0,6 0,7 mm
0,6 0,7 mm
Afb. 50
Voor een snelle controle van de slijtage
van de voorste en achterste remblokken
gaat u als volgt te werk:
Voer een visuele controle uit vanaf de
onderkant (voor de voorste remklauw)
en vanaf de bovenkant (voor de achter-
ste remklauw) (Afb. 49).
Als de dikte (zelfs maar van één rem-
blok) is afgenomen tot ongeveer 1 mm,
moet u beide remblokken vervangen.
Als u niet in staat bent boven-
staande controle zelf uit te voe-
ren, neem dan contact op met
uw erkende
DSULOLD
-dealer.
%28*,( $IE
Lee s pag. 34 aandach tig (O NDER -
HOUD).
Vervang de bougie om de 12000 km.
Verwijder de bougie regelmatig voor con-
trole en maak ze grondig schoon, zodat
geen koolstofresten meer zichtbaar zijn; in-
dien nodig vervangen.
Voor het verwijderen en schoonmaken van
de bougie gaat u als volgt te werk:
Verwijder de bougiedop.
Haal al het vuil van de voet van de bou-
gie, schroef ze vervolgens los met de
sleutel die in de gereedschapsset zit en
haal ze uit de zitting. Let er goed op dat
er geen stof of andere voorwerpen in de
cilinder terecht kunnen komen.
Controleer of de elektrode en het mid-
dengedeelte uit porselein geen koolstof-
aanslag of roestvlekken vertonen; maak
indien nodig de onderdelen schoon met
een speciaal schoonmaakprodukt voor
bougies, met een ijzerdraad en/of zachte
staalborstel. Blaas krachtig de eventuele
resten weg, om te voorkomen dat ze in
de motor terechtkomen.
Als de bougie scheurtjes vertoont in het
isolatiemateriaal, als de elektroden ver-
roest zijn of als er teveel koolstof opzit,
moet de bougie vervangen worden.
Controleer de afstand tussen de elektro-
den (Afb. 50) met een voelermaat.
De afstand moet 0,6 ÷ 0,7 mm zijn; stel
indien nodig bij door voorzichtig de aar-
delektrode te verbuigen.
Controleer of de sluitring in goede staat is.
De bougie met de sluitring met de hand
aandraaien om beschadiging van de
schroefdraad te voorkomen.
Zet de bougie vast door met de bougies-
leutel een halve slag te draaien om de
afstandsring aan te drukken.
Breng de bougiedop opnieuw aan.
De bougie moet goed aange-
draaid zijn, anders kan de motor
oververhit raken en ernstig be-
schadigd worden. Gebruik enkel het
aanbevolen type bougie, zie pag. 56
(TECHNISCHE GEGEVENS), om de lan-
ge levensduur en de goede prestaties
van de motor niet in het gedrang te
brengen.
47