22
Vergrendel de fuseereenheid door de twee
ontgrendelingshendels in de richting van de pijlen te draaien.
23
Sluit de interface-kabels aan behalve de USB-kabel en sluit
het netsnoer aan op de printer.
24
Steek de stekker in het stopcontact.
25
Sluit de USB-kabel aan.
26
Zet de printer aan door op de Aan/Uit-schakelaar te drukken.
Als er een bericht over papier dat is vastgelopen in de printer, blijft verschijnen in
het printerstatusvenster, wanneer u de bovenklep hebt gesloten, kan het zijn dat
er nog stukjes papier in de printer zijn achtergebleven. Inspecteer opnieuw de
onderdelen van de printer en verwijder alle vastgelopen stukjes papier uit de
printer.
Papierstoringen
7-25
7