18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34
35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51
Brugsteken
52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68
De steekpatronen nr. 59 t/m 62
69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85
teken waarmee rechte steken tussen steekpatronen worden
ingevoegd.
86 87 88 89 90 91 92
Voor de brugsteken nr. 61 en nr. 62 worden de steeklengte en
naaldpositie van het vorige patroon in de geprogrammeerde
patrooncombinatie overgenomen.
U kunt de naaldpositie en steeklengte van steekpatroon nr. 59
(modus 3) en nr. 60 (modus 3) aanpassen.
U kunt de naaldpositie en steeklengte van steekpatroon nr. 61
(modus 3) en nr. 62 (modus 3) aanpassen. Naaldpositie en
steeklengte worden ongewijzigd uit het vorige steekpatroon
overgenomen.
OPMERKING:
Gebruik brugsteekpatroon nr. 59 of 60 als de steeklengte
van het vorige steekpatroon te fijn is (bijvoorbeeld satijn-
steken).
Voorbeeld: Steekpatroon nr. 61 en 63 (modus 3)
Selecteer steekpatroon 63 (modus 3).
Druk op de geheugentoets.
Selecteer steekpatroon 61 (modus 3).
Druk op de geheugentoets.
Begin met naaien. Er worden twee rechte steken
steekpatroon 63 ingevoegd.
• Een lege ruimte tussen de steekpatronen invoe-
gen
Voorbeeld: Steekpatroon nr. 57 en 91
Selecteer steekpatroon 57 (modus 3).
Druk op de geheugentoets.
Selecteer steekpatroon 91 (modus 3).
Druk op de geheugentoets.
Begin met naaien.
Tussen de steekpatronen wordt een lege ruimte van circa 5 mm
ingevoegd.
Lege ruimte (standaardsteeklengte)
Steekpatroon nr. 91 (modus 3)
Steekpatroon nr. 97 (modus 4, 5 en 6)
Steekpatroon nr. 98 (modus 4, 5 en 6)
Steekpatroon nr. 99 (modus 4, 5 en 6)
OPMERKING:
Door aanpassen van de steeklengte kunnen lege ruimten
tussen 0,5 en 5,0 worden gedefinieerd.
in modus 3 zijn brugs-
tussen
5 mm
2,5 mm
3,5 mm
5 mm
57