Druk meermaals op Omhoog, totdat het item XXXXRegist (XXXXRegistr) voor de bij te stellen kleur (cyaan, Magenta of geel) op het LCD-scherm wordt weergegeven en druk vervolgens op Enter. Als u bijvoorbeeld de cyaanuitlijning wilt bijstellen, selecteert u CyanRegist (Cyaanregistr) en drukt u op Enter.
  • Pagina 267 Hoofdstuk 8 Probleemoplossing Papierstoringen verhelpen Wanneer er papier is vastgelopen in de printer, worden op het LCD-scherm van de printer en in EPSON Status Monitor 3 waarschuwingsberichten weergegeven. Voorzorgsmaatregelen voor het verhelpen van papierstoringen Houd rekening met de volgende punten als u een papierstoring wilt verhelpen.
  • Pagina 268 Waarschuwing: Raak nooit de fixeereenheid of de omgeving van de eenheid aan. De fixeereenheid is gemarkeerd met het etiket CAUTION HIGH TEMPERATURE (LET OP: HOGE TEMPERATUUR). Wanneer de printer in gebruik is, kan de fixeereenheid zeer warm worden. Steek uw hand niet te ver in de fixeereenheid. Sommige onderdelen zijn scherp en kunnen letsel veroorzaken.
  • Pagina 269 2. Draai de binnenste groene hendels van de fixeereenheid naar buiten en verwijder voorzichtig met beide handen het vastgelopen papier. Opmerking: Verwijder alle afgescheurde stukken papier. 3. Sluit klep A. 4. Druk op de vergrendeling op klep B en open de klep. Probleemoplossing...
  • Pagina 270 5. Til de buitenste groene hendels omhoog om het papierpad te openen en verwijder het vastgelopen papier. 6. Sluit klep B. Nadat de papierstoring is verholpen en de kleppen zijn gesloten, wordt het afdrukken hervat vanaf de pagina waar de storing is opgetreden.
  • Pagina 271 1. Druk op de vergrendeling op klep A en open de klep. 2. Verwijder het vastgelopen papier voorzichtig met beide handen. Probleemoplossing...
  • Pagina 272 3. Open klep D. 4. Pak de hendel van de fotogeleidingseenheid stevig beet en verwijder de eenheid uit de printer. Probleemoplossing...
  • Pagina 273 5. Verwijder het vastgelopen papier. 6. Plaats de fotogeleidingseenheid terug en zorg dat zijkanten van de eenheid in de sleuf glijden. Probleemoplossing...
  • Pagina 274 7. Sluit de kleppen D en A. Nadat de papierstoring is verholpen en de kleppen zijn gesloten, wordt het afdrukken hervat vanaf de pagina waar de storing is opgetreden. Jam AC (Vast AC) (klep A en papierladen) Wanneer er papier is vastgelopen bij de papierinvoer of in de papierladen, verschijnt er op het LCD-scherm het foutbericht Jam AC (Vast AC).
  • Pagina 275 1. Neem de papierlade uit de printer en verwijder gekreukeld papier. Opmerking: In de afbeelding wordt de onderste standaardpapierlade weergegeven. Als de optionele papierlade is geïnstalleerd, controleert u de laden van de eenheid op dezelfde manier. 2. Verwijder voorzichtig het gedeeltelijk ingevoerde papier. Probleemoplossing...
  • Pagina 276 Opmerking: Controleer of er geen vastgelopen papier meer in de printer zit. 3. Haal de stapel papier uit de papierlade, klop de stapel recht op een vlakke ondergrond om de randen gelijk te krijgen en plaats de stapel terug in de papierlade. Zorg dat de vellen netjes zijn gestapeld en dat het bovenste vel onder de metalen draadklem zit en niet boven de papiermarkering uitsteekt.
  • Pagina 277 5. Druk op de vergrendeling op klep A en open de klep. 6. Verwijder het vastgelopen papier voorzichtig met beide handen. Zorg dat u het vastgelopen papier niet scheurt. Opmerking: Verwijder het vastgelopen papier altijd met beide handen om scheuren te voorkomen. Verwijder alle afgescheurde stukken papier.
  • Pagina 278 Als het papier vaker vastloopt bij de papierladen (Jam AC (Vast AC) of Jam ABC (Vast ABC)), zit er wellicht nog vastgelopen of gekreukt papier in de papierladen. Verwijder de papierladen en de zwarte eenheid boven in de sleuf van de lade. Controleer of het papier is vastgelopen.
  • Pagina 279 1. Druk op de vergrendeling op klep B en open de klep. 2. Verwijder voorzichtig het vastgelopen of gekreukte papier. Opmerking: Trek het vastgelopen papier omhoog om het te verwijderen. Verwijder alle afgescheurde stukken papier. Probleemoplossing...
  • Pagina 280 Waarschuwing: Raak de fixeereenheid of de omgeving van de eenheid niet aan. De fixeereenheid is gemarkeerd met het etiket CAUTION HIGH TEMPERATURE (LET OP: HOGE TEMPERATUUR). Wanneer de printer in gebruik is, kan de fixeereenheid zeer warm worden. 3. Sluit klep B. Wanneer de papierstoring is verholpen en klep B is gesloten, wordt het afdrukken hervat vanaf de pagina waar de storing is opgetreden.
  • Pagina 281 Opmerking: Als het papier vaker vastloopt bij de papierladen (Jam AC (Vast AC) of Jam ABC (Vast ABC)), zit er wellicht nog vastgelopen of gekreukt papier in de papierladen. Verwijder de papierladen en de zwarte eenheid boven in de sleuf van de lade. Controleer of het papier is vastgelopen. Jam at the MP tray (Papier vastgelopen bij de MP-lade) Als het foutbericht Check Transparency (Controleer transp.) op...
  • Pagina 282 Opmerking: Als u wilt afdrukken op transparanten, plaatst u de transparanten in de MP-lade en stelt u in de printerdriver de papiersoort in op Transparency (Transparant). Als u in de printerdriver de papiersoort hebt ingesteld op Transparency (Transparant), kunt alleen transparanten in de printer plaatsen.
  • Pagina 283 3. Controleer of de informatie over de geïnstalleerde opties correct is. Als de optionele onderdelen juist zijn geïnstalleerd, worden deze weergegeven bij Hardware Configurations (Hardwareconfiguratie). Als de opties niet worden weergegeven, installeert u deze opnieuw. Opmerking: Als de geïnstalleerde opties niet correct worden weergegeven op het statusvel, controleert u of de printer correct is aangesloten.
  • Pagina 284 Printer functioneert niet optimaal Het lampje Klaar gaat niet branden Oorzaak Oplossing De stekker van het netsnoer zit Schakel de printer uit en controleer of wellicht niet goed in het het netsnoer goed is aangesloten op de stopcontact. printer en het stopcontact. Schakel vervolgens de printer weer in.
  • Pagina 285 Het lampje Klaar brandt, maar er wordt niet afgedrukt Oorzaak Oplossing De computer is wellicht niet Voer de procedure uit die wordt goed aangesloten op de beschreven in het gedeelte “Printer printer. aansluiten op een computer” op het installatievel. De interfacekabel is mogelijk Controleer of de interfacekabel goed is niet goed aangesloten.
  • Pagina 286 Het optionele onderdeel is niet beschikbaar Oorzaak Oplossing Wanneer u Windows gebruikt Klik op de tab Optional Settings en EPSON Status Monitor 3 (Optionele instellingen), selecteer niet is geïnstalleerd, moet u de Update the Printer Option Information instellingen handmatig Manually (Informatie over de opgeven in de printerdriver.
  • Pagina 287 Tekens zijn verkeerd afgedrukt Oorzaak Oplossing De interfacekabel is mogelijk Zorg ervoor dat beide uiteinden van de niet goed aangesloten. interfacekabel stevig zijn aangesloten. U gebruikt wellicht een De parallelle kabel moet een S/STP- verkeerde interfacekabel. kabel met een maximale lengte van 1,8 meter zijn.
  • Pagina 288 De afdrukstand van de afdruk op de pagina is niet correct Oorzaak Oplossing De paginalengte en de marges Controleer in de toepassing de zijn wellicht niet correct instellingen voor paginalengte en opgegeven in de toepassing. marge. De instelling Paper Size Controleer of het juiste papierformaat is (Papierformaat) is mogelijk ingesteld in het menu Tray (Papierbak)
  • Pagina 289 Problemen met afdrukken in kleur Er kan niet in kleur worden afgedrukt Oorzaak Oplossing In de printerdriver is Black Wijzig deze instelling in Color (Kleur). (Zwart) geselecteerd als kleurinstelling. De kleurinstelling in de Geef in de toepassing een instelling gebruikte toepassing is niet voor afdrukken in kleur op.
  • Pagina 290 Kleuren op de afdrukken wijken af van de kleuren op het beeldscherm Oorzaak Oplossing Kleuren op afdrukken komen Hoewel het doorgaans moeilijk is niet exact overeen met de kleuren exact op elkaar af te stemmen, kleuren op het beeldscherm. kunt u de kleurovereenkomst tussen Dit komt doordat voor verschillende apparaten verbeteren.
  • Pagina 291 Gebruik speciaal papier van EPSON of effen kopieerpapier van goede kwaliteit voor optimale resultaten. Zie “Beschikbare papiersoorten” op pagina 403 voor informatie over geschikte papiersoorten.
  • Pagina 292 De toner is mogelijk op. Zie “Tonercartridge vervangen” op pagina 238 als op het LCD-scherm of in EPSON Status Monitor 3 wordt aangegeven dat de toner bijna op is. Er is mogelijk een probleem Vervang de fotogeleidingseenheid. Zie met de fotogeleidingseenheid.
  • Pagina 293 Het papier is wellicht klam of Bewaar het papier in een droge vochtig. omgeving. U gebruikt mogelijk een Gebruik speciaal papier van EPSON of papiersoort die niet geschikt is effen kopieerpapier van goede kwaliteit voor de printer. voor optimale resultaten. Zie “Beschikbare papiersoorten”...
  • Pagina 294 Gebruik speciaal papier van EPSON of effen kopieerpapier van goede kwaliteit voor optimale resultaten. Zie “Beschikbare papiersoorten” op pagina 403 voor informatie over geschikte papiersoorten.
  • Pagina 295 De toner is mogelijk op. Zie “Tonercartridge vervangen” op pagina 238 als op het LCD-scherm of in EPSON Status Monitor 3 wordt aangegeven dat de toner bijna op is. Er is mogelijk een probleem Vervang de fotogeleidingseenheid. Zie met de fotogeleidingseenheid.
  • Pagina 296 De onbedrukte zijde van de pagina is vuil Oorzaak Oplossing Er zit mogelijk tonerpoeder in Maak de interne printeronderdelen het papierpad. schoon door drie afzonderlijke pagina's met slechts één teken af te drukken. Geheugenproblemen Verminderde afdrukkwaliteit Oorzaak Oplossing Er kan niet worden afgedrukt Controleer of de afdrukkwaliteit met het gewenste acceptabel is.
  • Pagina 297 Onvoldoende geheugen voor de huidige taak Oorzaak Oplossing Er is onvoldoende geheugen Als dit niet het geval is, voegt u voor een beschikbaar voor het definitieve oplossing meer geheugen uitvoeren van de huidige taak. toe. Als tijdelijke oplossing kunt u een lagere afdrukkwaliteit opgeven in de printerdriver.
  • Pagina 298 Problemen met de papierverwerking Het papier wordt niet op de juiste wijze ingevoerd Oorzaak Oplossing De papiergeleiders zijn niet Controleer of de papiergeleiders in de correct ingesteld. papierladen zijn ingesteld op de juiste papierformaten. De instelling voor de Controleer of u in de toepassing de papierbron is mogelijk juiste papierbron hebt geselecteerd.
  • Pagina 299 Problemen bij het gebruik van de onderdelen Druk een statusvel af om te controleren of de onderdelen correct zijn geïnstalleerd. Zie “Statusvel afdrukken” op pagina 282 voor meer informatie. Het bericht Invalid AUX I/F Card (Verkeerd opt. int.) wordt op het LCD-scherm weergegeven Oorzaak Oplossing De printer kan de...
  • Pagina 300 De papierlade bevat wellicht Plaats papier in de lade. geen papier. Er zijn wellicht te veel vellen in Controleer of u niet te veel papier hebt de papierlade geplaatst. geplaatst. De cassette heeft een maximale laadcapaciteit van 500 vellen van 75 g/m². Invoerprobleem bij gebruik van de optionele papierlade Oorzaak...
  • Pagina 301 USB-problemen oplossen Als u problemen hebt met een printer met een USB-aansluiting, kijkt u of uw probleem hieronder wordt aangegeven en voert u de aanbevolen handelingen uit. USB-aansluitingen Soms worden de USB-problemen veroorzaakt door de USB- kabels of -aansluitingen. Probeer een of beide oplossingen: Voor optimale resultaten sluit u de printer rechtstreeks aan op de USB-poort van de computer.
  • Pagina 302 De installatie van de printersoftware controleren onder Windows 2000 en XP Als u Windows XP of 2000 gebruikt, voert u de installatieprocedure voor de printersoftware uit op het installatievel bij de printer. Anders wordt de algemene driver van Microsoft geïnstalleerd. Voer de volgende procedure uit om te controleren of de algemene driver is geïnstalleerd.
  • Pagina 303 Printersoftware controleren onder Windows Me en 98 Als u de Plug en Play-installatie van de driver onder Windows Me of 98 hebt geannuleerd voordat de procedure is voltooid, wordt de installatie van de USB-printerdriver of de printersoftware wellicht niet correct uitgevoerd. Voer de onderstaande aanwijzingen uit om te controleren of de driver en de printersoftware correct zijn geïnstalleerd.
  • Pagina 304 2. Klik op de tab Details. Probleemoplossing...
  • Pagina 305 Als EPUSBX: (EPSON AcuLaser C4100) wordt weergegeven in de lijst Print to the following port (Afdrukken naar de volgende poort), zijn de USB-printerdriver en de printersoftware correct geïnstalleerd. Als de juiste poort niet wordt weergegeven, gaat u verder met de volgende stap.
  • Pagina 306 Als de drivers correct zijn geïnstalleerd, moet EPSON USB Printer Devices (USB-afdrukapparaten van EPSON) worden weergegeven in het menu Device Manager (Apparaatbeheer). Probleemoplossing...
  • Pagina 307 Other devices (Overige apparaten), is de printersoftware niet correct geïnstalleerd. Ga verder met stap 5. Als USB Printer (USB-printer) of EPSON AcuLaser C4100 niet wordt weergegeven bij Other devices (Overige apparaten), klikt u op Refresh (Vernieuwen) of maakt u de USB-kabel los van de printer en sluit u deze vervolgens opnieuw aan op de printer.
  • Pagina 308 5. Selecteer bij Other Devices (Overige apparaten) USB Printer (USB-printer) of EPSON AcuLaser C4100 en klik op Remove (Verwijderen). Klik vervolgens op OK. Als het volgende dialoogvenster wordt weergegeven, klikt u op OK en nogmaals op OK om het dialoogvenster System Properties (Systeemeigenschappen) te sluiten.
  • Pagina 309 6. Verwijder de printersoftware zoals wordt uitgelegd bij “Installatie van de printersoftware ongedaan maken” op pagina 119. Schakel de printer uit, start de computer opnieuw op en installeer de printersoftware opnieuw zoals wordt aangegeven op het installatievel. Status- en foutberichten Dit gedeelte bevat een lijst met foutberichten die op het LCD-scherm verschijnen.
  • Pagina 310 Can't Print (Kan niet printen) De afdrukgegevens zijn verwijderd omdat deze onjuist zijn. Controleer of het juiste papierformaat is ingesteld en een printerdriver voor EPSON AL-C4100 wordt gebruikt. Can't Print Duplex (Duplex niet mogelijk) Er hebben zich problemen voorgedaan tijdens het dubbelzijdig afdrukken.
  • Pagina 311 Check Paper Type (Contr. papiersoort) Het materiaal in de printer komt niet overeen met de ingestelde papiersoort in de printerdriver. Alleen materiaal dat overeenkomt met de ingestelde papiersoort wordt voor afdrukken gebruikt. Als u dit foutbericht wilt wissen, selecteert u Clear Warning (Waarschuwing wissen) in het menu Reset op het bedieningspaneel.
  • Pagina 312 Als de instelling Off (Uit) is geselecteerd bij Auto Cont in het menu Setup (Instellen) op het bedieningspaneel, drukt u op N Start/Stop om op de achterzijde van de volgende pagina af te drukken. U kunt ook op q Taak annuleren drukken om de afdruktaak te annuleren.
  • Pagina 313 Format Error ROM A Er is een niet-geformatteerde ROM-module geplaatst. Druk op N Start/Stop om het bericht te wissen of schakel de printer uit en verwijder de ROM-module en installeer de ROM-module opnieuw. Als hiermee de fout niet wordt opgelost, neemt u contact op met de leverancier.
  • Pagina 314 Schakel de instelling bij Image Optimum (Optimale afb.) in het menu Printing (Afdruk) op het bedieningspaneel uit als u de afdrukkwaliteit niet automatisch wilt verminderen om door te gaan met afdrukken. U moet mogelijk het printergeheugen uitbreiden om met de gewenste afdrukkwaliteit te kunnen afdrukken.
  • Pagina 315 Install Photoconductor (Plaats fotoconductor) Er is geen fotogeleidingseenheid geïnstalleerd of deze is niet correct geïnstalleerd. Schakel de printer uit en installeer zo nodig de fotogeleidingseenheid. Als er al een fotogeleidingseenheid is geïnstalleerd, controleert u of klep D is gesloten. Anders schakelt u de printer uit en opent u klep A en vervolgens klep D.
  • Pagina 316 Installeer de aangegeven cartridges. Zie “Tonercartridge” op pagina 237 voor meer informatie. Als de beschermingstape niet is verwijderd van de tonercartridge, draait u de uiteinden van de tonercartridge naar de ontgrendelingspositie en vervolgens naar de vergrendelingspositie. Verwijder de beschermstrook van de tonercartridge.
  • Pagina 317 Als het papier gelijktijdig op twee of meer locaties vastloopt, worden de betreffende locaties allemaal weergegeven. Locatie Beschrijving Jam AB Het papier is vastgelopen bij de fixeereenheid. Zie “Jam AB (Vast AB) (Vast AB) (klep A en B)” op pagina 268 voor informatie over het verwijderen van vastgelopen papier bij de fixeereenheid.
  • Pagina 318 NonGenuine Toner xxxx (Geen orig. toner xxxx) De geïnstalleerde toner is geen originele tonercartridge van EPSON. Het gebruik van een niet originele tonercartridge kan de afdrukkwaliteit beïnvloeden. EPSON is niet verantwoordelijk voor enige schade of problemen voortvloeiend uit het gebruik van verbruiksgoederen die niet gemaakt of goedgekeurd zijn door EPSON.
  • Pagina 319 Optional RAM Error (Fout optionele RAM) De optionele geheugenmodule is beschadigd of u gebruikt een verkeerde module. Vervang de geheugenmodule. Paper Out XXXXX YYYY (Papier op XXXXX YYYY) De opgegeven papierbron (XXXXX) bevat geen papier. Plaats papier met het formaat (YYYY) in de papierbron. Paper Set XXXXX YYYY (Papierfmt XXXXX YYYY) Het formaat van het papier in de opgegeven papierbron (XXXXX) komt niet overeen met het vereiste papierformaat (YYYY).
  • Pagina 320 Als u dit bericht blijft ontvangen wanneer u een bepaalde pagina afdrukt, kunt u proberen de pagina te vereenvoudigen door het aantal afbeeldingen te beperken of het aantal en de grootte van lettertypen te verminderen. U kunt ook meer geheugen toevoegen aan de printer. Zie “Geheugenmodules”...
  • Pagina 321 Het probleem wordt automatisch opgelost nadat u de eenheid hebt vervangen en alle printerkleppen hebt gesloten. De teller van de fotogeleidingseenheid wordt automatisch opnieuw ingesteld. Replace Toner xxxx (Vervang toner xxxx) De aangegeven tonercartridges zijn leeg en moeten worden vervangen. XXXX staat voor de letters C, M, Y of K. Deze letters geven respectievelijk de kleuren cyaan, magenta, geel en zwart aan.
  • Pagina 322 Reset De huidige interface van de printer is opnieuw ingesteld en de buffer is leeggemaakt. Er zijn echter nog andere interfaces actief waarvoor de instellingen en gegevens behouden zijn gebleven. Reset All (Reset alles) Alle printerinstellingen zijn teruggezet op de standaardwaarden of op de laatst opgeslagen waarden.
  • Pagina 323 TonerCart Error xxxx (Tonercart. fout xxxx) Er is een lees-/schrijffout opgetreden met de aangegeven tonercartridges. XXXX staat voor de letters C, M, Y of K. Deze letters geven respectievelijk de kleuren cyaan, magenta, geel en zwart aan. Vervang de tonercartridges. Als hiermee de fout niet wordt opgelost, schakelt u de printer uit.
  • Pagina 324 Worn Transfer Unit (Transfereenh. Versl.) Dit bericht geeft aan dat de transfereenheid is versleten. U kunt doorgaan met afdrukken tot het foutbericht Replace TransferUnit (Transfereenh. Verv.) verschijnt, maar voor optimale afdrukkwaliteit kunt u de eenheid het beste vervangen. Wilt u dit foutbericht wissen en verdergaan met afdrukken, selecteert u Clear All Warning (Wis waarschuwingen) in het menu Reset op het bedieningspaneel.
  • Pagina 325 U kunt doorgaan met afdrukken tot het foutbericht Replace Toner xxxx (Vervang toner xxxx) verschijnt. U kunt het beste wachten tot dit bericht verschijnt voordat u de tonercartridge vervangt. Als u de cartridge namelijk vervangt terwijl deze nog niet leeg is, kan er tijdens het vervangen toner uit de cartridge vallen.
  • Pagina 326 Afdrukken annuleren met de knop Taak annuleren De q Taak annuleren op de printer biedt de snelste en meest eenvoudige manier om het afdrukken te annuleren. Als u op deze knop drukt, wordt de huidige afdruktaak geannuleerd. Wanneer u langer dan twee seconden op q Taak annuleren drukt, worden alle taken uit het printergeheugen verwijderd, waaronder taken die momenteel worden ontvangen of afgedrukt.
  • Pagina 327 Hoofdstuk 9 Functies van het bedieningspaneel Menu's van het bedieningspaneel gebruiken Met het bedieningspaneel van de printer kunt u verschillende menu's openen waarmee u de status van verbruiksgoederen controleert, statusvellen afdrukt en printerinstellingen opgeeft. In dit gedeelte wordt beschreven hoe u de menu's van het bedieningspaneel kunt gebruiken en wanneer u het beste de printerinstellingen kunt opgeven via het bedieningspaneel.
  • Pagina 328 Menu's van het bedieningspaneel openen Zie “Menu's van het bedieningspaneel” op pagina 334 voor een volledige beschrijving van de items en instellingen die beschikbaar zijn in de menu's van het bedieningspaneel. Menu's van het bedieningspaneel openen Als het lampje Klaar brandt, kunt u op een van de onderstaande knoppen drukken om de menu's van het bedieningspaneel te openen.
  • Pagina 329 Knoppen van het bedieningspaneel gebruiken Als u de menu's hebt geopend, werken de knoppen van het bedieningspaneel als volgt. a. De knop Back Terug naar het vorige niveau. (Terug): b. De knoppen Door de menu's, items en instellingen Omhoog en van het huidige niveau bladeren.
  • Pagina 330 De menu's gebruiken 1. Controleer of het lampje Klaar brandt en druk op een van de bovenstaande knoppen om de menu's te openen. 2. Druk op Omhoog en Omlaag om door de menu's te bladeren. 3. Druk op Enter om de items in een menu weer te geven. Afhankelijk van het menu worden op het LCD-scherm, gescheiden door een sterretje, een item en de huidige instelling (YYYY...
  • Pagina 331 Gegevens voor reserveertaken afdrukken en verwijderen Afdruktaken die met de opties Re-Print Job (Taak opnieuw afdrukken), Verify Job (Taak verifiëren) en Stored Job (Opgeslagen taak) van de functie Reserve Job (Reserveertaak) zijn opgeslagen op de optionele vaste schijf van de printer, kunnen worden afgedrukt en verwijderd met het menu Quick Print Job (Snelafdruk) van het bedieningspaneel.
  • Pagina 332 5. Als u het aantal exemplaren wilt opgeven dat u wilt afdrukken, drukt u op Enter en op Omlaag of Omhoog om het aantal exemplaren te selecteren. Als u afdruktaken wilt verwijderen zonder exemplaren af te drukken, drukt u op Omlaag om Delete (Verwijderen) op het LCD-scherm weer te geven.
  • Pagina 333 4. Voer het wachtwoord van vier cijfers in met de bijbehorende knoppen, zoals hieronder wordt weergegeven. Opmerking: Wachtwoorden bestaan altijd uit vier cijfers. Voor wachtwoorden kunt u de cijfers 1 tot en met 4 gebruiken. Als er geen afdruktaken zijn opgeslagen met het wachtwoord dat u hebt ingevoerd, wordt Password Error (Fout codewoord) kort weergegeven op het LCD-scherm.
  • Pagina 334 6. Als u het aantal exemplaren wilt opgeven dat u wilt afdrukken, drukt u op Enter en op Omlaag of Omhoog om het aantal exemplaren te selecteren. Als u afdruktaken wilt verwijderen zonder exemplaren af te drukken, drukt u op Omlaag om Delete (Verwijderen) op het LCD-scherm weer te geven.
  • Pagina 335 Druk op Omhoog en Omlaag om door de menu's te bladeren. De menu's en menu-items verschijnen in de onderstaande volgorde. Menu Items Menu Information Status Sheet (Statusvel), Reserve Job List* (Lijst (Informatie) Reserveertaak*) , Form Overlay List* (Lijst Docum. Overdr.*) , NetworkStatus Sheet* (Statusvel Netwerk*) , Color Regist Sheet...
  • Pagina 336 Menu Items Menu Quick Print Job (Snelafdruk)* ConfidentialJob Menu* (Menu Ver- trouwelijke taak) Menu Reset Clear Warning (Waarschuwing wissen), Reset, Reset All (Reset alles), SelecType Init Parallel Menu* Parallel I/F (Par. I/F), Speed (Snelheid), Bi-D (Menu Parallel) (Bidirectioneel), Buffer Size (Databuffer) USB Menu* USB-poort, Databuffer (Menu USB)
  • Pagina 337 Menu Items Menu FX Font, Pitch, Condensed (Versmald), T. Margin (Bovenmarge), Text (AantRegel), CG Table (Kar Tab), Country (Land), Auto CR (Autom. CR), Auto LF (Autom. LF), Bit Image, ZeroChar (Vorm 0 (nul)) Menu I239X Font, Pitch, Code Page (Codepagina), T. Margin (Bovenmarge), Text (AantRegel), Auto CR (Autom.
  • Pagina 338 Druk op Omlaag of Omhoog om een item te selecteren. Druk op Enter om een vel of lettertypevoorbeeld af te drukken. Item Instellingen (standaardinstelling is vet) Status Sheet (Statusvel) Reserve Job List* (Lijst reserveertaak) Form Overlay List (Lijst Docum. Overdr.)* Network Status Sheet* (Netwerkstatusvel) Color Regist Sheet...
  • Pagina 339 Item Instellingen (standaardinstelling is vet) K Toner (K-Toner) E******F Photoconductr E******F (Fotogeleiding) Total Pages (Afgedrukt) 0 to 99999999 (1 tot 999) Color Pages 0 to 99999999 (1 tot 999) (Kleurenpag.) B/W Pages (Z/W-pag.) 0 to 99999999 (1 tot 999) *1 Dit item wordt alleen weergegeven als de taken met behulp van de functie Quick Print Job (Snelafdruk) worden opgeslagen.
  • Pagina 340 Color Regist Sheet (Kleurenoverzicht) Hiermee drukt u een overzichtsvel af waarmee u de uitlijningspositie voor elke kleur (geel, cyaan en magenta) kunt controleren en afstemmen. Als u merkt dat een of meer kleuren niet juist zijn uitgelijnd, kunt u dit vel gebruiken om de uitlijning af te stemmen.
  • Pagina 341 Total Pages (Afgedrukt) Hiermee wordt het totaalaantal pagina's weergegeven dat is afgedrukt op de printer. Color Pages (Kleurenpag.) Hiermee wordt het totaalaantal kleurenpagina's weergegeven dat is afgedrukt op de printer. B/W Pages (Z/W-pag.) Hiermee wordt het totaalaantal zwartwitpagina's weergegeven dat is afgedrukt op de printer. Menu Tray (Papierbak) Met dit menu kunt u de afmetingen en de papiersoort van papier instellen dat in de MP-lade is geplaatst.
  • Pagina 342 Item Instellingen (standaardinstelling is vet) MP Type (STD-Type) Plain (Wit), Letterhead (Briefhfd), Recycled, Color (Kleur), Trnsprncy (Transp.), Labels (Etiketten) LC1-type Plain (Wit), Letterhead (Briefhfd), Recycled, Color (Kleur) LC2-type** Plain (Wit), Letterhead (Briefhfd), Recycled, Color (Kleur) LC3-type** Plain (Wit), Letterhead (Briefhfd), Recycled, Color (Kleur) * De standaardinstelling verschilt per land van aankoop.
  • Pagina 343 Menu Emulation (Emulatie) Met dit menu kunt u de emulatiemodus van de printer selecteren. U kunt verschillende emulaties opgeven voor elke interface, dus voor elke computer waarop u de printer aansluit. Aangezien elke emulatiemodus specifieke opties heeft, moet u de gewenste instellingen opgeven in het menu LJ4, ESC P2, FX, GL2 of I239X.
  • Pagina 344 Item Instellingen (standaardinstelling is vet) Page Size A4*, A5, B5, LT*, HLT, LGL, GLT, GLG, EXE, F4, (Paginaformaat) MON, C10, DL, C5, C6, IB5, CTM Wide A4 (Breed A4) Off (Uit), On (Aan) Orientation (Oriëntatie) Port (Staand), Land (Liggend) Resolution (Resolutie) 600, 300 RITech On (Aan), Off (Uit)
  • Pagina 345 Resolution (Resolutie) Hier wordt de afdrukresolutie aangegeven. RITech Als u RITech inschakelt, krijgt u vloeiendere en scherpere regels, tekst en afbeeldingen. Toner Save (Tonerbesparing) Wanneer deze instelling is geselecteerd, bespaart de printer toner door een grijstint in plaats van zwart te gebruiken als vulkleur voor tekens.
  • Pagina 346 Left Offset (L Marge) Hiermee kunt u kleine wijzigingen aanbrengen in de horizontale afdrukpositie van de pagina. Met deze functie kunt u gemakkelijk kleine wijzigingen aanbrengen. Let op: Zorg ervoor dat de afgedrukte afbeelding niet groter is dan het papier. Anders beschadigt u de printer wellicht. T Offset B (B Marge A) Hiermee kunt u de verticale afdrukpositie aanpassen op de achterzijde van het papier wanneer u dubbelzijdig afdrukt.
  • Pagina 347 Item Instellingen (standaardinstelling is vet) Papierbron Auto, MP (STD), LC1 (Opt1), LC2* (Opt2*), LC3 (Opt3*) MP Mode (MP MODE) Normal (Normaal), Last (Laatste) Manual Feed Off (Uit), 1st Page (1e Pag) Each Page (Handmatige invoer) (Elke Pag) Copies (Kopieën) 1 to 999 (1 tot 999) Duplex Off (Uit), On (Aan) Binding (Bindzijde)
  • Pagina 348 Lang Hier wordt aangegeven welke taal op het LCD-scherm wordt weergegeven en op het statusvel wordt afgedrukt. Time Out (Timeout) Hier wordt aangegeven hoe lang de printer wacht wanneer deze gereed is voor afdrukken en geen nieuwe gegevens ontvangt. Als deze periode is verstreken, zoekt de printer naar nieuwe afdrukgegevens in andere interfaces.
  • Pagina 349 Manual Feed (Handmatige invoer) Hiermee kunt u de modus voor handmatige invoer selecteren voor de MP-lade. Zie “Papier handmatig invoeren” op pagina 39 voor meer informatie over de modus voor handmatige invoer. Copies (Kopieën) Hier kunt u het aantal exemplaren opgeven dat u wilt afdrukken, van 1 tot en met 999.
  • Pagina 350 Skip Blank Page (Geen lege pag.) Hiermee kunt u lege pagina's overslaan tijdens het afdrukken. Deze instelling is beschikbaar wanneer u afdrukt in de modi PCL5e, ESC/Page, ESCP2, FX of I239X. Auto Eject Page (Auto uitvoer pg) Hier wordt aangegeven of papier moet worden uitgevoerd wanneer de limiet wordt bereikt die bij Timeout is ingesteld.
  • Pagina 351 Page Protect (Paginabesch) Hier kunt u extra printergeheugen toewijzen aan het afdrukken van gegevens in plaats van aan het ontvangen van gegevens. U moet deze optie wellicht inschakelen als u een zeer complexe pagina afdrukt. Als het foutbericht Print Overrun (Afdrukoverloop) wordt weergegeven op het LCD-scherm tijdens het afdrukken, schakelt u deze optie in en drukt u de gegevens opnieuw af.
  • Pagina 352 Magenta Regist (Magentaregistr) Hiermee stelt u de uitlijningspositie van de kleur magenta ten opzichte van zwart in. Selecteer Color Regist Sheet (Kleurenregistrvel) in het menu Information (Informatie) van het bedieningspaneel als u een overzicht van de kleuruitlijningsposities wilt afdrukken. Gebruik de instelling Magenta Regist (Magentaregistr) om de waarde te selecteren waarbij de lijnsegmenten van magenta en zwart het beste zijn uitgelijnd.
  • Pagina 353 Menu Vertrouwelijk Met dit menu kunt u taken afdrukken of verwijderen die met de optie Confidential Job (Vertrouwelijk) van de functie Reserve Job (Reserveertaak) in de printerdriver zijn opgeslagen op de vaste schijf van de printer. U moet het juiste wachtwoord invoeren om toegang te krijgen tot deze gegevens.
  • Pagina 354 SelecType Init Met deze optie worden de standaardwaarden van de menu-instellingen van het bedieningspaneel opnieuw ingesteld. De instellingen Yellow Regist (Geelregistr), Magenta Regist (Magentaregistr) en Cyan Regist (Cyaanregistr) worden niet opnieuw ingesteld. Menu Parallel Met deze instellingen wordt de communicatie tussen de printer en de computer beheerd wanneer u de parallelle interface gebruikt.
  • Pagina 355 Bi-D (Bidirectioneel) Hiermee kunt u de modus voor bidirectionele communicatie instellen. Als u Off (Uit) selecteert, wordt bidirectionele communicatie uitgeschakeld. Buffer Size (Databuffer) Hier bepaalt u hoeveel geheugen moet worden gebruikt voor het ontvangen en afdrukken van gegevens. Als Maximum (Maximaal) is geselecteerd, is er meer geheugen gereserveerd voor het ontvangen van gegevens.
  • Pagina 356 USB I/F Hiermee schakelt u de USB-interface in of uit. Buffer Size (Databuffer) Hier bepaalt u hoeveel geheugen moet worden gebruikt voor het ontvangen en afdrukken van gegevens. Als Maximum (Maximaal) is geselecteerd, is er meer geheugen gereserveerd voor het ontvangen van gegevens.
  • Pagina 357 Menu LJ4 Met deze instellingen beheert u de lettertypen en tekensets die beschikbaar zijn in de modus LJ4. Item Instellingen (standaardinstelling is vet) Bron fonts Resident, Download, ROM A* Font Number (Font Nr) 0 tot 65535 (afhankelijk van de instellingen) Pitch** 0,44 ...
  • Pagina 358 Item Instellingen (standaardinstelling is vet) CR Function CR, CR + LF (CR-functie) LF Function (LF-functie) LF, CR + LF Tray Assign 4, 4K, 5S (Vakaanduid.) * Alleen beschikbaar wanneer de optionele ROM-module voor lettertypen is geïnstalleerd. ** Afhankelijk van of u Letter- (60) of A4-papier (64) hebt geselecteerd. Opmerking: Als u meestal de HP LaserJet 4-printerdriver gebruikt om af te drukken, moet u waar mogelijk de instellingen wijzigen met deze driver.
  • Pagina 359 Height (Hoogte) Hier geeft u de standaardpuntgrootte voor het lettertype op als het lettertype schaalbaar en proportioneel is. U kunt een waarde selecteren van 4,00 tot 999,75 punten in stappen van 0,25 punt. Dit item wordt wellicht niet weergegeven, afhankelijk van de instellingen bij Font Source (Bron fonts) of Font Number (Font Nr).
  • Pagina 360 Tray Assign (Vakaanduid.) Hiermee kunt u de toewijzing wijzigen voor de opdracht om een papierbron te selecteren. Wanneer 4 is geselecteerd, zijn de ingestelde opdrachten compatibel met de HP LaserJet 4. Is 4K geselecteerd, dan zijn de ingestelde opdrachten compatibel met de HP LaserJet 4000, 5000 en 8000.
  • Pagina 361 Voordat u kunt afdrukken in de modus GL/2 U moet wellicht de volgende afdrukopties wijzigen in de toepassing, afhankelijk van de gewenste uitvoer. Controleer of deze instellingen overeenkomen met de gegevens die u wilt afdrukken. Print Options Instellingen (Afdrukopties) Paper Size De instelling voor papierformaat van de printer.
  • Pagina 362 Scale (Schalen) Hier wordt aangegeven of de uitvoer van de software geschaald is. De schaalfactor is gebaseerd op het opgegeven papierformaat in de toepassing. Origin (Oorsprong) Hier geeft u aan of de logische oorsprong van de plotter de hoek of het midden van het papier is. Hiermee kunt u een pen selecteren waarmee u de dikte kunt instellen bij Pen0 tot en met Pen6.
  • Pagina 363 Menu PS3 Deze instellingen zijn alleen beschikbaar wanneer de optionele ROM-module met Adobe PostScript 3 is geïnstalleerd. Raadpleeg de documentatie bij Adobe PostScript 3 Kit voor instructies over de installatie. Item Instellingen (standaardinstelling is vet) Error Sheet (Foutrapport) Off (Uit), On (Aan) Coloration (Kleurinstel) Kleur, Mono, WareKlr Image Protect...
  • Pagina 364 Menu ESPC2 In dit menu kunt u instellingen opgeven die van invloed zijn op de printer wanneer de emulatiemodus ESC/P 2 is ingeschakeld. Item Instellingen (standaardinstelling is vet) Font Courier, Prestige, Roman, Sans Serif, Roman T, Orator S, Sans H, Script, OCR A, OCR B Pitch 10, 12, 15 cpi, Prop Condensed (Versmald)
  • Pagina 365 Font Hier selecteert u het lettertype. Pitch Hier selecteert u de tekenbreedte (de horizontale afstand) van het lettertype met een vaste tekenbreedte, gemeten in cpi (tekens per inch). U kunt ook proportionele afstand selecteren. Condensed (Versmald) Hiermee schakelt u versmald afdrukken in of uit. T.
  • Pagina 366 Country (Land) Met deze optie kunt u een van de vijftien internationale tekensets selecteren. Zie “Internationale tekensets” op pagina 428 voor voorbeelden van de tekens in de tekenset voor elk land. Auto CR (Autom. CR) Hier wordt aangegeven of de printer een bewerking voor een regelterugloop/regelinvoer (CR-LF) uitvoert wanneer de afdrukpositie de rechtermarge overschrijdt.
  • Pagina 367 ZeroChar (Vorm 0 (nul)) Hier geeft u aan of de printer een nul met of zonder deelteken moet afdrukken. Menu FX In dit menu kunt u instellingen opgeven die van invloed zijn op de printer wanneer de emulatiemodus FX is ingeschakeld. Item Instellingen (standaardinstelling is vet) Font...
  • Pagina 368 Font Hier selecteert u het lettertype. Pitch Hier selecteert u de tekenbreedte (de horizontale afstand) van het lettertype met een vaste tekenbreedte, gemeten in cpi (tekens per inch). U kunt ook proportionele afstand selecteren. Condensed (Versmald) Hiermee schakelt u versmald afdrukken in of uit. T.
  • Pagina 369 Country (Land) Met deze optie kunt u een van de vijftien internationale tekensets selecteren. Zie “Internationale tekensets” op pagina 428 voor voorbeelden van de tekens in de tekenset voor elk land. Auto CR (Autom. CR) Hier wordt aangegeven of de printer een bewerking voor een regelterugloop/regelinvoer (CR-LF) uitvoert wanneer de afdrukpositie de rechtermarge overschrijdt.
  • Pagina 370 ZeroChar (Vorm 0 (nul)) Hier geeft u aan of de printer een nul met of zonder deelteken moet afdrukken. Menu I239X ® De modus I239X emuleert IBM 2390/2391 Plus-opdrachten. Deze instellingen zijn alleen beschikbaar wanneer de modus I239X is ingeschakeld. Item Instellingen (standaardinstelling is vet) Font...
  • Pagina 371 Pitch Hier selecteert u de tekenbreedte (de horizontale afstand) van het lettertype met een vaste tekenbreedte, gemeten in cpi (tekens per inch). U kunt ook proportionele afstand selecteren. Code Page Hier selecteert u de karaktertabellen. Karaktertabellen bevatten de karakters en tekens die in verschillende talen worden gebruikt. De printer drukt tekst af op basis van de geselecteerde karaktertabel.
  • Pagina 372 Auto LF (Autom. LF) Als u Off (Uit) selecteert, verzendt de printer geen opdracht voor een automatische regelinvoer (LF) voor elke regelterugloop (CR). Is On (Aan) geselecteerd, dan wordt een opdracht voor een regelinvoer verzonden voor elke regelterugloop. Selecteer On (Aan) als de tekstregels elkaar overlappen.
  • Pagina 373 Startbalk, Stopbalk en OCR-B. Met EPSON BarCode Fonts kunt u de codes echter automatisch toevoegen, zodat u eenvoudig streepjescodes kunt afdrukken die voldoen aan uiteenlopende standaarden voor streepjescodes.
  • Pagina 374 EPSON Code39 CD EPSON Code39 Num Code128 EPSON Maakt Code128- Code128 streepjescodes. Interleaved 2 EPSON ITF U kunt afdrukken of 5 (ITF) van OCR-B en EPSON ITF (Interleaved 2 controlecijfers van 5 (ITF)) opgeven met de lettertypenaam. EPSON ITF...
  • Pagina 375 Systeemvereisten Voor gebruik van EPSON BarCode Fonts moet de computer aan de volgende vereisten voldoen. Computer: IBM-computer of vergelijkbare computer met een i386SX-processor of hoger Besturingssysteem: Microsoft Windows, Me, 98, 95, Windows XP, 2000, NT 4.0 Vaste schijf: 15 tot 30 KB vrije ruimte, afhankelijk van het...
  • Pagina 376 Opmerking: Als het venster voor het instellen van talen verschijnt, selecteert u uw land. Als het installatieprogramma van EPSON niet automatisch wordt gestart, dubbelklikt u op het pictogram My Computer (Deze computer) en klikt u met de rechtermuisknop op het pictogram CD-ROM.
  • Pagina 377 5. Klik op Custom (Aangepast). 6. Schakel het selectievakje EPSON BarCode Font in en klik op Install (Installeer). Volg de instructies op het scherm. 7. Als de installatie is voltooid, klikt u op OK. EPSON BarCode Fonts zijn nu op de computer geïnstalleerd.
  • Pagina 378 1. Open een document in de toepassing en typ de tekens die u in een streepjescode wilt omzetten. 2. Selecteer de getypte tekens en klik op Font (Lettertype) in het menu Format (Opmaak). Werken met lettertypen...
  • Pagina 379 3. Selecteer het gewenste lettertype van EPSON BarCode Font en stel de lettertypegrootte in. Klik op OK. Opmerking: In Windows XP, 2000 en NT 4.0 kunt u voor het afdrukken van streepjescodes geen lettertypen gebruiken die groter zijn dan 96 punten.
  • Pagina 380 5. Kies Print (Afdrukken) in het menu File (Bestand). Klik met de rechtermuisknop op de EPSON-printer en kies Properties (Eigenschappen). Geef de volgende instellingen op voor de printerdriver. AcuLaser C4100 is een kleurenprinter. Zie het gedeelte over kleurenprinterdrivers in de onderstaande tabel. Driver voor...
  • Pagina 381 6. Klik op OK om de streepjescode af te drukken. Opmerking: Als er een fout voorkomt in de tekenreeks van de streepjescode, bijvoorbeeld onjuiste gegevens, wordt de streepjescode afgedrukt zoals weergegeven op het scherm. De streepjescode kan dan niet door een streepjescodelezer worden gelezen.
  • Pagina 382 Mogelijk bestaat de uiteindelijke streepjescode uit meer tekens dan u hebt ingevoerd, omdat bijzondere tekens zoals Startbalk en Stopbalk worden toegevoegd als u EPSON BarCode Font selecteert. Voor een optimaal resultaat gebruikt u voor het geselecteerde lettertype van EPSON BarCode Font alleen de lettertypegrootten die worden aanbevolen in “Specificaties...
  • Pagina 383 De volgende codes worden automatisch ingevoegd: Linker-/rechtermarge Linker-/rechterafsluitbalk Middenbalk Controlecijfer OCR-B Afdrukvoorbeeld EPSON EAN-8 EPSON EAN-13 EAN-13 is een streepjescode van dertien cijfers. Omdat het controlecijfer automatisch wordt toegevoegd, kunt u maar 12 tekens invoeren. Soort tekens Cijfers (0 t/m 9)
  • Pagina 384 De volgende codes worden automatisch ingevoegd: Linker-/rechtermarge Linker-/rechterafsluitbalk Middenbalk Controlecijfer OCR-B Afdrukvoorbeeld EPSON EAN-13 EPSON UPC-A UPC-A is de streepjescode die is vastgelegd in de American Universal Product Code (UPC Symbol Specification Manual). Alleen gangbare UPC-codes worden ondersteund. Aanvullende codes worden niet ondersteund. Soort tekens...
  • Pagina 385 De volgende codes worden automatisch ingevoegd: Linker-/rechtermarge Linker-/rechterafsluitbalk Middenbalk Controlecijfer OCR-B Afdrukvoorbeeld EPSON UPC-A EPSON UPC-E UPC-E komt overeen met de streepjescode UPC-A. Bij UPC-E worden extra nullen echter verwijderd. Soort tekens Cijfers (0 t/m 9) Aantal tekens 6 tekens...
  • Pagina 386 Linker-/rechtermarge Linker-/rechterafsluitbalk Controlecijfer OCR-B Het getal “0” Afdrukvoorbeeld EPSON UPC-E EPSON Code39 Er zijn vier Code39-lettertypen beschikbaar waarmee u het automatisch invoegen van controlecijfers en OCR-B kunt in- of uitschakelen. De hoogte van de streepjescode wordt automatisch ingesteld op minimaal 15% van de totale lengte van de code, conform de Code39-standaard.
  • Pagina 387 Typ spaties in Code39-streepjescodes als “_” onderstrepingstekens. Als u twee of meer streepjescodes op één regel wilt afdrukken, scheidt u ze met een tab of selecteert u een ander lettertype en typt u een spatie. Als u een spatie invoert voor een Code39-lettertype, wordt de streepjescode niet correct opgebouwd.
  • Pagina 388 Afdrukvoorbeeld EPSON Code39 EPSON Code39 CD EPSON Code39 Num EPSON Code39 CD Num EPSON Code128 Code128-lettertypen bieden ondersteuning voor de codesets A, B en C. Wanneer de codeset van een regel met tekens halverwege de regel wordt gewijzigd, wordt er automatisch een conversiecode ingevoegd.
  • Pagina 389 26 pt tot 104 pt (maximaal 96 pt in Windows XP/2000/NT). Aanbevolen grootten zijn 26 pt, 52 pt, 78 pt en 104 pt. De volgende codes worden automatisch ingevoegd: Onbedrukte linker-/rechterzone Start-/stopteken Controlecijfer Teken voor wijzigen codeset Afdrukvoorbeeld EPSON Code128 Werken met lettertypen...
  • Pagina 390 EPSON ITF De EPSON ITF-lettertypen voldoen aan de Amerikaanse USS Interleaved 2-van-5-standaard. Er zijn vier EPSON ITF-lettertypen beschikbaar waarmee u het automatisch invoegen van controlecijfers en OCR-B kunt in- of uitschakelen. De hoogte van de streepjescode wordt automatisch ingesteld op minimaal 15% van de totale lengte van de code, conform de Interleaved 2-van-5-standaard.
  • Pagina 391 Afdrukvoorbeeld EPSON ITF EPSON ITF CD EPSON ITF Num EPSON ITF CD Num EPSON Codabar Er zijn vier Codabar-lettertypen beschikbaar waarmee u het automatisch invoegen van controlecijfers en OCR-B kunt in- of uitschakelen. De hoogte van de streepjescode wordt automatisch ingesteld op minimaal 15% van de totale lengte van de code, conform de Codabar-standaard.
  • Pagina 392 Als u een start- of stopteken invoegt, wordt bij gebruik van een Codabar-lettertype automatisch het bijbehorende tegenovergestelde teken ingevoegd. Als er geen start- of stopteken wordt ingevoerd, worden deze tekens automatisch ingevoegd als de letter A. Soort tekens Cijfers (0 t/m 9) Symbolen (- $ : / .
  • Pagina 393 Afdrukvoorbeeld EPSON Codabar EPSON Codabar CD EPSON Codabar Num EPSON Codabar CD Num Beschikbare lettertypen In de onderstaande tabel vindt u de lettertypen die op de printer zijn geïnstalleerd. De namen van alle lettertypen worden weergegeven in de lettertypenlijst van de toepassing als u de driver gebruikt die bij de printer wordt geleverd.
  • Pagina 394 Modus LJ4/GL2 Lettertype Familie HP-equivalent Courier Medium, Bold, Italic, Bold Italic Courier ITC Zapf Dingbats ITC Zapf Dingbats CG Times Medium, Bold, Italic, Bold Italic CG Times CG Omega Medium, Bold, Italic, Bold Italic CG Omega Coronet Coronet Clarendon Condensed Clarendon Condensed Univers...
  • Pagina 395 Lettertype Familie HP-equivalent Helvetica Narrow Medium, Bold, Oblique, Bold Helvetica Oblique Narrow Palatino Roman, Bold, Italic, Bold Italic Palatino ITC Avant Garde Book, Demi, Book Oblique, Demi ITC Avant Garde Oblique Gothic ITC Bookman Light, Demi, Light Italic, Demi ITC Bookman Italic New Century Roman, Bold, Italic, Bold Italic...
  • Pagina 396 Druk een voorbeeld af en controleer of de lettertypen leesbaar zijn voordat u grote hoeveelheden afdrukt. Modi ESC/P 2- en FX Lettertype Familie Courier Medium, Bold EPSON Prestige EPSON Roman EPSON Sans serif Arial Medium, Bold Letter Gothic Medium, Bold Times New Roman Medium, Bold EPSON Script OCR A OCR B * Uitsluitend beschikbaar in de modus ESC/P 2.
  • Pagina 397 EPSON Prestige EPSON Gothic EPSON Orator EPSON Script EPSON Presentor EPSON Sans serif OCR B Opmerking: Afhankelijk van de afdrukdichtheid of papierkwaliteit of -kleur is het lettertype OCR B mogelijk niet leesbaar. Druk een voorbeeld af en controleer of het lettertype leesbaar is voordat u grote hoeveelheden afdrukt.
  • Pagina 398 3. Druk op Omlaag om het lettertype voor de juiste modus te selecteren. 4. Druk op Enter om het vel met het geselecteerde lettertype af te drukken. Nieuwe lettertypen toevoegen U kunt talloze lettertypen installeren op de computer. De meeste pakketten met lettertypen bevatten een installatieprogramma.
  • Pagina 399 EPSON Font Manager (alleen Windows) EPSON Font Manager biedt 131 lettertypen. Systeemvereisten Voor gebruik van EPSON Font Manager moet de computer aan de volgende vereisten voldoen: Computer: IBM-computer of vergelijkbare computer met een 486-processor of...
  • Pagina 400 EPSON Font Manager installeren Volg de onderstaande instructies om EPSON Font Manager te installeren. 1. Zet de printer uit en controleer of Windows wordt uitgevoerd op de computer. 2. Plaats de cd-rom met printersoftware in het cd-romstation. Opmerking: Als het venster voor het instellen van talen verschijnt, selecteert u uw land.
  • Pagina 401 5. Klik op Custom (Aangepast). 6. Schakel het selectievakje EPSON Font Manager in en klik op Install (Installeer). Volg de instructies op het scherm. 7. Als de installatie is voltooid, klikt u op OK. EPSON Font Manager is nu op de computer geïnstalleerd.
  • Pagina 402 Werken met lettertypen...
  • Pagina 403 Papier Aangezien de kwaliteit van een bepaald merk of type papier op elk moment door de fabrikant kan worden gewijzigd, kan EPSON de kwaliteit van geen enkele papiersoort garanderen. Test enkele vellen papier voordat u een grote hoeveelheid aanschaft of afdrukt.
  • Pagina 404 Papiersoort Beschrijving Gekleurd papier Niet-gecoat Papier met briefhoofd Het papier en de inkt van briefhoofden moeten geschikt zijn voor laserprinters * Gebruik kringlooppapier uitsluitend bij een normale temperatuur en vochtigheidsgraad. Papier van slechte kwaliteit kan de afdrukkwaliteit verminderen of papierstoringen en andere problemen veroorzaken. ** Zwaar of extra zwaar papier weegt doorgaans tussen 106 g/m²...
  • Pagina 405 Etiketten die gemakkelijk loslaten of niet de volledige oppervlakte van het achtervel bedekken Gecoat papier of gekleurd papier met een speciaal oppervlak Papier met ringbandgaten of geperforeerd papier Papier met lijm, nietjes, papierklemmen of plakstrips Papier dat statische elektriciteit aantrekt Klam of vochtig papier Papier met variërende dikte Extreem zwaar of licht papier...
  • Pagina 406 Specificaties Gewoon papier Gewicht: 60 tot 105 g/m² A4 (210 × 297 mm) Formaat: A5 (148 × 210 mm) B5 (182 × 257 mm) Letter (216 × 279 mm, 8,5 × 11 inch) Legal (216 × 356 mm, 8,5 × 14 inch) Half-Letter (140 mm ×...
  • Pagina 407 Enveloppen Monarch (3 7/8 × 7 1/2 inch) Formaat: Commercial 10 (4 1/8 × 9 1/2 inch) DL (110 × 220 mm) C5 (162 × 229 mm) C6 (114 × 162 mm) International B5 (176 × 250 mm, 7 × 9,8 inch) Paper Source Alleen MP-lade (Papierinvoer):...
  • Pagina 408 88,9 × 139,7 mm tot 215,9 × 355,6 mm Formaat: (3,5 × 5,5 inch tot 8,5 × 14,0 inch) Paper Source Alleen MP-lade (Papierinvoer): EPSON Color Laser Paper A4 (210 × 297 mm) Formaat: Letter (216 mm × 279 mm, 8,5 × 11 inch) Papierbronnen: MP-lade, onderste standaardpapierlade,...
  • Pagina 409 Opwarmtijd: Circa 30 seconden bij een normale temperatuur Papierinvoer: Automatische of handmatige invoer Uitlijning papierinvoer: Centreren voor alle papierformaten Duplex: Beschikbare papiersoorten: A4, A5, B5, LT, GLG, LGL en EXE (gewoon papier) en EPSON Color Laser Paper Technische specificaties...
  • Pagina 410 Laadvermogen papierladen: MP-lade: Maximaal 100 vellen gewoon papier, EPSON Color Laser Paper Enveloppen, etiketten, zwaar papier of transparanten tot een maximale stapeldikte van 10 mm Standaardpapierlade: Maximaal 500 vellen gewoon papier, EPSON Color Laser Paper Papieruitvoercapaciteit: Maximaal 250 vellen gewoon papier,...
  • Pagina 411 Omgevingsspecificaties Temperatuur: In gebruik: 10 tot 32°C Niet in gebruik: -20 tot 40°C Vochtigheid: In gebruik: 15 tot 85% RV Niet in gebruik: 5 tot 85% RV Hoogte: Maximaal 3100 meter Technische specificaties Afmetingen Hoogte: 44,5 cm en gewicht: Breedte: 43,9 cm Diepte: 63,8 cm...
  • Pagina 412 Model 110 V/120 V Model 220 V/240 V (Model KAA-3) (Model KAB-2) Stroom- Tijdens Maximum 900 W 900 W verbruik afdrukken* Gemiddeld 600 Wh 600 Wh In de standby-modus 180 Wh 180 Wh Gemiddeld Rustmodus Minder dan 45 Wh Minder dan 45 Wh * Inclusief optionele papierlade.
  • Pagina 413 Laserbeveiliging Deze printer is een laserproduct van klasse 1 dat voldoet aan de normen die zijn opgelegd door het Amerikaanse DHHS (Department of Health and Human Services), overeenkomstig de Radiation Control for Health and Safety Act van 1968. Dit betekent dat de laser geen straling voortbrengt die schadelijke gevolgen heeft voor de gezondheid.
  • Pagina 414 Government Legal (GLG) en Executive Papiergewicht: 60 tot 105 g/m² Papierinvoer: Twee geïnstalleerde papierladen Automatische papierinvoer Papiercapaciteit tot 500 vellen (per papierlade) Papiersoorten: Gewoon papier, EPSON Color Laser Paper Voeding: DC 5V en 24V vanuit de printervoeding Model: KAA-4 (C12C802061) KAA-2 (C12C802071) Technische specificaties...
  • Pagina 415 Afmetingen en gewicht: Voor papiereenheid van 500 vellen Hoogte: 172 mm Breedte: 439 mm Diepte: 563 mm Gewicht: 14,5 kg (inclusief alle laden) Voor papiereenheid van 1000 vellen Hoogte: 336mm Breedte: 439 mm Diepte: 563 mm Gewicht: 19,0 kg * Dit product voldoet aan de CE-markeringsvereisten in overeenstemming met EG-richtlijn 89/336/EEC.
  • Pagina 416 Geheugenmodules DRAM-type: SDRAM DIMM (Synchronous Dynamic RAM Double In-line memory module) Geheugengrootte: 32 MB, 64 MB, 128 MB, 256 MB of 512 MB CAS-latentie CL = 2 Type: 168-pins, 64-bits, 3,3 V, met SPD PC 100-compatibel Binnen 134 × 36 mm met een dikte van Afmetingen: 10 mm Een hoogte van minder dan 40 mm...
  • Pagina 417 Vochtigheid opslag: 15 tot 80% RV Levensduur: Zwart: Maximaal 10.000 afbeeldingen (gebruikmakend van papier op A4-grootte, Geel, magenta, cyaan: Maximaal 8000 continu afdrukken en afbeeldingen een dekking van 5%) * Dit product voldoet aan de CE-markeringsvereisten in overeenstemming met EG-richtlijn 89/336/EEC. Het aantal pagina's dat u met tonercartridges kunt afdrukken, is afhankelijk van het type afdruk.
  • Pagina 418 Transfereenheid Productcode: S053006 Opslagtemperatuur: 0 tot 35°C Vochtigheid opslag: 15 tot 80% RV Levensduur: 25.000 pagina's bij continu afdrukken (gebruikmakend van papier in A4- of De levensduur van de printer wordt Letter-formaat) mogelijk verkort wanneer u de printer herhaaldelijk laat opwarmen of wanneer u vaak enveloppen, etiketten, zwaar papier, transparanten of papier bedrukt dat kleiner is dan de af te drukken...
  • Pagina 419 Levensduur: 100.000 pagina's bij continu afdrukken (gebruikmakend van papier in A4- of De levensduur van de printer wordt Letter-formaat en mogelijk verkort wanneer u de printer enkelzijdig herhaaldelijk laat opwarmen of wanneer afdrukken) u vaak enveloppen, etiketten, zwaar papier of transparanten afdrukt. * Dit product voldoet aan de CE-markeringsvereisten in overeenstemming met EG-richtlijn 89/336/EEC.
  • Pagina 420 Technische specificaties...
  • Pagina 421 Bijlage C Tekensets Inleiding op tekensets Via de printer hebt u toegang tot verschillende tekensets. Veel van deze tekensets bevatten taalspecifieke tekens. Opmerking: Lettertypen en tekens worden door de meeste programma's automatisch verwerkt, u hoeft de printerinstellingen waarschijnlijk nooit aan te passen.
  • Pagina 422 Emulatiemodus LJ4 De volgende tekensets zijn beschikbaar in de emulatiemodus LJ4. Beschikbare Naam tekenset: lettertypen 19 lettertypen IBM-US (10U) Roman-8 (8U) Courier ECM94-1 (0N) 8859-2 ISO (2N) CG Times Universe 8859-9 ISO (5N) 8859-10ISO (6N) Letter Gothic Line Printer IBM-DN (11U) PcMultilingual (12U) PcE.Europe (17U) PcTk437 (9T)
  • Pagina 423 19 lettertypen PsMath (5M) Math-8(8M) Courier CG Times Universe Letter Gothic Dorit Malka Naamit Naskh Koufi Ryadh 19 lettertypen ANSI ASCII (0U), Courier CG Times Universe Letter Gothic Dorit Malka Naamit Naskh Koufi Ryadh Line Printer Courier Pc866Cyr (3R) Pc866Ukr (14R) CG Times WinCyr (9R) ISOCyr (10N)
  • Pagina 424 De 19 lettertypen verwijzen naar de lettertypen in de onderstaande lijst: CG Omega Coronet Clarendon Condensed Univers Condensed Antique Olive Garamond Marigold Albertus Arial Times New Helvetica Helvetica Narrow Palatino ITC Avant Garde Gothic ITC Bookman New Century Schoolbook Times ITC Zapf Chancery Medium Italic CourierPS Internationale tekensets voor ISO...
  • Pagina 425 In de modi ESC/P 2 of FX Tekentabel: Beschikbare lettertypen OCR B Courier EPSON Letter Gothic Roman Arial EPSON Sans Times New serif EPSON Prestige EPSON Script PcUSA beschikbare beschikbare beschikbare beschikbare PcMultilingual niet beschikbare beschikbare beschikbare beschikbaar PcPortuguese niet...
  • Pagina 426 ISO Latin1 niet beschikbare niet beschikbare beschikbaar beschikbaar 8859-15ISO niet beschikbare beschikbare beschikbare beschikbaar PcSl437* niet beschikbare niet niet beschikbaar beschikbaar beschikbaar PcTurk1* niet beschikbare niet niet beschikbaar beschikbaar beschikbaar 8859-9 ISO* niet beschikbare niet niet beschikbaar beschikbaar beschikbaar Mazowia* niet beschikbare niet...
  • Pagina 427 Hebrew7* niet beschikbare niet niet beschikbaar beschikbaar beschikbaar Hebrew8* niet beschikbare niet niet beschikbaar beschikbaar beschikbaar PcHe862* niet beschikbare niet niet beschikbaar beschikbaar beschikbaar PcAr864* niet beschikbare niet niet beschikbaar beschikbaar beschikbaar PcLit771* niet beschikbare niet niet beschikbaar beschikbaar beschikbaar PcLit774* niet beschikbare...
  • Pagina 428 Internationale tekensets U kunt één van onderstaande internationale tekensets selecteren met de opdracht ESC R: Tekensets: USA (VS), France (Frankrijk), Germany (Duitsland), UK (Engeland), Japan, Denmark (Denemarken-1), Denmark 2 (Denemarken-2), Sweden (Zweden), Italy (Italië), Spain1 (Spanje-1), Spain2 (Spanje-2), Norway (Noorwegen), Latin America (Latijns Am.), Korea*, Legal* * Uitsluitend beschikbaar voor ESC/P 2-emulatie Beschikbare tekens met de opdracht ESC (^...
  • Pagina 429 Beschikbare lettertypen zijn EPSON Sans Serif, Courier, EPSON Prestige, EPSON Gothic, EPSON Presentor, EPSON Orator en EPSON Script. Modus EPSON GL/2 In de modus EPSON zijn dezelfde tekensets beschikbaar als in de emulatiemodus LaserJet4. Zie “Emulatiemodus LJ4” op pagina 422 voor meer informatie. Tekensets...
  • Pagina 430 Tekensets...
  • Pagina 431 Als de printer niet goed functioneert en u het probleem niet kunt verhelpen met de probleemoplossingsinformatie in deze handleiding, kunt u contact opnemen met de EPSON-klantenservice. We kunnen u sneller helpen als u ons de volgende informatie geeft: Serienummer van de printer U vindt dit nummer op de achterzijde van de printer.
  • Pagina 432 Voor gebruikers in Noord-Amerika Als u de printer hebt aangeschaft in de Verenigde Staten of Canada, biedt Epson 24 uur per dag technische ondersteuning via de elektronische ondersteuningsservices en geautomatiseerde telefoonservices die zijn opgenomen in de volgende tabel: Service Toegang...
  • Pagina 433 Op de volgende websites is elektronische ondersteuning 24 uur per dag beschikbaar: Service Toegang Internet De website van EPSON voor Latijns-Amerika: http://www.latin.epson.com. De website van Epson voor Brazilië: http://www.epson.br. Als u een medewerker van de klantenservice wilt spreken, belt u naar een van de onderstaande nummers:...
  • Pagina 434 Voor gebruikers in het Verenigd Koninkrijk en Ierland Als u het product in het Verenigd Koninkrijk of Ierland hebt aangeschaft, biedt EPSON (UK) Limited u een groot aantal services en technische ondersteuning. Ondersteuning via Internet Informatie over de nieuwste EPSON-producten, drivers,...
  • Pagina 435 Verenigd Koninkrijk en 0044 1442 227271 in Ierland) en e-mail (info@epson.co.uk). U kunt hier terecht voor: Productinformatie en brochures van nieuwe EPSON-producten (ook beschikbaar via onze website op http://www.epson.co.uk) Informatie over waar u originele verbruiksgoederen, accessoires en optionele onderdelen van Epson kunt...
  • Pagina 436 Voor gebruikers in Duitsland EPSON Service Center c/o Exel Hünxe GmbH Werner-Heisenberg-Straße 2 46569 Hünxe http://www.epson.de/support Frankrijk Support Technique EPSON France 0 821 017 017 (2,21 F la minute) Ouvert du lundi au samedi de 9h00 à 20h00 sans interruption http://www.epson.fr/support/selfhelp/french.htm pour...
  • Pagina 437 Italië EPSON Italia s.p.a. Viale F.IIi Casiraghi, 427 20099 Sesto San Giovanni (MI) Tel.: 02.26.233.1 Fax: 02.2440750 Assistenza e Servizio Clienti 02.29400341 http://www.epson.it Portugal EPSON Portugal, S.A. Rua do Progresso, 471 - 1° - Perafita - Apartado 5132 4458 - 901 Perafita Codex Tel.: 22.999.17.00;...
  • Pagina 438 Nederland CARD IS B.V. Ambachsweg 3606 AP Maarssen http://www.epson.nl/support/ België & Luxemburg MDR (ARC) H. Dom. Saviolaan 8 1700 Dilbeek http://www.epson.be Zwitserland EXCOM Service A.G. Moosacherstrasse 6, Au, 8820 Wadenswil Tel.: 01/7822111 http://www.excom.ch Contact opnemen met de klantenservice...
  • Pagina 439 Woordenlijst afdrukstand Hiermee wordt aangegeven in welke richting tekens op een vel worden afgedrukt. Met de afdrukstand staand wordt in de breedte van de pagina afgedrukt, met liggend in de lengte. ASCII American Standard Code for Information Interchange. Een verzameling standaardcodes die worden toegekend aan tekens en besturingscodes.
  • Pagina 440 dpi (dots per inch) Met het aantal dots per inch wordt de printerresolutie weergegeven. Hoe hoger het aantal dots (punten), hoe hoger de resolutie. driver Zie printerdriver voor meer informatie. emulatie Zie printeremulatie voor meer informatie. FF (form feed) Een besturingscode voor een nieuwe pagina. fotogeleidingseenheid Een onderdeel van de printer met een lichtgevoelige afdrukrol, transfereenheid en ontwikkelingsrol.
  • Pagina 441 lettertype met vaste breedte Een lettertype waarbij elk teken evenveel ruimte in beslag neemt, ongeacht de breedte van het teken. De letter l neemt evenveel ruimte in beslag als de hoofdletter M. lettertypefamilie Alle grootten en stijlen van een lettertype. LF (line feed) Een besturingscode voor een nieuwe regel.
  • Pagina 442 RAM-geheugen Random Access Memory. Het gedeelte van het printergeheugen dat wordt gebruikt als buffer en als opslagplaats van tekens die door de gebruiker zijn ingesteld. Alle gegevens in het RAM-geheugen worden gewist als de printer wordt uitgeschakeld. reset Het geheugen van de printer vrijmaken en de bestaande afdruktaken wissen. resolutie Een aanduiding voor de scherpte en helderheid van de afbeeldingen die de printer produceert of die op het scherm worden weergegeven.
  • Pagina 443 staand Een afdrukoptie waarbij in de breedte van de pagina wordt afgedrukt, in tegenstelling tot liggend, waarbij in de lengte wordt afgedrukt. Staand is de standaardafdrukstand voor brieven en documenten. standaardinstelling Een waarde of instelling die wordt geactiveerd als de printer wordt ingeschakeld, opnieuw wordt gestart of geïnitialiseerd.
  • Pagina 444 Woordenlijst...
  • Pagina 445 Index opmaken, 381 specificaties, 382 Bedieningspaneel systeemvereisten, 375 instellingen, 327 EPSON Color Laser Paper specificaties, 408 EPSON Color Laser Transparencies specificaties, 408 Clients EPSON Status Monitor 3 met Macintosh, 194 controlevoorkeuren, 106 met Windows Me, 98 of 95, 182 controlevoorkeuren met Windows NT 4.0, 188...
  • Pagina 446 214 gebruiken, 54 specificaties, 416 specificaties, 407 verwijderen, 219 Lettertypen beschikbare, 393 downloaden, 399 Handleidingen EPSON BarCode Fonts, 373 Beheerdershandleiding, 1 selecteren, 398 Installatievel, 1 toevoegen, 398 Snel zoeken, 1 Menu's van bedieningspaneel Installatie ongedaan maken overzicht van beschikbare...
  • Pagina 447 Optionele papiereenheid voor 500 of Printerinstellingen 1000 vellen, 37 aangepaste instellingen opslaan selecteren, 37 (Macintosh), 132 voor EPSON Color Laser Paper, 49 aangepaste instellingen opslaan voor EPSON Color Laser (Windows), 66 Transparencies, 49 afdrukformaat aanpassen, 67 Papiereenheid voor 500 of 1000 vellen...
  • Pagina 448 Informatie, 431 Tekensets inleiding, 421 internationale tekensets, 428 Re-Print Job (Afdruktaak ISO-sets, 424 herafdrukken) (Windows), 93 Modus EPSON GL/2, 429 Re-Print Job (Taak opnieuw Modus ESC/P 2, 425 afdrukken) (Macintosh), 150 Modus FX, 425 Reserve Job (Reserveertaak) Modus I239X, 429...
  • Pagina 449 Vaste schijf info, 208 installeren, 208 verwijderen, 212 Verbruiksgoederen fixeereenheid, 249 fotogeleidingseenheid, 243 transfereenheid, 253 Vervangingsberichten, 235 Verify Job (Afdruktaak verifiëren) (Windows), 94 Verify Job (Taak controleren) (Macintosh), 152 Verwijderen De ROM-module met Adobe PostScript 3, 227 geheugenmodules, 219 interfacekaarten, 233 Vaste schijf, 212 Wachtwoord opgeven voor vertrouwelijke...
  • Pagina 450 Index...