Gebruik geen schurende of corrosieve reinigingsmiddelen (waaronder
Blootstelling aan verdampte ontsmettingsmiddelen wordt afgeraden, omdat de
5.7.5
Systeemontsmettingsprocedure
1.
Draag passende persoonlijke beschermingsmiddelen, waaronder ongepoederde
wegwerphandschoenen, labjas en oogbescherming, tijdens de ontsmetting.
2.
Open de instrumentdeuren en verwijder alle monsterrekken of verbruiksmaterialen.
3.
Veeg de buitenkanten van alle systeemonderdelen grondig af met een pluisvrije doek
bevochtigd met 1% natriumhypochloriet of 3% waterstofperoxide.
4.
Veeg de binnenkanten grondig af met een andere pluisvrije doek bevochtigd met 3%
waterstofperoxide.
5.
Veeg alle oppervlakken die met 1% natriumhypochloriet of 3% waterstofperoxide in
contact zijn gekomen, af met een pluisvrije doek bevochtigd met water. Veeg de
oppervlakken diverse keren af om ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk
natriumhypochloriet of waterstofperoxide uit het systeem is verwijderd.
6.
Een erkende BD-vertegenwoordiger zal het systeem voor verzending inpakken.
5.8
Afvalbeheer
Deze paragraaf beschrijft de juiste procedures voor de afvoer van afval van het
BD COR™ System.
5.8.1
Afvoer van PX-afval
Benodigde materialen
Zakken voor biologisch gevaarlijk afval (2)
l
Absorberend kussen voor afval (1)
l
Taken
1.
Controleer in het PX-venster onder Instrument Mode (Instrumentmodus) of de PX-status
Stopped (Gestopt) of Paused (Gepauzeerd) is.
krijgen en om de impact op de capaciteit te beperken. Als de status van
bleekmiddel) aan de binnenkant van de apparatuur.
Spuit en giet geen vloeistof direct op de oppervlakken.
apparatuur daardoor beschadigd kan worden.
Pause (Pauzeren) kan op enig moment worden geselecteerd als het
systeem Started (Gestart) is om sneller toegang tot het instrument te
het instrument wordt veranderd in Stopped (Gestopt), wordt de
verwerking van alle monstersets die worden verwerkt voltooid voordat
toegang tot het instrument kan worden verkregen.
LET OP
OPMERKING
5 - Onderhoud
67