3. Afbreken en terugkeren naar het startmenu
4. Verschuivingen van het referentievlak invoeren
5. Invoer bevestigen en verder met de weergave voor het uitrichten van het apparaat met betrekking tot het
uit te zetten punt
Richting naar het uitzetpunt
Het apparaat wordt met deze weergave uitgericht naar het uit te zetten punt, door het apparaat zo lang te
draaien tot de rode richtingwijzer op nul staat.
In dit geval wijst het dradenkruis in de richting van het uitzetpunt.
Daarna wordt de telescoop in het verticale vlak zolang bewogen, tot beide driehoeken geen opvulling meer
hebben.
Bij opvulling van de bovenste driehoek, de telescoop naar beneden bewegen. Bij het opvulling van de
onderste driehoek de telescoop naar boven bewegen.
Indien mogelijk kan de persoon met behulp van de gids bij het richtpunt zelf naar de richtlijn leiden.
6. Terugkeren naar het invoeren van de uitzetwaarden
7. Verschuivingen van het referentievlak invoeren
8. Afstand meten en verder met weergaven van de puntuitzettingscorrecties
Puntuitzettingscorrecties
Met behulp van de weergegeven correcties wordt de richtdrager resp. het richtpunt omhoog, omlaag, links,
rechts geleid.
Met behulp van de afstandsmeting vindt eveneens een correctie Voorw. resp. Terug plaats.
Na elke afstandsmeting worden de weergegeven correcties bijgewerkt, om stap voor stap dichterbij de
uiteindelijke positie te komen.
Printed: 08.05.2018 | Doc-Nr: PUB / 5179015 / 000 / 05
Nederlands
69