DX-D 100 mobiel röntgentoestel
Gebruikershandleiding
2.7.9
SPREIDING VAN STROOISTRALEN
Opmerking
24
De meetomstandigheden voor het bepalen van de verdeling van strooistralen
in de significante gebruikszone zijn in overeenstemming met de norm
IEC 60601-1-3:1994, IEC 60601-1-3:2008 en IEC 60601-1-3:2008+AMD1:
2013.
Bestralingparameters: Bestralingmodus, 150 kVp, 20 mAs.
Opening van de collimator ten behoeve van veldmaat 18 x 18 cm,
SID 100 cm.
Fantoom: Rechthoekig waterfantoom van 25 x 25 x 15 cm, of een
materiaal met een gelijksoortig röntgenstralingdempende coëfficiënt.
Instrument voor het meten van straling: Dosimeter voor het meten van
lage stralingniveaus.
.
De resultaten werden verkregen met behulp van een configuratie,
die representatief is voor de slechtst denkbare situatie binnen de
verscheidene configuraties van de module.
Raadpleeg Illustratie 2-1 voor het positioneren van de röntgenstraalmodule
tijdens het radiografisch onderzoek met behulp van de borstmodule of van het
frontpaneel en raadpleeg Illustratie 2-2 voor de positie van het röntgentoestel
tijdens radiografisch onderzoek op een willekeurige patiëntensteun of
onderzoektafel.
Onderstaande volgende afbeeldingen tonen de spreiding van strooistralen in
elke onderzoekspostie.
0188K NL 20201116