Bij twijfel of slechte werking van de functie, plaatst u de instelling beter op MOTOROLA 14.
ESU biedt de mogelijkheid om in MOTOROLA 28 te rijden. Daardoor kan u beschikken over 28 echte rijstappen.
Märklin bracht in de late jaren 1980 enige functiedecoders op de markt (voor panoramawagon edm). Wij
herkennen dit in de ECoS als MOTOROLA fx 14.
Alle mfx-decoders zijn multi-protocol decoders. Daardoor beschikken ze ook over het motorola®-protocol met een
2
de
motorola®-adres. Via dit adres kunnen ook de functies F5 tot F8 bereikt worden. De ECoS ondersteunt dit systeem
zo dat u uiteindelijk beschikking heeft over de eerste 9 functies (Function, F1 tot F4 en F5 tot F8).
Märklin® definieerde indertijd zijn systeem met 80 locadressen. Dat dit aantal te klein was, hebben vele fabrikanten
ingezien. ESU LokSound® mfx®, LokPilot® mfx® en LokPilot® V3.0 ondersteunen tot 255 adressen in het Motorola®
formaat.
III.
DCC-formaat.
De DCC norm van de NMRA (National Model Railroad Association) vind haar roots in het systeem van de Duitse
firma Lenz Elektronik.
In dit protocol of formaat kunt u gebruik maken van 10239 adressen, met 21 functies en tot 128 rijstappen. Bruikbaar
zijn 126 rijstappen, de 2 overige worden benut voor het noodstop systeem. Veel hangt af van de toegepaste
kenmerken in uw decoder. De ECoS benut alle bekende kenmerken van het systeem. Dus tot 128 rijstappen.
Op het gebied van de rijstappen ondersteunt de ECoS zowel 14, 28 als 128 rijstappen. Respectievelijk is dit
aangegeven als "DCC14", "DCC28" en "DCC128".
Bedenk dat de instelling van de rijstappen moet overeenkomen met de interne decoderinstelling!
Indien u twijfelt over het aantal rijstappen, kies voor "DCC28". Dit is de meest voorkomende modus voor DCC,
volgens de NMRA. Alle ESU DCC decoders herkennen het aantal rijstappen automatisch.
IV.
LGB®-formaat.
Voor het sturen van treinbanen in de tuin maakt de firma LGB® gebruik van het DCC-protocol. De oorspronkelijk
ingezette LokMaus® gebruikte naast de hoofdfunctie enkel nog F1. Als u via de ECoS LGB locs wenst te besturen kies
dan voor "LGB".
Jongere LGB-locs dewelke uitgerust zijn met een LokSound XL decoder, kunnen ingesteld worden zoals hierboven
aangegeven. Kies liefst voor "DCC28" of "DCC128".
V.
SelecTrix®.
De ECoS kan ook alle locs besturen dewelke zijn uitgerust met een SelecTrix® decoder. Hierbij zijn 112 adressen, 31
rijstappen en 2 functietoetsen (licht & F1) voorhanden. ECoS noemt deze mode: "SelecTrix".
7.1.2
Multi-Protocol bedrijf.
De ECoS kan alle hierboven beschreven protocols samen op het spoor weergeven. Elke loc met wordt zijn protocol
aangesproken. Zo is een loc uitgerust met een multi-protocol decoder in de regel probleemloos.
Indien op de onderkant van uw Märklin® signaal geen gekleurd punt voorkomt, laat dan uw signaal upgraden met
een software update.
7.2. Meervoudige tractie.
Uw ECoS laat de comfortabele opbouw en werking van dubbeltracties en meervoudige tracties toe.
Alle tracties worden virtueel beheert in de ECoS.
De ECoS stuurt na elke loc apart de nodige informatie opdat deze zijn plicht zou vervullen in de tractie. Zodoende is
het mogelijk om locs met diverse soorten decoders en protocollen perfect te laten samen rijden.
Als u verschillende locs wenst te laten samen rijden in een dubbeltractie of een meervoudige tractie dan zorgt u er
best voor dat alle locs over dezelfde rijeigenschappen beschikken. Een kleine stoomloc (zoals een Märklin 3000) en
een ICE train hebben duidelijk niet de zelfde eigenschappen en horen niet samen te rijden in een dubbeltractie.
Elke dubbeltractie of meervoudige tractie krijgt in de ECoS een eigen naam en een eigen locsymbool. Elke tractie
rijdt in 128 rijstappen.
9