78 | DR 14s | Aan de slag
De DR-detector in positie brengen
Bij het uitvoeren van een belichting moet u aan de volgende hulpmiddelen
voor detector-oriëntatie denken:
• buiszijde
• oriëntatiemerkteken van de patiënt
1
2
Afbeelding 19: Hulpmiddelen voor detector-oriëntatie
1. Locatie blauw oriëntatiemerkteken van de patiënt
2. Buiszijde van de detector
De detectororiëntatie en patiëntoriëntatie zijn belichtingsinstellingen op het
NX-werkstation. De detectororiëntatie wordt op het NX-werkstation als
cassette-oriëntatie aangegeven.
De gebruiker is verantwoordelijk voor een juiste en duidelijke markering links
of rechts op het beeld om fouten te voorkomen.
Hieronder staan enkele voorbeelden die het belang van de
oriëntatiemarkering op de detector aangeven.
Tabel 2: Schedel AP portret
R
Afbeelding 20: Schedel AP portret
1. Detector-oriëntatie (staand)
0350B NL 20220310 0942
AP
1
R
2
3