3. Bediening
3.5 Bediening motor — Honda
Ter vermijding van schade aan de motor bij gebrek aan
olie, is de motor met een oliewaarschuwingssysteem
uitgerust. Als het olieniveau te laag is, wordt de motor
Opmerking
automatisch uitgeschakeld (de motorschakelaar blijft
in de «ON»-stand).
3.5.1 Motor starten
1
II
2
Close
3
4
–
Brandstofkraan (3) op «ON».
–
Chokehendel (2) in «CLOSE»-stand.
–
Toerentalregulator (1) op volledige belasting
–
Motorschakelaar (5) op «ON».
–
Startergreep (4) iets aantrekken tot er weerstand gevoeld
wordt, dan flink doortrekken.
Starthendel niet tegen de motor terug laten spring-
en. Startkabel met de hand in de beginstand terug-
zetten om beschadigingen te vermijden.
Let op
Bij bedrijfstemperatuur van de motor of hoge bui-
tentemperaturen de choke niet inschakelen.
–
Nadat de motor gestart is de motor onbelast 1 ... 2 minuten
warm laten lopen.
–
Chokehendel (2) tijdens de warmloopfase op «OPEN» schui-
ven.
3.5.2 Motor afzetten
–
Toerentalregelaar (1) op onbelast lopen
–
Motorschakelaar (4) op «OFF»
–
Brandstofkraan (2) op «OFF»
In een noodsituatie de motorschakelaar op «OFF» zet-
ten om de motor uit te schakelen.
Opmerking
I
ON
B3299003.cdr
ON
5
8