16. VEILIGHEIDSINRICHTINGEN
16.1 1 Beschadiging van de rookzuiger
Indien de zuiger stilvalt, blokkeert de elektrische kaart onmiddellijk de pellettoevoer.
16.2 Beschadiging van de motor voor pelletlading
Indien de reductiemotor stopt, zal de ketel blijven werken tot hij het minimum afkoelingsniveau bereikt.
16.3 Uitgebleven inschakeling
Indien gedurende de inschakelingsfase geen vlam ontwikkeld wordt, zal het apparaat automatisch een
nieuwe poging doen.
Indien ook deze poging mislukt, zal op de display "IGNITION FAIL" verschijnen. Bij een nieuwe poging
om het apparaat in te schakelen, zal op de display "COOLING WAIT" verschijnen, dit betekent
"wachten". U moet er zeker van zijn dat de vuurpot volledig vrij en schoon is, alvorens een
inschakeling uit te voeren.
16.4 Tijdelijk stroomgebrek
Indien het stroomgebrek minder duurt dan 10 seconden, zal de ketel dit negeren en de normale werking
hervatten. Indien het stroomgebrek langer duurt dan 10 seconden, zal het alarm "COOLING BLACK-
OUT" gevisualiseerd worden. (zie tabel meldingen).
16.5 Elektrische veiligheid
De ketel is tegen overspanningen beveiligd door een hoofdzekering die zich op de achterkant van de ketel
bevindt. (2,5 A 250V vertraagd).
16.6 Veiligheid rookafvoer
Een elektronische pressostaat zorgt voor blokkering van de werking van de ketel, die in alarmtoestand
komt.
16.7 Veiligheid pellettemperatuur
Bij oververhitting in de tank zal deze inrichting de werking van de ketel blokkeren. Het herstel moet
manueel en door een geautoriseerde technicus uitgevoerd worden.
16.8 Veiligheid druk in installatie
Een mechanische pressostaat zorgt ervoor eventuele overdruk in de installatie te blokkeren.
Het herstel van de veiligheid moet manueel en door een geautoriseerde technicus uitgevoerd worden.
16.9 Veiligheid waterkoken
Indien er te weinig water aanwezig is, blokkeert deze veiligheid de pelletlading. Het herstel van de
veiligheid moet manueel en door een geautoriseerde technicus uitgevoerd worden.
16.10 Installatie en veiligheidsinrichtingen
De installatie, overeenkomstige aansluitingen, inbedrijfstelling en controle op de goede werking moeten
uitgevoerd worden door geautoriseerd bevoegd personeel (wet 5 maart 1990 n°46) en volgens de regels
van het vak. Dit personeel moet de van kracht zijnde nationale en regionale normen in acht nemen en zich
houden aan de onderhavige instructies.
Extraflame S.p.A. zal elke aansprakelijkheid voor schade aan zaken en/of personen afslaan
teweeggebracht door een verkeerde installatie.
Pagina 35