8.2.4.2 Bouwlijn met 3 punten
De positie van het apparaat bevindt zich op een vrij punt en meet achter elkaar de hoek en afstanden tot twee
bouwlijnpunten. Vervolgens wordt de apparaatpositie uit de metingen naar de drie bouwlijnpunten berekend
en het nulpunt van het coördinatensysteem is de projectie van het derde gemeten punt van de bouwlijn
loodrecht op de as van de beide eerst gemeten punten. De oriëntatie (lengtewaarde) gaat in de richting van
het tweede gemeten punt van de bouwlijn. De coördinaten van de bouwlijnpunten hoeven niet bekend te zijn.
1. Stationeringstype selecteren
1. Terugkeren naar vorige dialoog
2. Bij gebruik van hoogten kan een nieuwe hoogte worden ingesteld (ook nog na het afsluiten van de
stationering)
3. Dialoog bevestigen
4. Gebruik van hoogten in- en uitschakelen
5. Selecteren van puntsysteem
6. Selecteren van het type stationering
2. Bouwlijnpunt 1 selecteren
Nederlands
45
Printed: 08.05.2018 | Doc-Nr: PUB / 5179015 / 000 / 05