De DR-detector start opnieuw op.
8. Verwijder de detector uit de eenheid voor IR-gegevenscommunicatie en
klik op OK.
9. Ga terug naar NX door te klikken op NX op de Windows-taakbalk.
De DR-detector is geconfigureerd om verbinding te maken met het
geselecteerde NX-werkstation. Het verbindingsstatuspictogram van de DR-
detector wordt weergegeven in de schakelaar voor DR-detectors.
DR 14s | Geavanceerde werking | 99
0350B NL 20220310 0942