Onderhoud
9.2.6
Motorolie verversen
Pos.
Benaming
1
Oliepeilstok
2
Olievervangingsventiel
Aanwijzing: Het werkvlak moet zijn voorzien van een waterdichte folie ter be-
scherming van de bodem (milieubescherming).
Aanwijzing: De olie bij een nog warme motor aflaten om het snel en volledig af-
laten mogelijk te maken.
1. Apparaat waterpas op een vlakke ondergrond plaatsen.
2. Motor op handwarme temperatuur brengen, door deze te laten afkoelen of te
laten warmdraaien.
3. Motor uitschakelen.
4. Oliepeilstok eruit draaien en afnemen.
5. Olieaftapslang op olievervangingsventiel openschroeven.
Olie in een geschikte bak opvangen en afvoeren.
6. Olie aan de vulopening bijvullen en het oliepeil controleren.
Hoeveelheid olie en oliespecificatie zie hoofdstuk Technische gegevens.
7. Olieaftapslang eraf schroeven en olievervangingsventiel vastschroeven.
8. Oliepeilstok indraaien en stevig vastzetten.
Aanwijzing: De oude olie in overeenstemming met de geldende voorschriften
afvoeren.
Pos.
3
46
Benaming
Olie-aflaatslang