5. Breng de klep weer over de opties aan en zet de schroef weer
vast, zoals hieronder wordt weergegeven.
6. Sluit de interfacekabel en het netsnoer aan en schakel de
printer in.
7. Druk een statusvel af om te controleren of het optionele
onderdeel correct is geïnstalleerd. Zie "Statusvel afdrukken"
op pagina 213 voor meer informatie.
Gebruikers van Windows:
Wanneer EPSON Status Monitor 3 niet is geïnstalleerd, moet u de
instellingen handmatig opgeven in de printerdriver. Zie "Optionele
instellingen opgeven" op pagina 71 voor meer informatie.
Gebruikers van Macintosh:
Wanneer u optionele printeronderdelen hebt gemonteerd of verwijderd,
moet u de printer verwijderen met Print Setup Utility
(Printerconfiguratie) (Mac OS X 10.3), Print Center (Afdrukbeheer)
(Mac OS X 10.2 en lager) of de Chooser (Kiezer) (Mac OS 9).
Vervolgens moet u de printer opnieuw registreren.
176
Optionele onderdelen installeren