5.11
Regels voor het plaatsen van de
buisleidingen voor het zonnecircuit in acht
nemen
▶
Om energieverlies te vermijden, voorziet u alle buisleidin-
gen van het zonne- en boilerlaadcircuit van een warmte-
isolatie.
▶
Om warmteverliezen te vermijden, monteert u het zon-
nelaadstation op een korte afstand van het collectorveld;
de minimaal na te leven afstand bedraagt 1 m.
▶
Monteer het zonnelaadstation in een tegen vorst be-
schermde ruimte.
▶
Om het leeglopen van de collectoren mogelijk te maken,
monteert u het zonnelaadstation onder de collectoren.
Het hoogteverschil tussen het hoogste punt van de in-
stallatie (bovenkant van het collectorveld) en het laagste
punt van de installatie (onderkant van het zonnelaadsta-
tion) mag niet meer dan 6 m (VPM 15 D) resp. 9 m (VPM
30 D) bedragen, omdat het pompvermogen van de pomp
anders niet volstaat.
▶
Plaats de verbindingsleidingen tussen collectorveld en
het zonnelaadstation zodat de helling op geen enkele
plaats kleiner is dan 4% (4cm/m), zodat er voldoende
terugstroming is van de collectorvloeistof.
▶
Plaats niet meer verbindingsleiding dan toegestaan.
Neem hiervoor de planningsinformatie in acht.
5.12
Basismodule monteren
5.12.1 Frontmantel afnemen
C
B
1.
Grijp in de greep aan de onderste rand van de witte
afscherming.
2.
Trek de onderste rand van de afscherming naar voren
en trek de afscherming er naar boven toe af.
0020160584_04 auroFLOW plus Installatie- en onderhoudshandleiding
3.
4.
5.12.2 Basismodule van het zonnelaadstation
D
1.
2.
3.
4.
A
5.
Maak de schroef los.
Trek de frontmantel er naar voren toe af.
ophangen
Gevaar!
Gevaar voor ongevallen door on-
toereikend draagvermogen van de
bevestigingselementen!
Bij ontoereikend draagvermogen van de be-
vestigingselementen of de muur kan het pro-
duct loskomen en vallen. Uit beschadigde
leidingen kan collectorvloeistof of verwar-
mingswater lekken.
▶
Let bij de montage van het product op vol-
doende draagvermogen van de bevesti-
gingselementen en de muur.
▶
Controleer de gesteldheid van de muur.
▶
Zorg ervoor dat het product vlak op het
montageoppervlak ligt.
Aanwijzing
Als u ook de uitbreidingsmodule installeert, hang
dan de basismodule pas op nadat u deze module
omgebouwd hebt, zie "Uitbreidingsmodule instal-
leren".
Gebruik het montagesjabloon.
Markeer op de muur de boorgaten voor de muurhouder.
Boor 2 gaten ⌀ 10 mm voor de muurhouder in de muur.
Monteer de ophangbeugel (1) met de bijgeleverde plug-
gen en schroeven (2) aan de muur.
Hang het product (3) van boven met de ophangbeugel
op de muurhouder.
Montage 5
1
2
3
11