7.6.2.
Hoofdspoorprogrammering.
Dcc decoders kunnen ook van op het hoofdspoor geprogrammeerd worden. Voordeel hierbij is dat de wijzigingen
direct aan de praktijk kan getoetst worden.
7.7. Terugmelding met S88.
De ECoS biedt u een galvanische gescheiden ingang voor het aansluiten van S88 modules. Deze kunnen
ingeschakeld worden als spoorbezetmelders. Op deze aansluitbus kunnen maximaal 32 S8 modules werkzaam zijn.
Elke S88 werkt als module met 8 of 16 ingangen. Het aantal werkzame S88 wordt handmatig ingesteld op de ECoS.
7.8. Oudere systemen aansluiten op de ECoS.
De ECOS is zo geconcipieerd dat u ook oudere digitale elementen kunt aanschakelen op de ECoS. Hiervoor dient
de railuitgang van uw ouder element verbonden te worden met de ECoSniffer aansluiting van de ECoS. Deze laatste
"voelt" direct het signaal dat normaal "langsover" de rails wordt gestuurd en vertaalt dit naar een ECoS opdracht.
Normaal kan elke digitale centrale hiervoor gebruikt worden, zolang deze Motorola® of DCC compatibel is. Het
betreft loccommando's van DCC (14, 28 of 128 rijstappen) met automatische herkenning en tot 12 functies. Ook
Motorola® (14 rijstappen, 80 adressen, Motorola®oud en nieuw, F1-F4) en ook magneetartikelen van DCC of
Motorola® formaat. Alle andere systemen worden genegeerd.
Aan de ECoSniffer aansluiting kan u dus een digitale centrale aansluiten, waar – op haar beurt - meerdere
handregelaars zijn aangesloten. Het maximum der handregelaars wordt door het oude systeem beperkt. Zo
bijvoorbeeld kan u het LokMaus systeem aansluiten met een maximum van 32 Lokmuizen.
7.9. ECoSlink systeembus.
Onze ECoSlink systeembus dient om de ECoS centrale uit te breiden. Aan de aansluiting hangt u een handregelaar,
terugmeldmodule, booster en andere uitbreidingen. De ECoSlink baseert zich hiervoor op de industrienorm CAN, die
een goede werking over een robuuste kabel met maximale lengte van 100 m garandeert. Datarate: 250kBit / sec.
Verder: Hotplug, Plug & Play. Alle apparaten melden zichzelf aan. Een ECoSlink systeem kan 128 apparaten
bevatten .
7.10. ECoSlot module aansluiting.
Aan de onderzijde van de ECoS is een vrije module aansluiting ingewerkt. Via deze aansluiting kan men de ECoS
intern uitbreiden. Vanaf 2007 zal een ontvangersmodule voor de Mobile Control op de markt gebracht worden;
zodat u ook draadloos kan werken met uw ECoS.
8.
Aansluitingen in detail.
8.1. Stroomvoorziening.
Uw netadapter levert de nodige stroom via een 2.1 mm DC bus aan de ECoS. Principieel kunnen alle DC en AC-
transformatoren gebruikt worden, voor zover ze over voldoende vermogen beschikken. De uitgangsspanning van de
netadapter is identiek aan de railspanning. De ECoS werd voorzien van een overspanningbeveiliging alsook een
kortsluitbeveiliging.
"-" langs buiten / "+" langs binnen.
Ingangsspanning: tussen 14 en 18 volt.
Ingangsstroom: max. 5A.
De piekspanning in onbelaste toestand mag 19 v niet overstijgen. Zo dit wel gebeurd, is de ECoS onherstelbaar
beschadigd.
Aansluiting van dergelijke transformator valt buiten garantie!
Daarom bevelen wij u aan om ENKEL de door ESU geleverde transformatoren te gebruiken.
Wij aanvaarden geen enkele klacht ivm defect onder waarborg bij gebruik van vreemde transformatoren.
8.2. Netadapter.
Gebruik de bijgeleverde netkabel volgens Euro-norm en plug deze in uw netadapter. Dan kunt u tevens de stekker in
het gepaste stopcontact steken.
11