ZA-X BAG0044.8 01.21
WAARSCHUWING
Gevaar door vastgrijpen en opwikkelen door niet-beveiligde
onderdelen van de aandrijfas in de buurt van de
krachtoverbrenging tussen tractor en aangedreven machine!
Deze gevaren veroorzaken zwaar lichamelijk letsel met mogelijk
dodelijke afloop.
Werk alleen met volledig beveiligde aandrijving tussen tractor en
aangedreven machine.
De niet-beveiligde onderdelen van de aandrijfas moeten altijd
•
door een beschermplaat op de tractor en een
beschermingstrechter op de machine beveiligd zijn.
•
Controleer of de beschermplaat op de tractor resp. de
beschermingstrechter op de machine en de veiligheids- en
beschermingsvoorzieningen van de gestrekte aandrijfas elkaar
minimaal 50 mm overlappen. Zo nee, dan mag de machine niet
via de cardanas worden aangedreven.
Gebruik alleen de bijgeleverde aandrijfas resp. het bijgeleverde
•
aandrijfastype.
Lees de bedieningshandleiding van de aandrijfas aandachtig
•
door. Door het juiste gebruik van de cardanas kunnen zware
ongevallen worden voorkomen.
•
Raadpleeg voor het aankoppelen van de aandrijfas de
bedieningshandleiding van de aandrijfas-fabrikant.
Zorg dat er voldoende ruimte is in het zwenkbereik van de
•
aandrijfas. Bij te weinig ruimte kan de aandrijfas beschadigd
raken.
Let op het toelaatbare aandrijftoerental van de machine.
•
Heeft de aandrijfas een overbelastings- of vrijloopkoppeling, dan
•
moeten deze altijd aan de machine worden gemonteerd.
Let op de juiste inbouwstand van de aandrijfas. Het
•
tractorsymbool op de beschermpijp van de cardanas geeft aan
dat deze zijde van de cardanas op de tractor moet worden
aangesloten.
Raadpleeg vóór het inschakelen van de aftakas de
•
veiligheidsinstructies voor het gebruik van de aftakas in het
hoofdstuk "Veiligheidsinstructies voor de gebruiker", blz. 27.
Opbouw en werking
41