❏ U moet EPSON Status Monitor 3 instellen zodat de gedeelde
printer kan worden gecontroleerd op de afdrukserver. Zie
"Controlevoorkeuren instellen" op pagina 81 voor meer
informatie.
❏ Stel de beveiliging in voor de gedeelde printer (toegangsrecht
voor clients). Clients zonder rechten kunnen de gedeelde printer
niet gebruiken. Raadpleeg de Help van Windows voor meer
informatie.
U moet de clientcomputers instellen zodat ze de printer in een
netwerk kunnen gebruiken. Zie de volgende pagina's voor meer
informatie:
❏ "Windows Me, 98 of 95" op pagina 151
❏ "Windows XP of 2000" op pagina 153
❏ "Windows NT 4.0" op pagina 157
Printer installeren
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u de printerdriver kunt
installeren door toegang te krijgen tot de gedeelde printer in het
netwerk.
Opmerking:
❏ U moet de afdrukserver instellen als u de printer in een
Windows-netwerk wilt delen. Zie "De printer als een gedeelde
printer configureren" op pagina 141 (Windows Me, 98 of 95) of
"Extra driver gebruiken" op pagina 143 (Windows XP, 2000, NT
4.0 of Server 2003) voor meer informatie.
❏ In dit gedeelte wordt beschreven hoe u toegang tot de gedeelde
printer in een standaardnetwerk kunt krijgen met de server
(Microsoft-werkgroep). Als u geen toegang kunt krijgen tot de
gedeelde printer, moet u contact opnemen met de netwerkbeheerder.
150
Printer instellen in een netwerk