Figuur 38
1. Diagnostische ACE
6.
Draai het contactsleuteltje op A
de motor niet.
Opmerking:
De rode tekst op de
overlay-sticker heeft betrekking op de
inputschakelaars en de groene tekst op de
outputs.
7.
De LED 'inputs getoond' op de kolom
rechtsonder op de Diagnostische ACE moet
oplichten. Als de LED 'outputs getoond' oplicht,
moet u de tuimelschakelaar op de Diagnostische
ACE indrukken om de LED 'inputs getoond' te
laten oplichten.
De Diagnostische ACE licht de LED op die hoort
bij de inputschakelaar die wordt gesloten.
8.
Laat elke schakelaar afzonderlijk van de open
naar de gesloten stand gaan (d.w.z. neem
plaats op de stoel, trap het tractiepedaal in,
enz.) en controleer of de juiste LED op de
Diagnostische ACE gaat knipperen als de
corresponderende schakelaar wordt gesloten.
Herhaal deze procedure bij elke schakelaar die
met de hand van de open in de gesloten stand
kan worden gezet.
9.
Als de schakelaar wordt gesloten zonder dat de
bijbehorende LED gaat branden, moet u alle
kabels en aansluitingen naar de schakelaar
controleren en/of de schakelaar doormeten
met een weerstandsmeter of een multimeter.
Vervang defecte schakelaars en repareer
defecte kabels.
Opmerking:
De Diagnostische ACE kan ook
ontdekken welke solenoïdes of relais van de
outputs zijn ingeschakeld. Dit is een snelle
manier om vast stellen of het om een storing in
het elektrische of het hydraulische systeem van
de machine gaat.
Controle van de outputfunctie
1.
2.
3.
4.
5.
g004140
, maar start
AN
6.
7.
8.
32
Plaats de machine op een horizontaal oppervlak,
laat de maai-eenheden zakken, stel de
parkeerrem in werking, zet de motor af en
verwijder het sleuteltje.
Verwijder het inspectieluik op de zijkant van de
bedieningsarm.
Zoek de kabelboom en de kabelstekkers bij het
besturingssysteem.
Trek de kringloopstekker voorzichtig uit de
stekker van de kabelboom.
Bevestig de stekker van de Diagnostische ACE
aan de connector van de kabelboom.
Opmerking:
Controleer of de juiste
overlay-sticker op het display van de
Diagnostische ACE is geplaatst.
Draai het contactsleuteltje op A
de motor niet.
Opmerking:
De rode tekst op de
overlay-sticker heeft betrekking op de
inputschakelaars en de groene tekst op de
outputs.
De LED 'outputs getoond' op de kolom
rechtsonder op de Diagnostische ACE moet
oplichten. Als de LED 'inputs getoond' oplicht,
moet u de tuimelschakelaar op de Diagnostische
ACE indrukken om de LED 'outputs getoond' te
laten oplichten.
Opmerking:
Het kan noodzakelijk zijn de
LEDs 'inputs getoond' en 'outputs getoond'
enige malen beurtelings te laten oplichten
om de volgende stap uit te voeren. Om de
LED's beurtelings te laten oplichten, drukt u de
tuimelschakelaar nog een keer in. Dit kunt u
zo vaak doen als nodig is. Houd de knop niet
ingedrukt.
Neem plaats op de stoel en probeer de
gewenste functie van de machine. Als de juiste
output-LED gaan branden, duidt dit erop dat de
ECM die functie inschakelt.
Opmerking:
Als de juiste output-LEDs niet
branden,moet u controleren of de vereiste
inputschakelaars in de stand zijn gezet die nodig
is om deze functie in te schakelen. Controleer
of de schakelaar correct functioneert Als de
output-LEDs branden zoals is gespecificeerd,
maar de machine niet naar behoren werkt, duidt
dit op een defect dat niet van elektrische aard is.
Indien nodig repareren.
Opmerking:
Als een outputschakelaar in de
juiste stand staat en naar behoren functioneert,
maar de output-LED's niet correct branden,
duidt dit op een probleem in de ECM. In dit geval
, maar start
AN