Opmerking: Eén specimenmanagementsysteem is ontworpen voor maximaal 12 individuele biopten.
Als u meer dan 12 biopten wilt nemen, dient u het SMS te vervangen door een nieuwe en de kamers
te resetten om door te gaan. Zie hoofdstuk 7: Beschrijving software voor het resetten van de
kamers.
7.
Als er voldoende weefsel is verzameld, maakt u de opening vrij van eventueel resterend weefsel
of vloeistof, zoals hieronder beschreven in Overige instructies, verstopte naald vrijmaken.
8.
Als er voldoende weefsel is verzameld, kunnen de weefselmonster uit het
specimenmanagementsysteem worden gehaald met behulp van één van de volgende methodes:
a.
Pak de buitenste kamerbehuizing vast en draai tegen de klok in om de gehele
kamercombinatie uit de naald te halen. Er zijn 2 groepen van elk 6 kamers, aangeduid
met de radiopake cijfers 1 t/m 12. De bioptiekamers kunnen kunnen uit het
vloeistofverdeelstuk worden gehaald, steeds per groep van 6, door het treklipje vast te
pakken om de kamers met het weefsel uit het verdeelstuk te schuiven.
Opmerking: Zorg ervoor dat het open gedeelte van de weefselkamers naar boven wijst als
u ze uit het vloeistofverdeelstuk haalt.
b.
Terwijl het specimenmanagementsysteem op de naald blijft, kan één groep kamers
tegelijkertijd worden verwijderd door het treklipje vast te pakken om de kamers met het
weefsel uit het verdeelstuk te schuiven (1).
Opmerking: Zorg ervoor dat het open gedeelte van de weefselkamers naar boven wijst als
u ze uit het vloeistofverdeelstuk haalt.
Nadat ze zijn verwijderd, kan elk groep kamers worden platgedrukt voor nadere inspectie of
beeldvorming (bijv. radiografie) door in het midden van de groep, boven het treklipje, te drukken
met het open gedeelte van de kamers naar boven gericht (2). WEEFSELKAMERS NIET
TERUGPLAATSEN IN HET SPECIMENMANAGEMENTSYSTEEM.
9.
Voer indien nodig een postbiopsie beeldvorming uit van de patiënt en de biopten.
10.
Plaats indien nodig een marker van de biopsielocatie.
LET OP:
De naald van de cutter of andere klinische functies NIET activeren als een marker in de
naald is ingevoerd. Verwijder de marker eerst helemaal uit de naald voordat u een van de klinische
functies van de houder activeert.
11.
Om de naald uit de huidlocatie te verwijderen, dient de opening van de kamer te zijn afgesloten
door een applicator voor een marker van de biopsielocatie of een volledig doorgeschoven cutter.
12.
Verwijder de naald uit de biopsielocatie door de houder en naald als een eenheid terug te trekken.
5-5