BEDIENING
Als het waarschuwingssysteem
oliedruk in werking treedt:
1. Zet de motor onmiddellijk uit en
controleer het oliepeil (zie blz. 60 ).
2. Start de motor opnieuw als het
oliepeil in orde is. Als het
waarschuwingssysteem oliedruk na
30 seconden wordt uitgeschakeld, is
het systeem in orde.
Als de gashendel na het volgas varen
plotseling wordt dichtgezet, kan het
motortoerental zakken tot beneden het
normale stationair toerental. Hierdoor
kan het waarschuwingssysteem
oliedruk tijdelijk worden geactiveerd.
3. Als het waarschuwingssysteem
oliedruk langer dan 30 seconden
actief blijft, keer dan terug naar de
dichtstbijzijnde afmeerplaats en neem
contact op met de dichtstbijzijnde
erkende buitenboordmotordealer.
104
INSPECTIEOPENING KOELWATER
Als het waarschuwingssysteem
oververhitting in werking treedt:
1. Zet de schakel- of bedieningshendel
onmiddellijk in de vrijstand.
Controleer of er water uit de
controleopening koelwater stroomt.
2. Als er water uit de controleopening
koelwater stroomt, laat dan de motor
gedurende 30 seconden stationair
draaien. Als het
waarschuwingssysteem
oververhitting na 30 seconden wordt
uitgeschakeld, is het systeem in orde.
Als de motor uitgezet wordt na het
draaien met volgas, kan de
motortemperatuur oplopen tot boven
normaal. Als de motor opnieuw gestart
wordt, vlak nadat hij uitgezet is, kan
het waarschuwingssysteem voor
oververhitting kortstondig geactiveerd
worden.