Een Lenz® booster wordt als volgt aangesloten:
1 = Data
klem C
2 = Gnd
klem D
3 = ShDCC
klem E
Andere DCC-boosters worden in principe op identieke wijze aangesloten. Wij verwijzen hiervoor naar de handleiding
van de booster in casu.
8.7.3. Aansluiting van een Märklin booster.
Bij deze populaire booster wordt telkens een 5-aderige kabel meegeleverd. Het ene uiteinde plugt u in de booster.
Het andere uiteinde moet bewerkt worden. Knip de 2
1 = Data
ader 1 van 6017-kabel.
2 = Gnd
ader 4 van 6017-kabel.
4 = ShMKL
ader 5 van 6017-kabel.
5 = Enable
ader 2 van 6017-kabel.
Bij verkeerde aansluiting kunnen zowel de booster als de ECoS beschadigd worden.
8.7.4. Kortsluitbeveiliging.
Na de juiste aansluiting van uw booster dient u de ECoS nog softwarematig aan te passen, opdat de
kortsluitbeveiliging juist werkt. Daarvoor verwijzen we naar de boosterconfiguratie, verder in deze handleiding:
paragraaf 18.3.1 nabij afbeelding 69.
8.8. ECoSniffer ingang.
De ECoSniffer ingang wordt op een spooruitgang van een ouder digitaal systeem aangesloten. Gebruik hiervoor
beide contacten (op de ECoS): SnlnA en SnlnB naast de booster plug. Het oudere digitale systeem moet na
aansluiting op de ECoS nog gevoed worden door zijn eigen voeding.
Ook hier wijzen we erop dat de voeding van de ECoS niet bruikbaar is om een ander digitaal systeem te voeden via
een Y-stekker. Verder mag er geen verbinding zijn tussen de ECoS en de massa van de voeding van uw ouder
systeem.
In de hierna volgende afbeeldingen worden 2 systemen besproken met een schema voor juiste aansluiting.
Het gaat om systemen die voldoen aan volgende kenmerken:
Uitgangsspanning:
Datasignaal:
15
tussen 14 en 30 V.
DCC of Motorola®, autodetect.
stekker eraf en verbind als volgt:
de