De technische klantenservice en degene die belast is met het beheer van de verwarmingsinstallatie (48 pagina's)
Samenvatting van Inhoud voor Riello TAU Unit 50
Pagina 1
TAU Unit 50 - 70 - 100 - 115 NL AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATEUR EN DE TECHNISCHE KLANTENSERVICE...
Pagina 2
MODEL CODE heid in staat is gedurende lange tijd voor een maximaal welzijn TAU Unit 50 20144105 te zorgen. TAU Unit 70 20144106 Met dit boekje verschaffen we u de informatie die we nood-...
ALGEMEEN ALGEMEEN Voordat het apparaat wordt aangesloten op de hydraulische installatie en het gasnet, en elektrisch wordt gevoed, kan het worden blootgesteld aan temperaturen tussen de 4 °C Algemene voorschriften en 40 °C. Zodra het apparaat in staat is om de antivriesfunc- tie te activeren, kan het worden blootgesteld aan tempera- turen tussen de -20 °C en 40°...
ALGEMEEN Beschrijving van het apparaat − Rookgasthermostaat: bevindt zich in het onderste ge- deelte van de warmtewisselaar en grijpt in bij een hoge De thermische condenswatereenheid TAU Unit is een warmwa- temperatuur van de rookgassen (> 75°C). tergenerator, met een hoog thermisch rendement, voor de ver- −...
Houd bij het dimensioneren rekening met het belastingsverlies aan de waterzijde van de verwarmingsketel, zoals in de grafiek hieronder afgebeeld wordt. Belastingsverlies aan de waterzijde van de generatoren Belastingsverlies (mbar) TAU Unit 50 TAU Unit 70 TAU Unit 100 TAU Unit 115...
INSTALLATIE 2 INSTALLATIE Afmetingen en gewicht TAU Unit Ontvangst van de producten L (mm) De thermische eenheid TAU Unit wordt geleverd op een pallet, P (mm) beschermd door een krasbestendige doek en een houten krat. Het is belangrijk onmiddellijk te controleren of de ketel onbe- H (mm) 1550 1550...
INSTALLATIE Verplaatsen en verwijderen van de Verwijder eerst de verpakking en verplaats de verwarmingsketel verpakking daarna als volgt met de hand: − Verwijder het voorste paneel door het naar zich en om- hoog te trekken Draag persoonlijke veiligheidskleding tijdens het verwijde- ren van de verpakking en het vervoer en gebruik middelen die geschikt zijn voor de afmetingen en het gewicht van het toestel.
INSTALLATIE 2.4.1 Aanbevolen min.afstand In het geval van een vlakke en gladde vloer en voor kleine ver- plaatsingen, kan de thermische eenheid licht worden opgehe- ven en worden bewogen met behulp van de wielen (8). Op de afbeelding staan de afstanden vermeld die moeten wor- den aangehouden met het oog op de montage en het onder- houd van de verwarmingsketel.
De verwarmingsketels TAU Unit werden ontworpen en gerealiseerd om geïnstalleerd te worden op installatie voor verwarming en de productie van sanitair warm water. De hydraulische aansluitingen hebben de volgende kenmerken: Meeteen- BESCHRIJVING TAU Unit 50 TAU Unit 70 TAU Unit 100 TAU Unit 115...
INSTALLATIE Gasaansluiting 2.8 Afvoer rookgas en aanzuiging verbrandingslucht Het apparaat wordt standaard geleverd in de type B configu- ratie, die vervolgens wordt opgesteld om lucht rechtstreeks in de installatieruimte te zuigen via de ventilatieopeningen die in overeenkomst met de Technische Voorschriften moeten worden verwezenlijkt.
INSTALLATIE 2.8.1 Technische kenmerken rookkanaal Het rookkanaal moet aan de volgende eisen voldoen: − uitgevoerd zijn in rookbestendig materiaal, op lange ter- mijn bestand tegen mechanische belastingen, hitte, in- werking van de verbrandingsproducten en de condens ervan − een verticaal verloop hebben, zonder vernauwingen, met een asafwijking van maximaal 45°...
Pagina 17
INSTALLATIE Raadpleeg specifieke voorschriften. Voor België NBN-D51-003. Bij een installatie van type B wordt de verbrandingslucht opgenomen uit de omgeving en ze passeert door de ope- ningen (jaloezieën) in het achterpaneel van het apparaat dat in een gepast technisch lokaal met ventilatie moet staan.
INSTALLATIE 2.8.3 Predispositie condensafvoer Hieronder volgen de tabellen van de equivalente maximale lengtes voor de verschillende beschikbare modellen. CONFIGURATIE APPARAAT TYPE B “OPEN" Zorg ervoor dat de hoek “i” altijd een helling van meer dan TAU Unit 3° vertoont en dat de diameter van de buis voor de con- Beschrijving densafvoer altijd groter is dat die van de verbinding aanwe- zig op de verwarmingsketel.
INSTALLATIE 2.8.4 Neutralisatie van de condens De installaties vullen en ledigen Voor de neutralisatie van condenswater zijn de neutralisatiekits Het is nodig om voor de verwarmingsketels TAU Unit te voorzien N2 en HN2 verkrijgbaar. in een vulsysteem op de retourlijn van de verwarmingsinstal- latie.
INSTALLATIE 2.11 Elektrische aansluitingen Het is verplicht: − Gebruik te maken van een magnetothermische veelpo- De thermische condenswatereenheden TAU Unit verlaten de fa- lige schakelaar, een lijn- of kabelscheider, conform de briek volledig bedraad en uitsluitend de elektrische voedings- voorschriften IEC-EN (afstand tussen de polen minstens kabel en de aanwezige accessoires dienen te worden aange- 3 mm) sloten in overeenkomst met de configuratie van de installatie.
INSTALLATIE 2.12 Aansluiting modulerende circulatiepompen Voorbeeld Duty cycle De op het bedieningspaneel aanwezige regelaar kan een mo- dulerende circulatiepomp (als alternatief voor de standaard 230Vac circulatiepompen) beheren. L - DHW (N.O.) / PB / PI Tijdsperiode ⏚ Actieve pulsduur L - PC/PS/PI Duty cycle Hoogspanningsniveau van het ingangssignaal Laagspanningsniveau van het ingangssignaal...
INSTALLATIE 2.14 Controle circulatiepompen 0-10V Elektronisch circuit De regelaar maakt de modulerende controle 0-10V van een cir- Opto-coupler culatiepomp mogelijk (als alternatief voor de standaard 230Vac circulatiepompen). PWM uitgang Ref.signaal PWM ingang L - DHW (N.O.) / PB / PI ⏚...
INSTALLATIE 2.15 Elektronische bediening Het menu van de gebruikersinterface van de elektronische bediening is opgebouwd uit verschillende niveaus. Voor de navigeermodi tussen de verschillende niveaus, zie de onderstaande afbeelding. Op niveau 0 wordt het hoofdscherm (home) weergegeven. Op niveau 1 wordt het scherm van het hoofdmenu weergegeven. De vol- gende niveaus zijn actief in functie van de beschikbare submenu's.
INSTALLATIE 2.15.2 Parameterlijst De programmeringslijnen kunnen verborgen zijn in functie van het toegangsniveau (Gebruiker, Installateur, Constructeur) en van de configuratie van de ketel. De parameters van de niveaus Installateur en Constructeur mogen enkel gewijzigd worden door de Technische Klantenservice De volgorde van de parameters is bepaald door het referentiemenu. Referentiemenu Toegangstype Parametermenu...
Pagina 33
INSTALLATIE Toe- Par. Weergave Menu Beschrijving Bereik brieksin- gangs- Categorie Display stelling type Wachttijd Bepaalt de herstarttijd nadat de limiet van Delta T tussen Alge- herstart 10…250 Sec. toevoer en terugloop is bereikt. meen bov. ∆T Max. Verm. Verwar- Bepaalt het maximumvermogen % van de verwarming. 50…100 Verw.
Pagina 34
INSTALLATIE Toe- Par. Weergave Menu Beschrijving Bereik brieksin- gangs- Categorie Display stelling type Bepaalt de waarde van een delta T van de boiler voor de handhaving. Als er bijvoorbeeld 3 graden is ingesteld en de boiler bevindt zich op een waarde die 3 graden onder de Handha- setpointwaarde zit, dan wordt de ketel op het minimum ving Insch.
Pagina 35
INSTALLATIE Toe- Par. Weergave Menu Beschrijving Bereik brieksin- gangs- Categorie Display stelling type De waarde van deze parameter wordt bepaald door de Par. Progr. ing. 0 = Uitgeschakeld Alge- 0…3 1 = Rookgassonde meen 2 = Rookgasthermostaat 3 = APS switch De waarde van deze parameter wordt bepaald door de Par.
Pagina 36
INSTALLATIE Toe- Par. Weergave Menu Beschrijving Bereik brieksin- gangs- Categorie Display stelling type De waarde van deze parameter wordt bepaald door de Par. 0 = Uitgeschakeld 1= Algemene circulatiepomp 2= Verwarmingscirculatiepomp 3= ACS-circulatiepomp 4 = Systeemcirculatiepomp 5 = Cascadecirculatiepomp Alge- Progr.
Pagina 37
INSTALLATIE Toe- Par. Weergave Menu Beschrijving Bereik brieksin- gangs- Categorie Display stelling type Automatische reiniging van de lucht in de installatie. Om de reiniging van de lucht in te schakelen, moet de ketel worden ingeschakeld en de parameter moet worden veranderd van "Nee"...
Pagina 38
INSTALLATIE Toe- Par. Weergave Menu Beschrijving Bereik brieksin- gangs- Categorie Display stelling type Bepaalt de werkmodus van de cascade. Cascade- 0 = Uitgeschakeld 0…2 Cascade modus 1 = Minimum aantal branders 2 = Maximum aantal branders Bepaalt de maximumdaling van het cascadesetpoint op Max.
Pagina 39
INSTALLATIE Toe- Par. Weergave Menu Beschrijving Bereik brieksin- gangs- Categorie Display stelling type STAND-ALONE MANAGING Dependent 1 Dependent 2 STAND-AL- Adres Ketel Bepaalt de modus waarmee de ketel wordt gestuurd. Dependent 3 Cascade Dependent 4 Dependent 5 Dependent 6 Dependent 7 Bepaalt de maximumdaling van het cascadesetpoint op Max.
INSTALLATIE 2.16 Beginsel en configuratie van het hydraulische systeem Schema 1: circuit met thermische module direct aangesloten op de verwarmingsinstallatie TA/OT VLPG(*) Afsluiter Ingang koud sanitair water Terugslagklep Toevoer installatie hoge temperatuur Drukverminderingsklep Retour installatie hoge temperatuur Onthardingsfilter Circulator thermische eenheid Externe sonde Veiligheidsventiel Aflaat...
Pagina 42
INSTALLATIE Schema 1.1: circuit met thermische module direct aangesloten op de installatie met twee verwarmingszones TA/OT TA/OT MI 1 PI 1 VLPG(*) MI 2 PI 2 RI 1 RI 2 Afsluiter Ingang koud sanitair water Terugslagklep MI 1 Aanvoer installatie eerste circuit Drukverminderingsklep RI 1 Retour installatie eerste circuit...
Pagina 44
INSTALLATIE Schema 2: circuit met thermische module direct aangesloten op de verwarmingsinstallatie en warmwaterproductie met boiler en omschakelklep TA/OT VLPG(*) Afsluiter Ingang koud water Terugslagklep Uitgang warm sanitair water Drukverminderingsklep Toevoer installatie hoge temperatuur Onthardingsfilter Retour installatie hoge temperatuur Veiligheidsventiel Circulator thermische eenheid Aflaat Sanitaire omschakelklep...
Pagina 45
INSTALLATIE Elektrische aansluitingen Schema 2 Configuratie basisparameters Schema 2 Par. Beschrijving Parameterinstelling 1 = Klimaat met externe sonde en Verwarmmodi omgevingsthermostaat San. Mod. 1 = Boiler met sonde VLPG Prioriteit San. 2 = On (*) ⏚ Progr. ing. 2 3 = Verwarmingsstroommeter L - CH (N.C.) Progr.
Pagina 46
INSTALLATIE Schema 3: circuit met thermische module direct aangesloten op de verwarmingsinstallatie en warmwaterproductie met boiler en toegewezen circulatiepomp TA/OT VLPG(*) Afsluiter Ingang koud water Terugslagklep Uitgang warm sanitair water Drukverminderingsklep Toevoer installatie hoge temperatuur Onthardingsfilter Retour installatie hoge temperatuur Veiligheidsventiel Sanitaire circulatiepomp Aflaat...
Pagina 47
INSTALLATIE Elektrische aansluitingen Schema 3 Configuratie basisparameters Schema 3 Par. Beschrijving Parameterinstelling 1 = Klimaat met externe sonde en Verwarmmodi omgevingsthermostaat San. Mod. 1 = Boiler met sonde VLPG Prioriteit San. 2 = On (*) ⏚ Progr. ing. 2 3 = Verwarmingsstroommeter Progr.
Pagina 48
INSTALLATIE Schema 4: circuit met thermische module aangesloten op de verwarmingsinstallatie met behulp van een scheider. Warmwa- terproductie met boiler en omschakelklep op het eerste circuit TA/OT TA/OT VLPG(*) Afsluiter Ingang koud water Terugslagklep Uitgang warm sanitair water Drukverminderingsklep Toevoer installatie hoge temperatuur Onthardingsfilter Retour installatie hoge temperatuur Veiligheidsventiel...
Pagina 49
INSTALLATIE Elektrische aansluitingen Schema 4 Configuratie basisparameters Schema 4 Par. Beschrijving Parameterinstelling 1 = Klimaat met externe sonde en Verwarmmodi omgevingsthermostaat San. Mod. 1 = Boiler met sonde VLPG Prioriteit San. 2 = On (*) ⏚ Progr. ing. 2 3 = Verwarmingsstroommeter Progr.
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD 3 INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD 3.2.2 Instelling datum en uur Druk op de toets MENU en selecteer "Instellingen" met behulp Voorbereidingen voor de eerste van de toetsen ▲ / ▼ inbedrijfstelling Menu " " Alvorens de verwarmingsketel TAU Unit in te schakelen en de Centrale Verwarming functionele test uit te voeren, is het verplicht te controleren of: "...
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD Druk op de toets ● om te bevestigen. Door naar het menu "Reg. Tijdzone" te gaan, is het mogelijk om de parameter tijdzone in te stellen zoals getoond in de volgende − Hier zal gevraagd worden een wachtwoord in te voeren afbeelding: (het wachtwoord wordt alleen opgevraagd bij het instel- len van de thermische module):...
Pagina 52
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD Gebruik na het selecteren de toets ► om de waarde naar voren Modus 1 te brengen en gebruik de toetsen ▲ /▼ om de geselecteerde (Werking in de klimaatmodus met thermostaat omgeving/ver- waarde te veranderen. Druk op de toets ● om de nieuwe instel- zoek warmte, setpoint dat varieert in functie van de buitentem- lingen te bevestigen/op te slaan.
Pagina 53
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD Parameter 185 (niveau Installateur) Modus 2 De parallelle verplaatsing van de klimaatcurve wordt gebruikt (Werking in de klimaatmodus met een vermindering die wordt om de temperatuur van de toevoer voor de ganse schaal van de geregeld door thermostaat omgeving/verzoek warmte, setpoint buitentemperatuur homogeen te wijzigen.Wanneer de waarde dat varieert in functie van de buitentemperatuur) van deze parameter wordt gewijzigd, wordt een correctie uit-...
Pagina 54
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD Modus 3 Modus 4 (Continue werking met een vast setpoint met een vermindering (Regeling van het setpoint op basis van een analoge ingang die geregeld wordt door thermostaat omgeving/verzoek warm- 0-10V) De parameters die deze modus regelen zijn de volgende: In deze modus wordt het vaste setpoint op dezelfde manier ge- Par.
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD 3.2.5 Instelling parameters sanitair − Breng de waarde naar voren met de toets ► en verander de geselecteerde waarde met de toetsen ▲ / ▼. Druk op de toets ● om de nieuwe instellingen te bevestigen/op De parameter 35 bepaalt de verschillende werkmodi van de thermische module voor de productie van warm sanitair water te slaan.
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD 3.2.6 Uurprogramma Definitie van de prioriteiten Het uurprogramma is ontworpen om de werking van de ver- De parameter 42 bepaalt de prioriteit tussen het sanitaire circuit schillende door de thermische module bestuurde circuits (Ver- en het verwarmingscircuit. warming, Sanitair en bijkomende gemengde zones) te pro- Er zijn vier modi beschikbaar: grammeren.
Pagina 57
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD Programmering verwarming WSW-programmatie Groep Groep " " " " Prog. Comfort Periode Prog. Comfort Periode " " " " Comfort Setpoint 28.0 °C Buiten Interval Setpoint " " " " " " " " Eco Setpoint 20.0 °C "...
Pagina 58
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD Vakantieprogr Seizoenprogr Hiermee kan de gebruiker de parameters van het seizoenspro- gramma wijzigen. Vakantie-Instelling Het seizoensprogramma wordt gebruikt om de periode te bepa- " " Modus Groep len waarin de verwarming zal worden uitgeschakeld. Dit menu " "...
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD 3.2.7 Informatie thermische module Geschiedenis Ketel " " Druk op de toets MENU en selecteer "Informatie" met behulp Succesvolle Ontstekingen van de toetsen ▲ / ▼ om de belangrijkste informatie op het " " Mislukte Ontstekingen scherm weer te geven. "...
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD 3.2.8 Debietmeter parameters configuratie Als aan alle voorwaarden voldaan is, maak dan contact tussen (accessoire) de thermische module en het stroomnet door de hoofdscha- kelaar van de installatie en die van het apparaat op "ingescha- keld" te zetten en voer een analyse uit van de verbrandingspro- Kies de Debietmeter moet worden geïnstalleerd volgens de ΔT ducten (zie paragraaf "Aanpassingen").
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD 3.4.1 Permanente fouten − Het apparaat werkt op maximaal vermogen (schoorst- eenvegerfunctie) − Controleer dat de nominale druk van het toevoergas N° Fout Beschrijving overeenkomt met wat staat aangeduid in de tabel Fout lezen EEPROM Fout interne software Drie inschakelpogingen uitge- Fout Inschakeling BESCHRIJVING...
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD 3.4.2 Tijdelijke fouten 3.4.3 Meldingen N° Fout Beschrijving N° Fout Beschrijving Cascadesysteem: de brander van Fout WD Ram Fout interne software de managing-module heeft het Fout WD Rom Fout interne software Commun. verloren signaal van een van de branders Fout WD Stack Fout interne software met module...
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD Transformatie van het ene gastype naar het Na installatie van de kit, controleren of alle verbindingen andere waterdicht zijn. De ketel TAU Unit wordt geleverd voor de werking op G20 (me- Als aan alle voorwaarden is voldaan, dient de thermische mo- thaan), maar kan omgevormd worden voor de werking met de dule elektrisch te worden gevoed door de hoofdschakelaar van volgende gassen:...
G20 (methaan) zoals aangegeven op het technische plaatje en ze is al in de fabriek door de fabrikant afgesteld. Versies TAU Unit 50 ÷ TAU Unit 70 Mocht het echter nodig zijn om de instellingen opnieuw uit te voeren, bijvoorbeeld na een buitengewoon onderhoud, de ver-...
Pagina 65
− stel de CO2 af met een schroevendraaier op de regel- schroef (3) op de ventilatiegroep om een waarde waar te nemen die voorkomt in de tabel. Versies TAU Unit 50 ÷ TAU Unit 70 CONTROLE VAN DE INSTELLING Selecteer de waarde "Maximumverm.", wacht tot het regime...
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD Tijdelijke uitschakeling of uitschakeling voor 3.8 Voor langere tijd buiten bedrijf stellen korte periodes Als de thermische module TAU Unit gedurende een lange perio- de niet wordt gebruikt, dient er als volgt te worden gehandeld: Ga bij tijdelijke uitschakeling of uitschakeling voor korte perio- −...
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD Reiniging en onderhoud en "Onderhoud" te selecteren met behulp van de toetsen ▲ / ▼ Reinigen van de verwarmingsketel en verwijderen van koolsto- Informatie faanslag op de wisseloppervlakken is van fundamenteel belang " " Service voor de levensduur en het behoud van de warmtetechnische "...
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD 3.9.3 De brander demonteren Het is verplicht de waarden van de figuur te respecteren. Om de brander te demonteren: − Open en verwijder het voorpaneel en het achterpaneel van de thermische module − Draai de afdichtingsmoer (1) van de gastoevoerleiding van de gasklep (2) los −...
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD 3.9.6 Reiniging van de sifon voor − Ontkoppel de rookgasafvoerleiding (9) van de sluiting condenswaterafvoer van de rookgaskamer (10) − Verwijder de sifon voor condenswaterafvoer (11) zoals aangeduid in de paragraaf Reiniging van de sifon voor − Verwijder het frontpaneel van de ketel en zoek de sifon (1) condenswaterafvoer van de condensafvoer −...
INBEDRIJFSTELLING EN ONDERHOUD 3.10 Mogelijke storingen en oplossingen STORING OORZAAK OPLOSSING − Contacteer de Technische Klantenser- Geen detectie De verwarmingsketel voert normaal vice een preventilatie- en startcyclus uit en blokkeert na 5 pogingen Geen gas − Controleer de opening van de gasklep Schoorsteen verstopt −...
BEHEER BIJKOMENDE ZONE 4 BEHEER BIJKOMENDE ZONE Voorbeeld van de positionering van de jumpers. Zoneregeling met het accessoire Elektronisch Geleiderbruggen apparaat zonebeheer Indien er een extra verwarmingszone (direct of gemengd) ge- regeld dient te worden ten opzichte van die door de voorziene installatieconfiguratie zijn toegestaan, is het mogelijk om het accessoire ELEKTRONISCH APPARAAT ZONEBEHEER te installeren.
Pagina 72
BEHEER BIJKOMENDE ZONE De elektrische regeling van de thermische module controleert automatisch welke zones zijn aangesloten op de bus. De menu-opties van de zone in de elektrische regeling in de thermische module zullen beschikbaar zijn wanneer 1 of meer zonebeheerinrichtingen worden gedetecteerd. De elektronische regeling van de thermische module slaat het gedetecteerde zonenummer op wanneer een inrichting wordt aangesloten.
BEHEER BIJKOMENDE ZONE Instellingen parameters Bijkomende zone Bedieningsinterface Display van 255x80 punten (106,4x39,0mm) met achtergrondverlichting Toets RESET: dient om het apparaat weer in werking te stellen na een onderbreking omwille van een storing Toets MENU: dient om naar het hoofdmenu te gaan Toets ESC: dient om bij het navigeren tussen menu's terug te keren van een menu naar het vorige 5 ÷...
BEHEER BIJKOMENDE ZONE 4.3.1 Structuur menu Niveau 0 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Niveau 4 Niveau 5 Niveau 6 Niveau 7 Home / Menu Informatie Externe Zone Status Externe Zone 1 - 16 Zone Setpoint ” ” “ ” “...
BEHEER BIJKOMENDE ZONE 4.4 Instelling van de parameters van de Programmering van de zone klimaatcurve van de zone (alleen Standaard is de uurprogrammering van de zone uitgeschakeld. toegankelijk met het wachtwoord van de installateur) om een verzoek vanuit de zone uit te sturen volstaat het echter dat het verzoekcontact van de zone wordt gesloten.
BEHEER BIJKOMENDE ZONE 4.6 Programmering van de tijdsspannes Er zijn 7 programmeerbare periodes voor elke zone en ze kun- nen worden gekozen door het nummer te veranderen dat naast de tekst “programmering periode” verschijnt. Ga naar: Menu → “Uurprogramma” → “Program. CH-zone” Het “Setpoint Comfort”...
BEHEER BIJKOMENDE ZONE Informatie over de werking van de zone De weergegeven informatie is de volgende: Foutcode Beschrijving Ga naar: Geeft de foutcode van de kaart aan (255 = geen Menu → “Informatie” → “Status Zone” fout aanwezig) Geeft aan of er een verzoek aanwezig is (m.a.w. Externe Zone Status als het contact voor het verzoek om warmte Ing.
VERANTWOORDELIJKE VOOR HET SYSTEEM VERANTWOORDELIJKE VOOR HET SYSTEEM 5 VERANTWOORDELIJKE VOOR HET SYSTEEM − Zet de hoofdschakelaar van de installatie op ingescha- keld (ON) en de hoofdschakelaar van de thermische mo- dule op (I). Inbedrijfstelling Het onderhoud en de afstelling van het apparaat moet minstens een keer per jaar worden uitgevoerd door de Technische Klantenservice of door bekwaam professioneel personeel conform alle geldende nationale en plaatselijke...
VERANTWOORDELIJKE VOOR HET SYSTEEM VERANTWOORDELIJKE VOOR HET SYSTEEM Tijdelijke uitschakeling of uitschakeling voor − sluit de brandstof- en waterkleppen van de verwar- korte periodes mingsinstallatie en het sanitaire warmwatercircuit. Ga bij tijdelijke uitschakeling of uitschakeling voor korte perio- des (bijvoorbeeld voor vakantie) als volgt verder: −...
VERANTWOORDELIJKE VOOR HET SYSTEEM MODBUSAANSLUITING 6 MODBUSAANSLUITING Registers Afhankelijk van het type Modbusinrichting dat is gebruikt voor De thermische module is uitgerust met een modbusaansluiting de aansluiting met de thermische module begint het toewijzen (op basis van de communicatiestandaard RS485) waarmee de van de registers met 0x0000 of 0x0001.
Pagina 82
VERANTWOORDELIJKE VOOR HET SYSTEEM MODBUSAANSLUITING Statusparameters Informatie over de dependent Toegang Toegang Register- Automatische Interval Register- Automatische Interval Beschrijving Beschrijving nummer omzetting waarden nummer omzetting waarden Zie tabel Dependent 01 State "State" Zie tabel State Zie tabel "State" Status "Status" Zie tabel Foutcode Zie tabel...
Pagina 83
VERANTWOORDELIJKE VOOR HET SYSTEEM MODBUSAANSLUITING Parameterregisters Toegang Register- Automatische Interval Beschrijving Toegang Automa- nummer omzetting waarden Register- Interval Beschrijving Opmerking tische nummer waarden Dependent 09 omzetting Zie tabel Verwar- State "State" mingsmodus 0..x (Par. 1) Zie tabel Foutcode "Fouten" Sanitaire modus 0..x Vermogen...
Pagina 84
VERANTWOORDELIJKE VOOR HET SYSTEEM MODBUSAANSLUITING Tabel STATE Automa- Register- Interval N° Naam Beschrijving Toegang Beschrijving Opmerking tische nummer waarden omzetting RESET_0 Initialisatie van de resetvariabelen Minimum- RESET_1 Reset waarde die aan het Hangt af STANDBY_0 Wachttijd setpoint van de Initialisatie van de variabelen voor verwarming eenheden PRE_PURGE...
VERANTWOORDELIJKE VOOR HET SYSTEEM HET WATER IN DE VERWARMINGSINSTALLATIES 7 HET WATER IN DE VERWARMINGSINSTALLATIES 2. De verwarmingsinstallaties INLEIDING Mogelijk bijvullen mag niet via een automatisch systeem plaatsvinden, maar manueel en moet in het serviceboekje Behandelen van het water in de installatie is een NOODZAKELIJKE van de installatie genoteerd worden.
Pagina 86
VERANTWOORDELIJKE VOOR HET SYSTEEM HET WATER IN DE VERWARMINGSINSTALLATIES 4. Lucht en gassen verwijderen uit verwarmingsinstallaties Wanneer er in de installaties continu of met tussenpozen zuur- stof wordt aangevoerd (b.v. vloerverwarming zonder syntheti- sche, verspreidingbestendige buizen, circuits met open expan- sievat, frequent bijvullen) moeten de systemen altijd gescheiden worden.
VERANTWOORDELIJKE VOOR HET SYSTEEM RECYCLING EN AFVOER 8 RECYCLING EN AFVOER Het apparaat bestaat hoofdzakelijk uit: Materiaal Onderdeel Materialen van metaal Leidingen, behuizing verwarmingsketel ABS (acrylonitril-butadieen-styreen) Hoes bedieningspaneel Glaswolvilt Isolatie behuizing verwarmingsketel Elektrische en elektronische onderdelen Kabels en bekabeling, regelaar Aan het einde van de levenscyclus van het apparaat moeten deze onderdelen niet in het milieu worden achtergelaten, maar ge- scheiden worden verwerkt volgens de van kracht zijnde regelgeving in het land van installatie.
Pagina 88
RIELLO S.p.A. Via Ing. Pilade Riello, 7 37045 - Legnago (VR) www.riello.com Aangezien het Bedrijf zich voortdurend inzet voor het optimaliseren van de volledige productie, zijn de esthetische en dimensionele ken- merken, de technische gegevens, uitrustingen en accessoires aan verandering onderhevig.