18.5.1. Softwareversie.
De softwareversie is de versie van de interne versie van de werkingssoftware. Indien u de ESU-helpdesk of de
helpdesk van de importeur contacteert, dient u steeds deze versie te vermelden.
18.5.2. Serienummer.
Dit serienummer is uniek en dient aangebracht te worden op uw registratiekaart en op de kaart die uw ECoS
begeleidt, indien u deze naar het fabriek dient op te sturen. Lees dit serienummer vooraf uit en noteer het zo spoedig
mogelijk op deze formulieren. Ook bij contact met een helpdesk, zal u steeds naar dit nummer gevraagd worden.
19.
S88 bus configuratie.
Zoals in paragraaf 8.9 aangegeven, worden losse S88 modules één per één aan de ECoS gelinkt. U dient aan de
ECoS te melden hoeveel van deze modules u in gebruik neemt. Verder dient u de ECoS ook te informeren of u van
deze S88 hetzij 8 of 16 poorten in gebruik neemt.
U klikt op dit icoontje. Daardoor opent u het set-up menu.
Klik op het systeem-icoon.
Klik vervolgens op de lijst van apparaten verbonden met de ECoSlink, S88 bus control (zie afbeelding 68).
Klik op EDITEREN, het S88 configuratiescherm opent zich:
a)
Lijst van alle S88 modules.
b)
Naam van de module.
c)
Aantal poorten in gebruik (voor deze module zijnde 8 of 16: hier dus 16).
d)
Keuzeveld INVOEREN.
e)
Keuzeveld WISSEN.
f)
Keuzeveld AANTAL POORTEN WIJZIGEN tussen 8 en 16).
Voor elke S88 dient u een informatiebalk aan te maken.
Klik op dit icoon, om een S88 in te voegen.
Met een klik op dit icoon wijzigt u de instelling van 8 poorten naar 16 poorten.
Via het v-icoon bevestigt u uw instellingen.
20.
Computerinterface.
De computerinterface laat uw ECoS toe te communiceren met een computer. Wij wijzen u erop dat het geen
enkele rol speelt of u uw ECoS verbindt met een MS-Windows® computer, een Apple® computer of een Linux®
computer. Zorg ervoor dat uw computer uitgerust is met een internet browser (zoals MS-Internet Explorer, Mozilla
FireFox, e.a.)
Via de computerinterface kunt u softwareversies laden in uw ECoS. Verder kunt u de configuratie instellingen van de
ECoS opslaan in uw computer en desgevallend later terugplaatsen.
De communicatie tussen de ECoS en uw computer loopt via een zogenoemde IP-verbinding. Elke onderdeel van
een IP-netwerk moet over een IP-adres beschikken. Aan de hand daarvan vind de één de andere.
Daarvoor moet in de ECoS als in de computer een correct IP-adres geconfigureerd worden.
20.1. IP-setup.
Indien uw computer met een breedband verbinding aan het internet verbonden is (voorbeeld DSL) en u daarvoor
45