Hoogte (gegeven)
Noordcoördinaten (gemeten)
Oostcoördinaten (gemeten)
Hoogte (gemeten)
dN
ΔO
H(z)
Attribuut 1 – Attribuut 5
9.4
Controle
9.4.1
Principe van de controle
In principe kan de controle worden beschouwd als het tegenovergestelde van de applicatie Horizontale
locatie.
Met de controle worden bestaande posities vergeleken met de kaartposities, waarbij de afwijkingen worden
weergegeven en opgeslagen.
Afhankelijk van de stationsetup kunnen de kaartgegevens resp. vergelijkingsposities als maten resp.
afstanden of als coördinaten of punten uit een tekening worden gebruikt.
Als door de PC de kaartgegevens als CAD-tekening naar het totaalstation worden verstuurd en als grafisch
punt resp. grafisch element op het totaalstation voor afbakening worden geselecteerd, is het verwerken van
grote getallenreeksen of grote hoeveelheden getallen niet meer nodig.
Typische applicaties zijn de controle van muren, kolommen, bekistingen, grote openingen en nog veel meer.
Daartoe wordt een vergelijking met de kaartposities gemaakt en worden de verschillen direct ter plekke
aangegeven resp. opgeslagen.
Om de applicatie "Controle" te starten, in het applicatiemenu de betreffende toets selecteren. Na het
oproepen van de applicatie worden de projecten resp. projectkeuze en de betreffende stationskeuze resp.
stationsetup weergegeven. Na het uitvoeren van de stationsetup wordt de applicatie "Controle" gestart.
Afwijkingen van de gegevens en de gemeten positie kunnen worden opgeslagen en als rapport in de
Hilti PROFIS Layout worden weergegeven.
9.4.2
Controle met prisma
Om punten op te meten wordt eerst de positie met invoer gedefinieerd.
Invoer controlepunt
Mogelijkheden voor het invoeren van puntcoördinaten
•
Puntcoördinaten handmatig invoeren
•
Puntcoördinaten uit een lijst met opgeslagen punten selecteren
•
Puntcoördinaten selecteren uit een CAD-afbeelding met opgeslagen punten.
Als zeer efficiënt gebleken is het invoeren van de controlepositie uit de opgeslagen afbeelding in de controller,
waaruit vervolgens de betreffende tweedimensionale en driedimensionale gegevens worden geëxtraheerd.
64
Nederlands
Printed: 08.05.2018 | Doc-Nr: PUB / 5179015 / 000 / 05
Ingevoerde hoogtewaarde
Gemeten noordcoördinaten, met betrekking tot het
referentiecoördinatensysteem
Gemeten oostcoördinaten, met betrekking tot het
referentiecoördinatensysteem
Gemeten hoogte
dN = noordcoördinaten (gemeten) - noordcoördina-
ten (gegeven)
dE = oostcoördinaten (gemeten) - oostcoördinaten
(gegeven)
dH = hoogte (gemeten) - hoogte (gegeven)
Aan het punt gekoppelde attributen