Bovendien kunnen door de PC de kaartgegevens als CAD-tekening naar het totaalstation worden verstuurd
en als grafische punt resp. grafisch element op het totaalstation voor de afbakening worden geselecteerd.
Daarmee is het verwerken van grote getallenreeksen of grote hoeveelheden getallen niet meer nodig.
Typische applicaties zijn de positionering van bevestigingspunten bij gevels, muren met rails, buizen, etc.
Als speciale applicatie bestaat ook nog de mogelijkheid om een verticaal oppervlak te vergelijken met een
theoretisch kaartoppervlak en op die manier de effenheid te controleren resp. te documenteren.
Om de applicatie "Verticale locatie" te starten, wordt in het menu van de applicaties de betreffende toets
geselecteerd.
1. Selecteren van de verticale afbakeningsapplicatie
Na het oproepen van de applicatie worden de projecten resp. projectkeuze en de betreffende stationskeuze
resp. stationsetup weergegeven.
Na het uitvoeren van de stationsetup wordt de applicatie verticale locatie gestart.
Afhankelijk van de stationskeuze zijn er twee mogelijkheden voor het vastleggen van het uit te zetten punt:
2. Punten uitzetten met bouwlijnen, d.w.z. lijnen in het verticale referentievlak
3. Punten afbakenen met coördinaten of punten gebaseerd op een CAD-tekening
9.5.2
Vert. layout met bouwlijnen
Bij de Vert. layout met bouwlijnen worden de lijnen bij de stationsetup gedefinieerd door meting ten opzichte
van twee referentiepunten.
Stationsetup
De stationsetup vindt indien mogelijk centraal voor het verticale vlak plaats, op een zodanige afstand dat alle
punten zo goed mogelijk zichtbaar zijn.
Met het apparaat worden bij de apparaatopstelling zowel het nulpunt (1) van het referentielijnsysteem als de
richting (2) van het verticale referentievlak gedefinieerd.
Nederlands
67
Printed: 08.05.2018 | Doc-Nr: PUB / 5179015 / 000 / 05