Metingen van volgende punten
Het meten van volgende punten gebeurt altijd door middel van hoek- en afstandsmeting.
Na de tweede en elke volgende meting worden de correctiewaarden ten opzichte van het 1e referentiepunt
in onderstaande weergave bijgewerkt.
4. Terugkeren naar de meting ten opzichte van het eerste referentiepunt
5. Resultaten opslaan
6. Hoek en afstand meten en correctiewaarden op het display bijwerken
10
Gegevens en gegevensverwerking
10.1
Inleiding
De Hilti totaalstations slaan gegevens altijd in het interne geheugen op.
Gegevens zijn meetwaarden, d.w.z. hoek- en afstandswaarden, die afhankelijk van de instellingen resp.
applicatie gebaseerd zijn op de bouwlijn, zoals Lijn en Offset of coördinaten.
Met behulp van PC-software kunnen gegevens worden uitgewisseld met andere systemen.
In principe kunnen alle totaalstationsgegevens worden beschouwd als puntgegevens, met uitzondering van
grafische gegevens, waarbij punten met grafieken verbonden zijn.
De betreffende punten zijn hierbij beschikbaar voor gebruik resp. selectie, maar niet de afbeelding, die als
aanvullende informatie beschikbaar is.
10.2
Puntgegevens
Puntgegevens kunnen nieuw gemeten punten of al aanwezige punten zijn. In principe meet het totaalstation
hoeken en afstanden.
Met behulp van de stationsetup worden richtpuntcoördinaten berekend.
Daarmee wordt elk punt waarop met het dradenkruis of de laserpointer wordt gericht en tot waar een afstand
wordt gemeten, als driedimensionaal punt in het totaalstationsysteem berekend.
Dit driedimensionale punt wordt met behulp van de puntaanduiding eenduidig geïdentificeerd.
Elk punt wordt aangegeven met een puntaanduiding, Y-coördinaat, X-coördinaat en eventueel een hoogte.
Vastgelegde punten zijn door hun coördinaten of punten met grafische elementen gedefinieerd.
10.2.1 Punten als meetpunten
Meetgegevens zijn gemeten punten die vanuit de relevante applicaties op het totaalstation als coördinaat-
punten zijn gecreëerd en opgeslagen, zoals Horiz. layout, Vert. layout, Controle en Meet & registreer.
Meetpunten komen binnen een station slechts eenmaal voor.
Als dezelfde naam weer als meetpunt wordt gebruikt, kan het bestaande meetpunt worden overschreven of
van een andere puntnaam worden voorzien.
Meetpunten kunnen niet worden gewijzigd.
10.2.2 Punten als coördinaatpunten
Als met een coördinatensysteem wordt gewerkt, zijn in de regel alle posities vastgelegd door middel van een
puntnaam en coördinaten. Ten minste één puntnaam en twee horizontale coördinaatwaarden X, Y of E, N
enz... zijn vereist om een puntpositie te beschrijven.
De hoogte is in het algemeen onafhankelijk van de XY-coördinaatwaarden.
96
Nederlands
Printed: 08.05.2018 | Doc-Nr: PUB / 5179015 / 000 / 05